Het Piramidespel Verloren

U doet ongevraagd mee aan een piramidespel en u bent de verliezer ervan, zeker wanneer u na 1965 bent geboren.

Piramidespel?

Bij een piramidespel moet men om mee te mogen doen eerst een inleg betalen. Vervolgens moeten er nieuwe kandidaten gezocht worden en puur op basis van hun inleg wordt winst voor de eerdere spelers betaald. Dit gaat door totdat er geen nieuwe spelers meer gevonden kunnen worden, bijvoorbeeld omdat de markt is verzadigd.

Hoewel hier een piramidespel zonder vergunning verboden is, is de mensheid altijd al een piramidespel geweest. Ieder mens wat wordt geboren, doet hier ongevraagd aan mee, puur door geboren te worden. De inleg die moet worden betaald is dat er zorg voor de ouders gedragen moet worden. De winst komt later in de vorm van zorg en/of pensioen, gedragen door de volgende generatie. Zolang de volgende groep nieuwe deelnemers, oftewel de volgende generatie, groter is dan de voorgaande, zal het spel prima uitpakken voor iedereen. Stel dat ieder gezin 5 kinderen krijgt, dan hoeft iedereen later slechts te zorgen voor 2/5 = 0,4 ouder. Die kinderen hebben later, omgekeerd, weer 5/2 = 2,4 kinderen die voor hun zorgen. Dikke winst voor iedereen! Alleen kan dat onmogelijk permanent goed gaan uiteraard.

Bevolkingspiramide

De Nederlandse bevolkingspiramide zag er tot 1965 inderdaad nog uit als een piramide:

Bevolkingspiramide1965
Bevolkingspiramide Nederland 1965. Ter hoogte van de 30 zit er een deuk in door de Tweede Wereldoorlog, echter is die deuk met de babyboom (hier ter hoogte van 17) weer grotendeels goedgemaakt. Bron: CBS

De piramide werd later meer een toren fles of stolp. Nog later meer een ui of urn en tegenwoordig begint het meer op een tol te lijken:

Bevolkingspiramide2019
Bevolkingstol Nederland 2019. Zo’n 50% is ouder dan 43? Bron: CBS

Gezien hun prognose wordt er gerekend op een continue instroom van asielzoekers (door het CBS ook wel “migranten” genoemd) in de leeftijdscategorie 18 tot 26, waar wel weer wat voor te zeggen valt natuurlijk, want die instroom, die blijft.

Alhoewel Nederlanders tot nu toe steeds minder kinderen blijken te nemen, gaat men volgens het CBS in de toekomst weer spontaan meer kinderen nemen. De enige aannemelijke verklaring daarvoor kan nog zijn dat de “Nieuwe Nederlanders” zelf weer kinderen gaan krijgen en zo te zien wordt er op gerekend dat die kleine groep zo’n 10 kinderen per gezin gaat nemen.

Verandering

Wat is er na 1965 veranderd waardoor mensen minder kinderen gingen nemen? Een goed deel van de verklaring zal komen van een aantal socialistische maatregelen. Tot die tijd was de boodschap: “Neem voldoende kinderen om later voor je oude dag te kunnen zorgen.” Deze boodschap werd vervangen door: “Door te werken (en belasting te betalen) verzekert u zich van pensioen.” Door nog andere maatregelen was zelfs het werken niet eens meer een strikte eis. Er wordt weliswaar voor ieder kind nog steeds een kinderbijslag verschaft, maar dat is puur kostendekkend IMHO. En tenslotte heeft het hebben van weinig kinderen uiteraard nog het voordeel dat een erfenis later over minder verdeeld hoeft te worden.

Iedereen wil 100 worden (maar het niet zijn) en zo is de zorg steeds beter geworden. Veel efficiënter is het niet geworden, dus per persoon zijn de kosten gestegen en dat mag de maatschappij betalen. Dus méér zorgkosten voor mensen die bovendien daardoor ook nog langer door leven.

Er is wel beweerd dat de overheid zelf is begonnen met het spelen van het piramidespel, maar volgens mij heeft de overheid het slechts geïnstitutionaliseerd. Dit heeft een systeem gevormd, waarop men teveel ging vertrouwen, omdat dat kon. Op deze manier is men sinds ±1965 juist gestopt het piramidespel te spelen.

Ineenstorting

Doordat men minder kinderen is gaan nemen zijn er dus steeds minder aan het piramidespel gaan deelnemen, maar aan de andere kant is de inleg van het piramidespel voor nieuwe deelnemers gestegen, vooral door de dure zorg en vergrijzing. Met het dempen van de stroom nieuwe deelnemers en het verhogen van de inzet stort het piramidespel uiteraard uiteindelijk in!

Toekomst?

De lasten van de huidige generatie worden niet bepaald verlaagd, zeker met de komende energietransitie. Er is en wordt geen land gecreëerd waarmee met minimale middelen zorg gedragen kan worden voor de oudere generaties. Daar is ook niet eens meer een minderheid voor te vinden: iedereen wil goede zorg, wegen, defensie, heel Nederland moet ook zorgen voor een beter wereldklimaat, et cetera. De enige te volgen route lijkt die van voortdurende belastingverhogingen.

Laatste hoop is gevestigd op iets waar veel discussie over is: immigratie. Kan ervan worden uitgegaan dat die wel veel kinderen zullen blijven nemen in de toekomst? Gaan ze dat doen vanwege hun overheersende geloof: de Islam? (Vroeger verlangde de priester ook altijd veel kinderen.) Of gaan ze zo verwesteren dat ze op laatst net zo weinig kinderen nemen als de autochtoon? En gaan we ons in dit laatste geval permanent afhankelijk stellen van een continue stroom arbeidsmigranten? Vooralsnog werkt dat slecht: ze belanden massaal in de uitkering.

Klimaatverandering in de Maanden

In Nederland zijn de afgelopen eeuw de temperaturen gestegen. Net als in de rest van de wereld; dat weten we nu wel. Het KNMI meet al sinds 1 januari 1901 temperaturen in Nederland en ik heb de tijd van toen tot nu eens een keer in 4 periodes gedeeld:

  1. 1901 – 1928
  2. 1929 – 1958
  3. 1959 – 1988
  4. 1989 – 2018

Iedere periode had zo zijn eigen gemiddelde temperatuur:

temps_4_periods
Diagram 1: Gemiddelde temperatuur in Nederland voor de 4 periodes. Afgeleid van de KNMI daggegevens.

Gemiddelde Maandtemperaturen

Binnen de 4 periodes hebben uiteraard ook alle maanden weer hun eigen gemiddelde temperatuur:

month_temps_4_periods.png
Diagram 2: Gemiddelde temperatuur in Nederland per maand voor ieder maand en voor de 4 periodes. Afgeleid van de KNMI daggegevens.

Van dit diagram is met de eerste oogopslag al meteen de jaarlijkse schommeling van temperatuur te zien. Iedere januari is koud en iedere juli is warm en daar is de laatste eeuw niets aan veranderd. Tot zo ver nog geen verassing, tot wat beter gekeken wordt.

Klimaatverandering per Maand

Per Periode

Bij de meeste maanden is de algemene stijging van de temperatuur niet helemaal terug te herkennen. Alleen bij april lijkt het er misschien een beetje op. Stel nou dat we uitgaan van de temperaturen van de maanden in de eerste periode. In welke maanden zitten dan de verschillen?

month_temps_4_periods_corrected1
Diagram 3: Verschil in gemiddelde temperatuur in Nederland per maand voor de laatste 3 periodes. Het verschil is altijd per voorgaande periode. Afgeleid van de KNMI daggegevens.

Dit diagram laat goed zien dat de opwarming van periode tot periode zeker niet gelijk verdeeld is over de maanden. Zo had de tweede periode ineens koudere winters. Ondanks de veronderstelde klimaatverandering door de mens kan dit dus maar zo! Wel waren daarentegen de zomermaanden warmer geworden. Bij de derde periode werd het weliswaar weer iets warmer, maar nu zat het in dat de winters relatief weer iets zachter waren geworden (nog niet zo zacht als in periode 1) en gek genoeg de oktobermaanden waren warmer. Deze periode illustreert goed wat we hier van natuurlijk variatie kunnen verwachten. De derde periode werden alle maanden warmer. Niet allemaal even veel, maar dit was al wel te verwachten.

T.o.v. Gemiddelde Opwarming

Stel nou vervolgens ook nog dat we hadden verwacht dat sowieso alle maandtemperaturen gelijk op waren gegaan met de stijgende gemiddelde temperatuur in Nederland. Wat zijn dan nog de verschillen die overblijven?

month_temps_4_periods_corrected
Diagram 4: Verschil in gemiddelde temperatuur in Nederland per maand voor de laatste 3 periodes. Het verschil is altijd per voorgaande periode. De verschillen zijn ook gecorrigeerd a.d.h.v. de verschillen tussen de gemiddelde van de periodes. Afgeleid van de KNMI daggegevens.

Dus als alle maandtemperaturen over de 4 periodes precies gelijk opgegaan waren met de gemiddelde temperatuur in Nederland, dan had in dit diagram alles op 0 gestaan, maar dat is dus niet zo.

Afgezien van natuurlijke variatie zou hier misschien over gesteld kunnen worden dat de opwarming in Nederland in de tweede periode voornamelijk in het eind van de jaren zat, in de derde periode in het hele jaar en de derde periode vooral in het eind van het jaar.

Maxima en Minima

Tenslotte is het nog interessant om niet alleen naar de gemiddelde temperaturen van dagen te kijken. Zo is er ook een diagram te maken zoals diagram 4, maar dan op basis van alle maximumtemperaturen gemeten op alle dagen:

month_temps_4_periods_corrected2_max
Diagram 5: Zelfde als diagram 4, maar dan voor de maximumtemperatuur van alle relevante dagen. Afgeleid van de KNMI daggegevens.

En ook voor de minimumtemperaturen van alle dagen:

month_temps_4_periods_corrected2_min.png
Diagram 6: Zelfde als diagram 4, maar dan voor de minimumtemperatuur van alle relevante dagen. Afgeleid van de KNMI daggegevens.

Zowel diagram 5 als 6 lijken op diagram 4, dat moet ook wel uiteraard. De minimum, maximum en gemiddelde temperatuur hangen op een dar immers sterk met elkaar samen. Echter wanneer diagrammen 5 en 6 weer onderling worden vergeleken, valt bijvoorbeeld op dat die voor de wintermaanden (december t/m februari) weer weinig verschillen. Wat zijn nou nog de verschillen tussen diagrammen 5 en 6?

month_temps_4_periods_diff_min_max
Diagram 7: De verschillen tussen diagrammen 5 en 6, berekend als maximum – minimum.

In de zomer liggen de temperaturen hoger en dus ook de verschillen tussen de maximum- en minimumtemperaturen. Hoe warmer het op een dag, hoe meer het in absolute zin immers ’s nachts afkoelt. Dus mag ook verwacht worden dat klimaatverandering het duidelijkst te zien is in verschillen tussen minima en maxima in de zomer. Zo laat diagram 7 zoals verwacht de absoluut hoogste waarden zien bij de warmste maanden, maar ondanks dat zijn er toch nog verschillen tussen de 4 periodes te zien!

Samenvatting

De winters (december t/m februari) lijken zich nog het minst aan te trekken van de klimaatverandering. Zo hadden we tegen de globale trend in in de tweede periode strengere winters. Ook de verschillen tussen minimum- en maximumtemperaturen verandert hier nauwelijks.

Over de 4 periodes zijn er verscheidene veranderingen binnen de jaren gezien. Zo kreeg Nederland eerst strengere winters en warmere zomers (periode 2), daarna weer minder strenge winters (periode 3) en tenslotte werd het hele jaar behalve de herfst warmer (periode 4).

In dezelfde 4 periodes valt in de minimum- en maximumtemperaturen relatief op dat eerst de minimumtemperaturen in de zomer stegen (periode 2) wat later weer verminderde (periode 3). Recent (periode 4) werden vooral de maximumtemperaturen in de lentes en zomers hoger.

Discussie

Afgezien van dat het in Nederland de laatste eeuw warmer is geworden, valt er meer te zeggen over waar die verandering binnen de jaren precies zit. Deze dingen zijn lang niet allemaal a.d.h.v. één ding te verklaren, laats staan a.d.h.v. alléén een steeds versterkend broeikaseffect. Zo was de verandering van periode 2 naar 3 het omgekeerde van de verandering van periode 1 naar 2, maar dan minder ernstig en er was ook ineens minder opwarming. Het broeikaseffect kan alleen maar sterker geworden zijn, dus dat verklaart het niet.

Het versterken van het broeikaseffect is de beste verklaring voor hoger wordende minimumtemperaturen in de zomer. Dit is een goede c.q. mogelijke verklaring voor de verandering in de zomers van periode 1 naar 2, terwijl de winters toen strenger werden. Voor die strengere winters is een extra verklaring nodig. Aangezien de kracht van de zon in de winter de minste invloed heeft, blijft er volgens mij nog maar één goede verklaring over: de oceanen waren kouder aan het oppervlak. En dan gaat het met name om het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan.

In periode 3 waren de minimumtemperaturen weer gedaald t.o.v. periode 2, maar waren de winters weer minder streng geworden. Ik heb hier tot nu toe geen enkele verklaring voor.

In periode 4 zijn (t.o.v. alle voorgaande periodes) de winters nog minder streng geworden. Verder zijn vooral de maximumtemperaturen in de maanden maart t/m augustus gestegen. De kracht van de zon is een belangrijke factor voor maximumtemperaturen en laat dit nou net de maanden zijn waarin de zon op het noordelijk halfrond op zijn hoogst staat!

Conclusie

In de waarnemingen van het KNMI is duidelijk te zien dat het klimaat opwarmt, maar als er beter gekeken wordt, binnen de jaren, naar waar die opwarming precies zit, dan wordt duidelijk dat er meerdere factoren zijn die hieraan bijdragen en door elkaar lopen. Deze factoren zijn de oppervlaktetemperaturen van de  zeeën en oceanen, de kracht van de zon, het sterker wordende broeikaseffect en wellicht nog een paar andere factoren. De weging per factor blijft onduidelijk op basis van alleen dit onderzoek, maar geen van de factoren lijkt te domineren! (Dus ook het broeikaseffect niet.)

De laatste 30 jaar is het klimaat snel aan het opwarmen. Dit lijkt mij vooralsnog door een combinatie van de Atlantische Oceaan die aan de oppervlak warmer is geworden én de zon die sterker is gaan schijnen én een broeikaseffect wat weer iets is verstrekt én wellicht nog een paar factoren.

Doorgetrokken A15 als Tolweg?

Rijksweg 15 loopt momenteel vanaf de Maasvlakte bij Rotterdam, richting het oosten tot ten zuiden van Arnhem, tot knooppunt Ressen. Op de kaart ziet dat er nu zo uit.

kaart_leeg
Huidige situatie van de hoofdwegen rond Arnhem, zoals momenteel te zien is op de Open Street Map (OSM).

Verlengen A15

Er is inmiddels definitief besloten de A15 richting het oosten door te trekken tot de A12. Daar sluit die dan op aan tussen Duiven en Zevenaar. Op de kaart gaat dat er dan ongeveer zo uit zien.

kaart_doorgetrokken
De kaart met A15 doorgetrokken tot de A12. Eigen soep.

Het nieuwe stuk weg krijgt ook twee afritten en een brug over het Pannerdensch Kanaal. Het zal dan de eerste en enige brug ooit over dat kanaal zijn.

kaart_doorgetrokken_knooppunten.jpg
De kaart met namen van de hier relevante knooppunten.

De weg zal niet doorgetrokken worden tot het knooppunt waar de A18 van de A12 aftakt, knooppunt Oud-Dijk, maar tot een nieuw knooppunt, knooppunt De Liemers. Er zijn nog veel meer, betere en gedetailleerde kaarten beschikbaar, zoals dit overzicht. Er worden tegen de tijd van de werkzaamheden ook aanpassingen aan andere wegen rond Arnhem uitgevoerd. Het duurt nog wel minstens tot 2020 voor alle werkzaamheden beginnen.

Hoewel de A15 niet op de A18 aansluit, liggen deze wel in elkaars verlengde en hebben geen (parallel) overlap. De A18 zou dus zelfs omgenummerd kunnen worden naar A15! Dit zou één lange rijksweg vormen die alleen ten noorden van Zevenaar 7 kilometer samen loopt met de rijksweg 12, maar ik heb van Rijkswaterstaat via e-mail begrepen dat ze toch niet van plan zijn om te nummeren.

Routes en Alternatieven

Stel, u rijdt over de A12 ten noorden van Zevenaar richting het westen en komt in de toekomst bij het nieuwe knooppunt De Liemers. En stel dat u uiteindelijk na knooppunt Valburg uw weg via een snelweg wilt voortzetten, dus via de A15 of A50. Dan zijn er tegen die tijd 3 reële opties.

kaart_routes.jpg
De 3 reële routes tussen het nieuwe knooppunt De Liemers (A) en knooppunt Valburg (B).

De 3 reële routes, zoals in het plaatje hierboven:

  1. Groen: Via de A12 en A50. Dit is de langste route, maar momenteel wel de snelste. Deze leidt via drukke, filegevoelige snelwegen.
  2. Blauw: Dit is momenteel de kortste route. Deze leidt via rustige snelwegen, maar ook deels door Arnhem met wat stoplichten via rijksweg 325.
  3. Oranje: De nieuwe, kortste route, geheel via de (nieuwe) A15.

De afstanden die over de weg, inclusief het knooppunt aan het begin en aan het eind, afgelegd moeten worden zijn nu al uiteraard al te herleiden.

kaart_routes_afstanden.jpg
De afstanden, over de weg, van de 3 routes, inclusief knooppunten.

De afstanden zijn voor alle verkeer uiteraard gelijk. De kortere route was tot nu toe altijd 5,3 kilometer korter. De nieuwe route wordt nog eens 6,3 kilometer korter en 11,6 kilometer korter dan de nu snelste route. Woehoe!

Reistijd

Natuurlijk is het niet zozeer de afgelegde afstand die relevant is bij vervoer en reizen. De tijd is veel belangrijker. In welke tijden de 3 routes afgelegd worden, hangt weer af van wat voor voertuig het om gaat.

Wanneer met een auto wordt gereden, met de maximumsnelheden, dan zijn de reistijden met Google Maps te achterhalen.

kaart_routes_auto_min.jpg
De tijden, in minuten, die met een auto nodig zijn voor de 3 routes.

De nu kortste route duurt 1 à 2 minuten langer dan de snelste, puur door de stoplichten, drukte en beperkte maximumsnelheden. De nieuwe route gaat daarentegen wel zo’n 7 minuten sneller zijn. Woehoe!

Voor een vrachtwagen die gemiddeld 85 km/h rijdt op snelwegen en verder net zo snel is als een auto daarbuiten, heb ik schattingen van tijden gemaakt.

kaart_routes_vracht_min
Geschatte tijden voor een vrachtwagen die 85 km/h op de snelwegen rijdt.

De nieuwe route is dus sowieso zo’n 8 minuten sneller dan de oude. Tot zo ver wordt dat doortrekken van de A15 echt helemaal geweldig, niet?

Kosten

Naast tijden zijn natuurlijk ook de kosten van routes relevant. Voertuigen maken kosten per kilometer, typisch in de vorm van brandstofkosten. Maar er is nu ook bedacht dat op het doorgetrokken stuk A15 tol geheven gaat worden!

kaart_routes_tol.jpg
Er wordt tol geheven wanneer over de nieuwe brug over het Pannerdensch Kanaal wordt gereden. Er zijn geen tolpoortjes, u kunt gewoon doorrijden en wordt alleen een soort van geflitst.

Nou vroeg ik mij dus af of de verlenging van de A15 überhaupt nog wel gebruikt zou worden met die tol.heffing “De tolkosten worden geraamd op € 1,18 (personenauto’s) en € 7,11 (vrachtverkeer), prijspeil 2013.” Wat de laatste beramingen zijn heb ik nog niet kunnen vinden, maar laat ik hier eens vanuit gaan.

Stel, er wordt gereden in een personenauto die 1 op 16 rijdt op de snelweg en 1 op 12 in de bebouwde kom. En stel dat de benzine straks nog steeds €1,80 per liter kost. De totale kosten voor een auto zijn dan uit te rekenen.

kaart_routes_auto_prijs.jpg
Prijzen voor het afleggen van de 3 routes met een matig grote auto, inclusief tol.

Met de auto van de berekeningen is de kortste, snelste route, door de tol niet de goedkoopste meer. Maar zouden veel mensen 8 minuten langer reizen om 30 cent te besparen? Met deze auto heeft de voorheen snelste route nemen al zeker geen zin meer ondanks de tol!

Stel dat diesel straks nog steeds zo’n €1,50 per liter kost. Voor een vrachtwagen die 1 op 3,2 rijdt op snelwegen en 1 op 2,9 in de bebouwde kom zijn de prijzen voor de routes dan ook te berekenen.

kaart_routes_vracht_prijs
Prijzen voor het afleggen van de 3 routes met een grote vrachtauto, inclusief tol.

Voor vrachtwagens geldt straks: hoe sneller de route is, hoe duurder. Met de huidige brandstofprijzen moet straks 18,08 – 16,41 = €1,67 betaald worden voor ongeveer 8 minuten tijdswinst. Voor op de lange termijn is dat €12,53 per uur tijdswinst.

In verband met vrachtwagens zijn uiteraard nog andere kosten kosten gemoeid. Het beroep van vrachtwagenchauffeur is nog niet weg-geautomatiseerd. En als een lading 8 minuten eerder aankomt zal dit vast vaak positieve gevolgen hebben. Ik gok dat verreweg de meeste vrachtwagens toch wel van de verlenging van de A15 gebruik gaan maken, ondanks de tol!

Tol Vermeiden?

Uiteraard zullen er altijd mensen zijn die hun route zo plannen dat ze geen tol betalen. Hieronder valt bijvoorbeeld ook lokaal verkeer waarvoor de route met tol niet korter of sneller is. Zo kan bijvoorbeeld verkeer tussen Zevenaar en Huissen kiezen of ze via de A15 of A12 rijden en dan is de keuze snel gemaakt.

Verder zijn er ook mensen die gewoon heel zuinig rijden. Deze tanken bijvoorbeeld zoals goedkoper in Duitsland, wat best wel in de buurt is. En/of mensen die diesel tanken. En niet iedereen heeft altijd haast. Wat dat betreft hangt de optimale tolprijs af van de effectieve brandstofprijzen en actuele reistijden. De staat zou de tol kunnen laten variëren per voertuig a.d.h.v. het type, het gewicht, de brandstofsoort en of het spits is i.p.v. alleen het zijn van personen- of vrachtauto. Tegen de tijd dat de verlenging van de A15 opent zijn prijzen, vooral die van brandstoffen, waarschijnlijk wel gestegen. Dus de tolprijzen zullen uiteindelijk sowieso hoger komen te liggen.

De vraaguitval vanwege tolheffing wordt geprojecteerd op 25.000 voertuigen.” Hoeveel procent dat is, is mij (nog) niet duidelijk. Gezien de verkeersintensiteiten op de A15 zou het mij niet verbazen als er 70 duizend voertuigen per werkdag gaan rijden als er geen tol geheven zou worden. Zo zouden er dus uiteindelijk 70 – 25 = 45 duizend voertuigen per werkdag gaan rijden, maar dat lijkt mij zelfs no veel vraaguitval.

Conclusie

De tolprijzen lijken voort te komen uit berekeningen die winstmaximalisatie als oogmerk hebben. Het is zo berekend dat het voor de meeste, zeg 90%, van de weggebruikers niet lucratief is om te gaan omrijden. Berekeningen waar het bedrijfsleven nog een puntje aan kan zuigen.

Ondanks de tol zal de verlenging van de A15 er dus zeker geheel verlaten bij leggen. De weg zal toch veel verkeer gaan aantrekken. En mochten de tolprijzen niet ‘optimaal’ blijken te zijn voor de staat, dan kunnen die later altijd nog aangepast worden uiteraard. Met dit laatste kan de staat ook weer invloed uitoefenen op hoe mensen (snel)wegen gaan gebruiken, wat weet een mooie aanleiding is om dit in een groter perspectief te plaatsen.

Tol als Nieuwe Belasting

De tol wordt weliswaar ingevoerd om de aanleg van de verlenging van de A15 op termijn te kunnen bekostigen, maar het geldt gaat dus uiteindelijk gewoon naar de staat en is dus gewoon een vorm van belasting.

Met invoering van tol op de verlenging van de A15 is feitelijk het oude concept van “rekeningrijden” lokaal ingevoerd. Rekeningrijden is in lijn met het principe dat “de verbruiker betaald”. Iemand die zijn auto bijna nooit gebruikt, zoals ik, zou dan zelfs goedkoper uit kunnen zijn.

Stel dat straks alle (snel)wegen tolwegen zijn en het rekeningrijden volledig is ingevoerd. Tol vermeiden wordt dan ook lastiger; voor de omweg zou dan immers ook of zelfs nog meer tol betaald moeten worden. Dit gaat het beste werken wanneer er op zo veel mogelijk punten tol wordt geheven, waarbij de tol per punt uiteraard omlaag kan. Tol heffen zou volgens mij ook zelfs op veel buitenwegen moeten kunnen. Er zouden zoveel tolpunten moeten zijn dat het (bijna) nooit lucratief is om te gaan omrijden of snelwegen te gaan meiden; het zou alléén bij het kiezen van routealternatieven van belang moeten zijn. Navigatiesystemen van voertuigen zouden naast actuele files ook actuele tolprijzen mee moeten laten wegen bij het kiezen van een route. Naast de “snelste” en de “kortste” route is er dan dus ook iets als een “goedkoopste” route.

Accijns op brandstoffen zijn weliswaar ook in lijn met het principe dat “de verbruiker betaald”. Maar deze moeten c.q. kunnen niet verder omhoog, omdat die te vermeiden zijn. De helft van de rest van Nederland tankt nu zoals ik al in het buitenland en dan zou zeker iedereen dat gaan doen. Tol is daarentegen niet te vermeiden en zelfs weggebruikers van buiten Nederland moeten gaan meebetalen aan onze wegen.

Tol kan dan dus wel als belasting, maar dan moet de politiek wel zo sportief zijn om:

  • Op termijn de wegenbelasting af te schaffen;
  • Bij gemiddeld gebruik van een voertuig de tol per maand net zo hoog te laten zijn als wat voorheen werd betaald als wegenbelasting en via de veel te hoge accijns op de brandstof;
  • De accijns op brandstoffen ten minste zoveel te verlagen dat brandstofprijzen aan de pomp net zo laag worden als in de landen in onze directe omgeving. Dit is wel zo eerlijk naar de Nederlandse pomphouders toe en voorkomt ook dat mensen extra kilometers gaan maken puur voor het tanken;

Maar heeft iemand nog fiducie in de politiek?

 

 

Een goede Busroutekaart voor Rome

RomeBusMap640

Volledige grootte:  [DOWNLOAD PAGINA]  (PNG, 3600 x 2880)

© Februari 2018

Waarom deze?

De beroemde, oude stad Rome heeft bijna 3 miljoen inwoners. Er liggen slechts twee metrolijnen onderdoor (MA en MB). Deze komen slechts min of meer langs de drukke, oude, toeristische binnenstad. Er worden nog twee lijnen aangelegd (MC en MD), maar dat gaat nog jaren duren.

Er zijn ook nog een paar tramlijnen. Lijn 8 komt tot één kant van het centrale Venezia-plein. Een andere lijnt komt slechts tot het niet echt centrale, grote treinstation Termini. De rest van de teamlijnen gaan met een boog om de drukke binnenstad heen.

Voor de rest is men wat betreft het openbaar vervoer geheel afhankelijk van bussen! Als u om informatie vraagt over waar deze bussen rijden krijgt u een papieren versie van dit in uw handen gedrukt:

Original.png
Originele, onoverzichtelijke puinhoopkaart met teveel lijnen en teveel (te kleine) getalletjes. [LINK, PDF, www.atac.roma.it]
De wegen waar bussen rijden zijn geel gemaakt. Maar dat zijn in het centrum van Rome bijna alle belangrijkere wegen, dus daar heeft u niet zo veel aan.

Langs de gele wegen staan (te klein) de getalletjes van de lijnen die daar rijden. Een route van één lijn terugvinden is daarmee erg lastig en lang turen. Bovendien zijn er door éénrichtingsverkeer veel punten waar lijnen in 3 of meer richtingen opsplitsen. Dat is met deze kaart helemaal niet meer terug te vinden!

Op de voorkant van de bussen staat welke van de 2 richtingen die opgaat. Vaak ligen die plekken ver buiten het centrum van Rome. Die plaatsen staan geheel niet op de kaart van het centrum!

Tenslotte zou u nog ter plekke naar een haltepaal kunnen gaan kijken:

stop.jpg
Haltepaal in Rome. Overzichtelijk toch? Niet? Link: friendsandfamilyinitaly.wordpress.com

Voor waar al die haltes die op een haltepaal staan zijn kijkt u maar op Google Maps. Waar u vervolgens op welke andere bussen kunt overstappen moet u al helemaal blijkbaar maar gewoon even weten.

Vandaar dus dat u deze kaart met busroutekaart nodig gaat hebben bij een bezoek aan (het centrum van) Rome. Veel plezier ermee!

Hoe de OV-chipkaart ECHT werkt

Het gebruik van de OV-chipkaart is heel sim-pel. Je hoeft er alleen maar voldoende saldo op te zetten en dan bij iedere reis eerst alleen nog maar aan het begin in te checken en na afloop weer uitchecken. Simpel toch? Één kaart is ook nog bruikbaar voor alle soorten van openbaar vervoer van alle vervoersmaatschappijen in heel Nederland. Makkelijker kan niet!

Er zijn wel af en toe hier en daar wat uitzonderingetjes. Het station van het lokale buurtschap waar ik woon, Enschede, lijkt hier wel relatief zwaar door getroffen te zijn.

De Automaat

Om aan te geven dat ze voor alle reizigers zijn, staat op de automaten van de OV-chipkaart “OV-chipkaarthouders”. Niet dat je er houders van kaarten bij kunt kopen, maar verder zijn ze heel simpel.

SAM_2614.JPG
Twee echte OV-chipkaart automaten, op station Enschede.

Hier begint ieder op-de-bonnefooi OV-chipkaartavontuur. Het is mij opgevallen dat het voor veel mensen onduidelijk is waar de kaart gehouden moet worden.

SAM_2617.JPG
Iedereen weet blijkbaar al dat de kaart niet in een gleuf geduwd hoeft te worden. Waar u de OV-chipkaart precies niet moet houden (rood) en waar wel (groen). Bij alle andere apparaten voor de OV-chipkaart moet u de kaart bij hetzelfde kaart-met-handje-logo houden.

Nadat de automaat uw kaart heeft gescand geeft deze uw saldo aan.

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Verder wijst de automaat simpelweg voor zich. Binnen enkele minuten bladeren heeft u het item in de uitgebreide menustructuur gevonden wat u zocht. Anders kunt u uiteraard altijd even iemand vragen googlen. De meeste automaten staan in zeer vriendelijk GSM-bereik.

De Paaltjes

De paaltjes zijn heel simpel. U kunt er zowel inchecken als uitchecken door slechts de kaart erbij te houden.

SAMSUNG CAMERA PICTURES
Gewoon, een OV-chipkaartpaaltje. U zou nu wel moeten weten waar u de kaart moet houden; niet bij het schermpje dus.

Als u nog niet ingecheckt bent en u houdt de kaart erbij, doet die ‘piep’ en het schermpje geeft aan dat u ingecheckt bent. Én deze schrijft onmiddellijk €10 van uw kaart af. Dit is het instaptarief. Niet dat er al vaststaat dat u een dienst gaat afnemen. Ook niet dat u vooruit betaald voor elke denkbare reis, want daar is het niet genoeg voor. Het is ook niet een het basistarief (wat dus trouwens ook nog bestaat), dat zit er bij in, maar is veel lager. Hij doet dat gewoon. Als uw reis achteraf minder dan €10 wordt krijgt u de rest weer terug op uw kaart. Maar dus voor een reis van €1,70 moet er tóch minstens €10 saldo op de kaart staan. Heel logisch en simpel dus eigenlijk.

Uw kaart onthoudt zelf dat u ingecheckt hebt. Als u de kaart weer bij een paaltje houdt, doet die weer ‘piep’ en geeft die met het schermpje aan dat u uitgecheckt hebt en wat uw nieuwe saldo is.

Als u bij een paaltje op hetzelfde station weer uitcheckt, heeft u dus niet gereisd. U krijgt dan alles terug, inclusief het basistarief. Het heet dan eigenlijk ook niet uitchecken, maar het ‘annuleren van inchecken’. Verschillende automaten geven het anders aan, maar verder spreekt het wel voor zich natuurlijk.

Het annuleren van inchecken kan alleen binnen een uur. Anders zou u ieder werkdag ’s ochtends alleen één keer inchecken en ’s avonds terug op het zelfde station weer uitchecken en dat is niet eerlijk. Binnen een uur kunt u onmogelijk weer terug zijn uiteraard, want van bijvoorbeeld Enschede tot Enschede Kennispark duurt alleen al 5 minuten.

De Poortjes

Veel treinstations hebben, naast de paaltjes, nu ook de vermaarde poortjes voor de OV-chipkaart.

SAM_2628.JPG
Deze poortjes kent u waarschijnlijk al van slecht nieuws van de afgelopen jaren, op bijvoorbeeld de NOS, over bijvoorbeeld de NS, ProRail, slecht weer, vertragingen, de OV-chipkaart, de poortjes zelf en mismatches tussen de IT en de werkelijkheid.

De poortjes doen precies hetzelfde als de paaltjes, maar dan anders. Ze hebben natuurlijk een automatisch deurtje en samen met glazen en echte muren delen ze het station op in een deel verbonden met de treinen, waar een geldig vervoersbewijs nodig is, en een deel verbonden met de rest van de wereld. Ze vormen een barrière waarvan het de bedoeling was dat u er niet langs kan.

Groene pijlen en rode kruizen geven aan welke poorten van die zijde respectievelijk wel en niet toegankelijk zijn. De pijlen wijzen naar de poort waar zij over gaan, de kruizen natuurlijk niet. Door dat laatste is het mij opgevallen dat het toch nog weleens fout gaat.

SAMSUNG CAMERA PICTURES
De pijlen en kruizen gaan altijd over de doorgang links ervan (groen), dus niet over de doorgang rechts ervan (rood). Dit werkt dus simpelweg tegen de leesrichting in.
SAM_2630.JPG
De groene pijlen zijn op zich duidelijk. U hoeft alleen nog maar te beseffen dat de kaartlezer voor een poortje recht boven de groene pijl zit. In het hand-met-kaartje-logo zit het handje weer rechts natuurlijk.

Als u dichtbij staat, ziet u de kruizen en pijlen niet meer en gaat het nog vaker fout. U kunt per ongeluk een poortje kiezen wat op dat moment dicht is voor die richting. Of u bent van de verkeerde kant.

SAM_2640.JPG
Als u voor een poortje staat moet u altijd de rechter kaartlezer gebruiken. Met de linker opent u het poortje links van u voor iemand anders die daarmee onterecht denkt in te checken. De groene pijl op de bak rechts wijst weliswaar naar links en zou als hint opgevat kunnen worden, maar die pijl ziet u nu niet meer. Dit gebruik van de rechter kaartlezer is voor veel mensen lastig. De meeste mensen zijn immers rechtshandig, dus hebben hun smartphone al in die hand.

Nog een verschil met de paaltjes is dat ze richting de treinen alleen maar inchecken en de andere kant op alleen maar uitchecken. Als u, voor de respectievelijke richting, al ingecheckt respectievelijk uitgecheckt bent, blijft u dat gewoon ook en gaat het poortje toch open. Hierdoor kunt u het gewoon niet meer fout doen! Als u in denkt te checken, maar u was het stiekem al en u kijkt niet naar het schermpje, dan merkt u dat dus niets eens. Simpel toch?

De poortjes dwingen dus af dat iedereen ingecheckt die zich op het perron begeeft en in de treinen instapt. op een perron is immers ook een “geldig vervoerbewijs” nodig. Een OV-chipkaart wordt als “geldig vervoerbewijs” wanneer er voldoende saldo op staat. U hoeft op het perron niet ingecheckt te zijn om een geldig vervoerbewijs bij u te hebben.

Vooral bij het uitchecken is het meestal toch wel verstandig om even op het schermpje te kijken, al is het maar om het overgebleven saldo te bekijken. Helaas moeten hier 3 stappen voor gevolgd worden.

SAM_2645.JPG
De 3 stappen bij het door een poortje lopen. Veel mensen blijken de 2ᵉ stap over te slaan, vooral bij drukte. Uiteraard staan er nog 10 mensen achter je die ook nog snel even willen uitchecken om hun bus te halen. Men slaat het lezen van het schermpje maar even over; de poort is immers toch al open (ook al is dat door de persoon die er vóóruit liep). Als het uitchecken mislukt piept de poort wel anders, maar de verschillende piepen worden niet herkent en de poorten piepen bij drukte allemaal door elkaar.

Scannen van QR-code

Er vindt nog steeds massale bomenkap plaats voor reizigers die niet gebruik maken van de OV-chipkaart. Deze reizigers hebben een kaartje met een QR-code erop.

QR-code
Een voorbeeld van een QR-code.

De reizigers die een dergelijk kaartje met een QR-code hebben, hebben geen reet te maken met dat hele OV-chipkaartsysteem, dus ook niet met de poortjes. De poortjes hebben geen USB-aansluiting voor een memory-stick met een PDF-bestand erop, dus vandaar dat de kaartjes massaal geprint moeten worden. Niet alle poortjes kunnen deze kaartjes scannen. De reizigers met deze kaartjes zijn vaak buitenlanders en hebben vaak grote moeite met het vinden van een geschikt poortje.

SAM_2698.JPG
Dit poortje kan ook QR-codes scannen. Een stickertje geeft het ook aan. Dat wist u nog niet. Dat ziet namelijk ook niemand, want het zit helemaal op het deurtje en het zit hoog terwijl de reiziger naar beneden aan het kijken is. De scanner is van glas, wat natuurlijk heel logisch is.
SAM_2699.JPG
Een “trein”-stickertje geeft hier aan dat dit poortje geen QR-codes scant. Is niet logisch, maar ziet ook nog steeds niemand, dus maakt niet uit. Dit is een simpele OV-chipkaartscanner, dus die hoeft niet van glas te zijn, wat weer wel logisch is.

De QR-code kaarten onthouden geen saldo of al dan niet ingecheckt zijn en dat is ook niet van belang. Met zo’n kaartje kunt u dus schaamteloos vlak achter OV-chipkaartreizigers aan door een poortje lopen of bij dichte poortjes schaamteloos uw hordeloop-skills testen.

Soms toch niet bruikbaar

Vanaf Enschede (Nederland) is het mogelijk om naar nóg verder weg van de randstad te reizen, bijvoorbeeld naar station Enschede de Eschmarke (Nederland). Het openbaar vervoer heeft hier gewoon de vorm van een trein en die rijdt tot daar geheel door Nederland.

De Eschmarke
Dit complete gebied in één foto: Wat bomen, één perron en één spoor. U ziet duidelijk dat er links geen OV-chipkaart paaltje staat en u ziet het rare logo op de trein. U voelt het vast al aankomen. (Foto: youtube.com, waar iemand ooit de moeite nam een filmpje van dit fenomeen te plaatsen)

Op dat stuk spoor is de Deutsche Bundesbahn (DB) de vervoerder en voor die paar kilometer dat die door Nederland rijden gaan die natuurlijk echt niet meedoen met dat toverachtige OV-chipkaartsysteem. Wilt u een kaartje kopen naar dit station gaat u maar naar nsinternational.nl of u leert maar even Duits en koopt een Duitstalig kaartje bij de Duitstalige automaat op het Nederlandse station Enschede (centraal). Maar goed, voor de rest kan alles in Enschede met de OV-chipkaart.

Dikke Adder onder het Gras

Tot zo ver was het dus allemaal heel logisch en simpel met de OV-chipkaart. Maar er is één grote, nare uitzondering die de reissensatie behoorlijk verziekt: U moet te allen tijde bij de juiste vervoerder ingecheckt zijn! Als u incheckt bij vervoerder A, u gaat reizen met een trein van een vervoerder B en u checkt weer netjes uit bij A, dan bent u betaald aan het zwartrijden.

Dat de OV-chipkaart zo werkt heeft uiteraard te maken met dat de vervoerders precies zou moeten toekomen wat ze verdienen en niet één van hun concurrenten. En ook al rijden verschillende vervoerders deels op dezelfde trajecten, zouden zij ook verschillende tarieven kunnen hanteren. Het is dus eigenlijk heel logisch.

Paaltjes en Poortjes per Vervoerder

Bij het inchecken met de OV-chipkaart geeft u (bewust of onbewust) aan bij welke vervoerder u incheckt door in te checken bij een paaltje of poortje die van die vervoerder is. Van welke vervoerder ze zijn, staat er gewoon op. Dus het is eigenlijk heel simpel.

SAM_2647 - kopie.JPG
Waar u op moet letten bij het kiezen van de vervoerder / vervoermaatschappij (groen): Het logo. U moet niet kijken naar bijvoorbeeld logo’s die aangeven om wat voor vervoer het gaat (rood), ook al lijken deze op een specifieke trein. U moet ook niet kijken naar de kleuren van de paaltjes, want die komt lang niet altijd overeen met de kleur van bijvoorbeeld de trein.
SAMSUNG CAMERA PICTURES
Ook bij de poortjes moet u letten op de logo’s (en namen) van de vervoerder (groen). Dit staat her en der, maar weer niet op de kaartlezer en niet altijd op het schermpje. Let wederom niet op de kleur van de poortjes.

Vaak is er op een station maar één vervoerder en zijn er dus alleen poortjes van die ene vervoerder. Of op een station zijn specifieke treinen in specifieke richtingen alleen maar te bereiken via poortjes van de specifieke vervoerder die die trein exploiteert. Zo leert u het dus nooit, want dan is het net iets te simpel. Voor u bij uw reis incheckt moet u al weten met welke vervoerder dit zal zijn.

SAM_2625.JPG
In Enschede begint uw treinreis eigenlijk hier. Op basis van alle storingen kunt u in eerste instantie beslissen of u de reis überhaupt wel gaat maken. Met het scherm recht ziet u welke treinen wél rijden en krijgt u een schatting wanneer die vertrekken inclusief de vertraging.
SAM_2627.JPG
Mocht u nog steeds alsnog toch besluiten om met een trein te gaan, staat de essentiële informatie voor de OV-chipkaart klein en kleurloos op dit scherm: de logo’s van de vervoerders van de treinen (groen).

Eenmaal aangekomen bij het perronspoor hoeft u slechts alleen nog maar net te weten waar u op moet letten.

SAMSUNG CAMERA PICTURES
Het scherm boven het spoor geeft even klein en kleurloos het logo van de vervoerder aan (groen). Dat dit scherm over een trein gaat zit in dat de trein op het dichtbijzijnste spoor staat (paars). Het gaat hier om een trein van het Blauwnet. Let niet op de kleur van de trein (toevallig blauw) en op logo’s op de trein zelf, want dat logo staat nergens op de trein.
SAMSUNG CAMERA PICTURES
In Enschede stond in de schermen boven de perrons altijd alleen een NS-logo, want dat was altijd de enige vervoerder. Die logo’s zijn in die schermen ingebrand als een SBS6-logo in de flatscreen van Tokkies. En iedereen denkt nu dat ze versiering zijn, maar deze waren dus altijd al essentieel bij het gebruik van de OV-chipkaart.

Maar dus in Enschede moet u kiezen tussen twee vervoerders: NS of Blauwnet. Ha! Gefopt! Blauwnet is eigenlijk geen vervoerder, maar een samenwerkingsverband, maar dat kan die OV-chipkaart dan weer niks schelen! De samenwerking gaat helaas nog net niet dusdanig ver dat er in Enschede maar één vervoerder over blijft.

Hoe herken ik Blauwnet? Heel simpel: alle regionale treinen die bij Blauwnet horen, zijn blauw.” Ha! Gefopt! Ze zijn eigenlijk blauw met wit, zoals de treinen van de NS blauw met geel zijn. Dus, om de treinen te herkennen kun je beter naar het logo op de trein zelf kijken, zoals bij de treinen van de NS. Weer gefopt! Er staat alleen een logo op van een vervoerder waarvan u niet wist dat die aan het samenwerkingsverband meedoet.

Vanaf Enschede rijden de treinen van de NS en Blauwnet tot Wierden op hetzelfde spoor, dus als je vóór die plaats uitstapt en uitcheckt maakt het natuurlijk niets uit. Ha! Weer gefopt! Het was nou net het punt hier dat het dus niet zo simpel werkt.

Maar dus het leuke is dat je tot Almelo nu echt kunt kiezen tussen concurrerende vervoerders op basis van prijs. Ha! Weer gefopt! De NS en Blauwnet hebben dezelfde tarieven. Of, nou, soms scheelt het een cent, kijk zelf maar!

Samenvattend komt het er in Enschede richting Almelo dus op neer dat u moet kiezen tussen een vervoerder en een nep-vervoerder om te voorkomen dat u betaald zwartrijdt, terwijl dit voor de route, prijs en tijd verder niets uitmaakt.

Overstappen

De OV-chipkaart is dus bruikbaar voor alle bussen, treinen, schepen, trams, etcetera van alle vervoerders. Als u dus overstapt hoeft u zich elke keer alleen maar opnieuw af te vragen of die bus, trein schip, tram, etcetera van dezelfde of een andere vervoerder of vervoerderssamenwerkingsverband is. Als die van een andere vervoerder is, wordt het uitchecken bij de ene en inchecken bij de andere. Hier staan vaak specifieke overstappaaltjes voor op bijvoorbeeld perrons.

SAM_2647.JPG
De beweging die u maakt met uw kaart en wat u in de schermpjes ziet bij overstappen van bijvoorbeeld vervoerder NS naar Blauwnet (paars). Dit is ook waarom de paaltjes zo dicht bij elkaar staan.

In de korte tijd dat u uitgecheckt bent bij de ene en nog niet ingecheckt bij de andere vervoerder, staat u niet-ingecheckt binnen de OV-chipkaartzone van het station. Dit is dus echter geen probleem, aangezien een kaart met voldoende saldo al een “geldig vervoerbewijs” is.

Dubbel Inchecken

Volgens de OV-chipkaart ben u in staat te reizen met twee verschillende soorten vervoer tegelijk. Of bijvoorbeeld in twee treinen tegelijk, ook als deze van verschillende vervoerders zijn. Het is ook logisch dat wanneer u met twee treinen tegelijk reist, de OV-chipkaart niet af gaat dwingen dat die van dezelfde vervoerder zouden zijn.

Als u met uw OV-chipkaart incheckt bij de NS, bijvoorbeeld via een poortje, kunt u doodleuk inchecken bij een overstappaaltje van Blauwnet. U heeft weliswaar €30 instapgeld nodig, maar de OV-chipkaartpaal zegt doodleuk slechts “ingecheckt”. Als u vervolgens naar Almelo reist met een trein van de NS en daar bij de NS uitcheckt, betaalt u bij de NS de normale prijs en bij Blauwnet de hoofdprijs voor het niet uitchecken.

Wanneer u uitcheckt via een poortje, checkt u automatisch uit bij alle vervoerders waar u op dat moment ingecheckt bent. Gefopt! Zo simpel is het natuurlijk ook weer niet. Het poortje (of de paal) checkt u alléén uit bij de vervoerder waarvan die is.

Dus alle apparatuur van de ene vervoerder kan niets lezen over gegevens over inchecken, reizen en uitchecken bij andere vervoerders om privacy redenen. Nogmaals gefopt! Probeert u via een poortje van bijvoorbeeld de NS uit te checken en u bent alléén bij Blauwnet ingecheckt, dan geeft dit poortje in zijn schermpje aan: “Andere vervoerder”! Dus hier weet de poort ineens wél van een andere vervoerder.

Waar u vooral Niet op moet Letten

Bij het gebruik van de OV-chipkaart zijn er een aantal dingen, van vooral de NS, die een verkeerd beeld van de OV-chipkaart geven, waar u dus vooral niet op niet letten. Dit begint al bij de automaten.

Bij de Automaat

SAM_2688.JPG
Er zijn ook automaten met een NS-logo. Hier moet u bij normaal gebruik van uw kaart niet op letten. Er staat ook een NS-logo in de welkomsttekst in het scherm van alle automaten. Hier moet u ook niet op letten; het staat er slechts omdat het station van het aparte bedrijf nsstations.nl is.

Alleen de automaten met een NS-logo kunnen ook NS-specifieke producten leveren. Dit zijn natuurlijk de OV-chipkaart zelf en de losse kaartjes.

Op de OV-chipkaart

De OV-chipkaart zelf is uiteraard een NS-specifiek product. Deze kaart is immers simpelweg bij alle vervoerders voor alle soorten vervoer te gebruiken. Dus het is zo heel logisch dat een reis met een trein van Blauwnet met een nieuwe OV-chipkaart begint bij een automaat met een NS-logo.

SAM_2693.JPG
Aan de voorkant is deze kaart een mooie kaart, neutraal tegenover elke vervoerder. Duidelijk en simpel.
SAM_2692.JPG
Aan de achterkant staan nog een aantal NS-specifieke dingen waarvan u alleen maar hoeft te leren deze te negeren.

De Losse Kaartjes

De losse kaartjes zijn een NS-specifiek product. Deze kaartjes hebben weliswaar productiekosten van centen per stuk, maar daarvoor betaalt u dan ook €1 extra. U kunt er natuurlijk niet mee met reductie reizen. U moet van tevoren aangeven voor waarheen het kaartje is en het kaartje is alléén op de dag van aankoop geldig.

U kunt losse kaartjes kopen die werken met één specifieke vervoerder, die u dan dus van tevoren aan staat te geven bij de automaat. U kunt ook een “vrije route” kaartje kopen, die bij alle vervoerders geldig is. Deze is even duur, maar dat is natuurlijk logisch, want de vervoerders hebben dezelfde tarieven. Maar omdat het andere tarieven zouden geweest kunnen zijn is het heel logisch dat de automaat al deze keuzes nog geeft.

Als u vanaf Enschede reist en u wilt met een los kaartje naar Enschede Kennispark, het is zaterdag en u koos voor de NS als vervoerder, dan heeft u pech gehad. Er stoppen wel sprinters van de NS op dat station, maar die rijden alleen doordeweeks in de spits en tegen die tijd is uw losse kaartje alweer verlopen.

Verdwaalde Paaltjes

Wanneer u over een treinstation loopt en u een OV-chipkaartpaaltje tegenkomt, wil dat niet automatisch zeggen dat het ook op zijn plaats is ergens te gaan inchecken. Blijf bij: Eerst kijken welke trein en dus vervoerder het wordt, dan inchecken, dan reizen.

SAMSUNG CAMERA PICTURES
Deze paal van Blauwnet staat bij spoor 4B van station Enschede en is volstrekt overbodig en waardeloos. Ook het personeel op het station heeft geen idee waarom deze zijn geïnstalleerd. Vanaf spoor 4B kunnen alléén treinen van de DB rijden en die werken niet eens met OV-chipkaarten. De treinen van Blauwnet kunt u daarentegen alléén via poortje van de NS en Blauwnet bereiken. Aangezien u daar dus ook, als het goed is, incheckt of uitcheckt, is hier zowel inchecken als uitchecken onnodig. Het enige nut wat ik kan bedenken: Als u via een NS-poortje incheckt en dan via een overstappaaltje dubbel incheckt bij Blauwnet en weer uitcheckt via een NS-poortje, dan kunt u dit paaltje gebruiken om uw dubbele inchecken bij Blauwnet te annuleren. U moet wel compleet gestoord zijn om dat ook daadwerkelijk te proberen. Ik heb het geprobeerd en het werkt inderdaad prima!

Zwartrijden

U kunt gewoon inchecken via een poortje en bij een overstappaaltje van dezelfde vervoerder het inchecken weer annuleren. Als u zich met gepast geweld of gepaste acrobatiek naar de andere zijde van de poortjes werkt valt dat alleen maar onnodig op! Zodra controleurs u rustig door een poortje zien lopen wat zonder protest open gaat, is er niets aan de hand.

Zolang u uw OV-chipkaart niet daadwerkelijk gebruikt om te reizen en er staat genoeg saldo op, is dit voor alle perrons een geldig vervoersbewijs tot het einde van de houdbaarheidsdatum van de kaart. U bent pas beboetbaar wanneer u in een trein gaat zitten zonder inchecken en deze trein gaat rijden. Bij het aankomststation kunt u hetzelfde andersom doen: Eerst inchecken bij een overstappaaltje en vervolgens netjes uitchecken via een poortje van dezelfde vervoerder. Dit hoeft uiteraard niet dezelfde vervoerder te zijn als bij het vertrekstation.

Samengevat kan men door de overstappaaltjes dus met een OV-chipkaart met voldoende saldo dus eindeloos gratis door de poortjes lopen. Al met al is zwartrijden dus weer gereduceerd tot dezelfde kunst als wat zwartrijden vóór de dagen van de OV-chipkaart inhield: Het ontlopen van de conducteurs. Maar met de OV-chipkaart waren toch minder controleurs nodig??

Crazy Sequential Representation: Numbers from 0 to 11111 in terms of Increasing Order of 1 to 8

Question: Can we represent the numbers 0 to 11111 with an expression in terms of 1 to 8 and in which these terms are combined with just a few arithmetic operators (beside addition and multiplication)? And what are these operators?

A Short Answer: Yes, especially when adding the factorial! Then most can be found, but for more division is necessary and then all but 8 can be found. For these 8, when subtraction is added, all but 10462 can be found. When both division and subtraction are added, that last one can also be found.

A Long Answer: All numbers (1 to 11111) and their representations follow below:

Lees meer »

Democratische Monarchie Nederland

Nederland is een democratisch land en de Koning(in) heeft slechts een ceremoniële rol, toch? Nou, dat de Koning slechts een formele rol heeft of zelfs alléén lintjes knipt heeft u wellicht op school gehoord en dan bent u effectief geïndoctrineerd. Dat laatste is eigenlijk alleen in Zweden zo. Volgens Wikipedia is Nederland “een parlementaire democratie onder een constitutionele monarchie, een staatsvorm waarbij de macht gedeeld wordt door de koning(in), de ministers (onder wie de minister-president) en de twee kamers van het parlement“. Oftewel de constitutionele monarchie staat boven het parlement. Dat er ook macht ligt bij de ministers en eerste en tweede kamer is door de grondwet vastgelegd. Laat mij nou eens wat feitjes uit verschillende bronnen bij elkaar brengen en vervolgens mijn vrijheid van meningsuiting exploiteren.

Democratie

Nederland is verder wel democratisch, toch?

Geschiedenis

Het is 1848 en na een lang verhaal is uiteindelijk Willem II aan de macht. Die zag hoe dat jaarLodewijk Filips I van Frankrijk werd afgezet en andere Europese vorsten met geweld tot concessies werden gedwongen”. Uit angst voor zijn eigen positie had Willem II een nieuwe grondwet laten schrijven door Thorbecke en die hebben we nu nog. Hierin is de vorm van de democratie vastgelegd. Wat onbaatzuchtig van Willem II om zo al zijn macht weg te geven, niet? Of was dit juist een briljante stap om toch veel macht te kunnen behouden door niet afgezet te worden? Zijn zoon Willem III vond dit in eerste instantie niets, maar schikte er later maar bij in, ook al “bleef die wel proberen om regeringen te vormen die afhankelijk waren van zijn ondersteuning“.

Kamers

Twee kamers der Staten-Generaal vormen de wetgevende macht in dit land, maar vreemd genoeg nog wel samen met de regering.

De Tweede kamer kent u wel. Iedere 4 jaar worden de leden daarvan direct gekozen en die leden mogen nieuwe wetten aandragen en erover stemmen. Ook “worden ministers er ter verantwoording geroepen voor hun beleid” en een “minister of kabinet kan niet aanblijven zonder het vertrouwen van (een meerderheid in) de Tweede Kamer“, maar dit geldt niet naar de vorst toe.

De wetten die door de Tweede kamer worden aangenomen, moeten vervolgens eerst nog goedgekeurd worden door de Eerste kamer. Die heeft daarmee dus het laatste woord ofwel de feitelijke macht over welke wetten er worden aangenomen en dus niet de Tweede kamer.

De Eerste kamer werd vanaf de oprichting in 1815 altijd gezien als het “bolwerk van de Kroon“. Aanvankelijk mochten er alleen rijke mannen lid van worden, maar de eisen zijn in de loop der tijd naar beneden bijgesteld. In 1918 zijn er nog stemmen opgegaan om de Eerste kamer af te schaffen, maar dat is verworpen door de Eerste kamer.

Hoe de leden van de Eerste kamer worden gekozen is een beetje obscuur. Ze “worden gekozen door de leden van de twaalf Provinciale Staten” en die leden worden weer gekozen door het volk, zoals straks in maart weer. Maar waar kunnen die leden uit kiezen? Om te bepalen wie de kandidaten worden blijkt iedere landelijke partij weer zijn eigen commissie te hebben. De lijsten met kandidaten kunnen (tussen 9:00 en 17:00) worden ingeleverd bij de kiesraad die ze gaat “controleren“. Die kiesraad is weer een “zelfstandig bestuursorgaan” is, gevormd door 7 leden die weer gekozen worden door de regering. Die leden hebben zelf ook weer in de eerste kamer gezeten, zijn burgemeester geweest, was een lid van het KNAW (dit verving ooit een Koninklijk Instituut) of ze zijn gewoon totaal onbekend. De leden van de Eerste kamer zijn voornamelijk hoogleraren, oud-ministers, ex-leden van raden van bestuur, burgemeesters, et cetera. Al met al blijft hoe die mensen in die kamer zijn gekomen een dubieuze en vooral interne aangelegenheid.

De leden van de eerste kamer staan bekend om hun vele nevenfuncties, waar ze alle tijd voor hebben. Deze functies kunnen niet veel invloed hebben op het stemgedrag van de Eerste kamer als geheel. Leden kunnen voor ieder besluit slechts één stem uitbrengen tegenover meerdere nevenfuncties. Bovendien is er niet één organisatie of bedrijf waarbij een meerderheid van de leden een nevenfunctie heeft. Wat hebben deze nevenfuncties dan wel voor gevolg? Eventuele vermoedens over hun stemgedrag worden in ieder geval in vele richtingen afgeleid c.q. diffuus gemaakt.

Regering

De regering is de uitvoerende macht van dit land en wordt gevormd “door de koning en de ministers“. De ministers vergaderen (bijna) altijd zonder de koning en deze ministerraad wordt voorgezeten door een door diezelfde regering gekozen minister-president. Niet dat de Koning geheel buiten spel staat: “De Koning krijgt de notulen van de ministerraad, dus hij weet altijd wat daar wordt besproken. Verder bezoeken ministers de Koning regelmatig om bij te praten en de minister-president doet dat zelfs iedere week (als regel op maandag). Of hij bij deze gelegenheden invloed of druk uitoefent op het te voeren beleid is niet bekend. Er wordt wel gesteld dat de Koning het recht heeft om door zijn/haar ministers geïnformeerd te worden en hen mag bemoedigen en mag waarschuwen.

Wanneer de regering een besluit neemt word dit trouwens grappig genoeg ook wel een “koninklijk besluit” genoemd, maar deze term hoor je bijna nooit. Op Wikipedia staat daarover de volgende hilarische zin:

“Hoewel de koning als eerste het besluit ondertekent, wat de indruk kan wekken dat hij persoonlijk achter het besluit staat, is hij niet zelf verantwoordelijk.”

Tot 2005 stond hier trouwens:

“Een Koninklijk Besluit is de manier om aan te geven dat een besluit een officiële inhoud heeft. Hoewel het formeel een besluit van de Koning is, gaat het in de praktijk om besluiten van de ministers, omdat die politiek verantwoordelijk zijn.”

hoe dan ook staat hier met andere woorden: geen enkel besluit van de regering is geldig zónder een handtekening van de Koning en die handtekening moet ook als eerste gezet worden. Vreemd is de term “koninklijk besluit” dus wellicht niet.

De regering kan, feitelijk wanneer ze dat maar willen, de kamers ontbinden, wat wordt gevolgd door nieuwe verkiezingen komen.

Als er voor een regering of kabinet een status verzonnen wordt als ‘demissionair’, ‘romp-‘ of ‘interim-‘ maakt helemaal niets uit. Uiteindelijk kan een regering altijd overal over blijven beslissen en blijkt dat in de praktijk ook in allerlei vormen voorgekomen te zijn. Het is slechts een soort ‘gewoonte’ om geen ‘controversiële besluiten’ te nemen. Waarschijnlijk alleen maar om protest onder het volk te voorkomen.

Het uiteindelijke ontslaan en aannemen van Ministers zijn ook weer koninklijke besluiten. “De beëdiging van nieuwe ministers en staatssecretarissen gebeurt wel in handen van de Koning.

Na de formatie moeten Ministers en Kamerleden de eed afleggen waarin zij letterlijk zweren niet corrupt te zijn en trouw te zijn aan de Koning. Schending hiervan is meineed en daar staat gevangenisstraf op. Ministers kunnen tijdens hun ministerschap kiezen tussen de Koning trouw zijn of gevangenschap.

Raad van State

Verder is er nog zoiets als een Raad van State wat “advies” geeft aan de Tweede kamer en rechtspreekt bij geschillen tussen overheid en burger. Na ieder advies wordt een zogeheten “Nader rapport” naar de Koning gestuurd. Wie de leden zijn wordt bepaald door de regering (Koning en Ministers). Máxima zit in de raad en Amalia vast ook als ze 18 wordt. Voor de samenstelling geldt wettelijk in ieder geval:

  1. De Raad van State bestaat, buiten de Koning als voorzitter, uit een vice-president en ten hoogste tien leden.

  2. De vermoedelijke opvolger van de Koning heeft, nadat zijn achttiende jaar is vervuld, van rechtswege zitting in de Raad.
  3. Bij koninklijk besluit kan ook andere leden van het koninklijk huis wanneer zij meerderjarig zijn, zitting in de Raad worden verleend.
  4. De leden van het koninklijk huis die zitting in de Raad hebben, kunnen aan de beraadslagingen deelnemen, doch onthouden zich van stemmen.

Geen idee waarom leden van het koninklijk huis hier in het bijzonder genoemd worden. Iedereen kan toch lid van die club worden? Of niet? Hoe dan ook moeten alle leden eerst weer de eed afleggen (en dus trouw zweren aan de Koning). Als de Koning zou komen te overlijden neemt de raad het volgens de grondwet van hem over tot er een nieuwe Koning is “gekozen”.

Formatie

Na de verkiezingen voor de Tweede kamer gaat er een nieuwe coalitie gevormd worden. Dat en hoe dit moet gebeuren, daar zijn helemaal geen wetten voor, dus laat staan dat dit grondwettelijk is vastgelegd. Dit gaat via (in)formateurs en vindt vooral in achterkamertjes plaats, gaat tegen alle democratische principes in, er worden bizarre besluiten bij genomen en uiteindelijk wordt er een coalitieakkoord geschapen. Partijen, waar méér dan de helft van de bevolking op heeft gestemd, moeten dit voor 4 jaar als ultieme concessie accepteren en daarmee allerlei beloftes die ze kiezers hebben gedaan direct overboord gooien. De 4 jaren van regeren erna gaan louter om het uitvoeren van het regeringsakkoord waarbij geen enkele kiezer inspraak had tijdens het samenstellen.

De Koning heeft zogenaamd niets te maken met de formatie, maar “wordt de Koning gedurende het hele proces wel geïnformeerd door zijn vaste adviseurs en de informateur(s) en formateur“, wat wel heel vreemd is voor iemand die zogenaamd niets met die formatie te maken heeft.

Er zijn dus vele alternatieven voor het vormen van regeringen ofwel het aanstellen van ministers en voor een alternatief hoeft er niet eens een wet aangepast te worden. Voordeel van dit alternatief is natuurlijk wel dat de suggestie wordt gewekt dat de ministers indirect ook ‘gekozen’ zijn en het coalitieakkoord op zijn beurt weer door ‘gekozen mensen’ is samengesteld.

Sinds 2012 worden de informateurs niet meer benoemd door de Koning, maar door de Tweede kamer. Iedereen droomde dat de formatie nou eindelijk eens echt zonder de Koning zou plaatsvinden, maar na hun verkiezing gingen de informateurs vrij snel alweer voor een “beleefdheidsbezoekje” naar de Koningin, waar iedereen weer van over de zeik was.

Burgemeesters

Burgemeesters werden tot 2018 nog aangesteld door de regering. Dus de gemeente mocht een kandidaat aandragen, maar de regering moest het altijd nog eerst goedkeuren. Er wordt echter gewerkt richting een anders verkozen burgemeester.

Belangen van de Koning

Het is begrijpelijk dat de Koning zijn positie in dit land in de eerste plaats graag wil behouden. Waar nodig wordt de macht gebruikt om die positie te behouden. Wat u massaal zit te klagen en schelden via bijvoorbeeld GeenStijl of Facebook interesseert hem uiteraard geen ene hol. Maar als er een miljoen gele hesjes tegelijk naar Den Haag zouden komen en de politiemachten zouden overmeesteren, dan is het spel gewoon uit en dat moet dus koste wat het kost voorkomen worden.

De Koning en al zijn vriendjes verdienen er goed aan door op de positie te zitten waar ze zitten en daar gebruik van te maken. Daarmee zijn ze dus gebaat bij c.q. hebben ze er belang bij dat het economisch goed gaat met Nederland en dat iedereen netjes zijn belasting betaald. Ook de rest van de elite moet netjes betaald worden via bijvoorbeeld hypotheekrente.

Als mensen veel geld hebben gaan ze daar in eerste instantie vooral leuk van leven. Als daarbij ook je woning en personeel door de staat vergoed wordt, zou er af en toe nog weleens wat geld over kunnen blijven. Wat gaat men dan doen? Investeren … nog meer investerenaandelen kopen … voor het Koningshuis is dat niet anders. Op januari 2018: “Koningin Wilhelmina had naar verluid ooit 25 procent van de aandelen van Shell. Zover bekend is dat belang nooit verkocht. Wel bestaat de kans dat het aandelen pakket in stukken van kleiner dan vijf procent is gehakt. Want als iemand minder dan vijf procent van de aandelen van een bedrijf bezit, hoeft dat niet openbaar te worden gemaakt.” Vervolgens de April erna: “Koning heeft geen aandelen Shell“, maar blijkbaar heeft zijn moeder nog wel: $200 aan aandeelwaarde? Hoeveel procent was dat in 2011? Hoe de rijkdom nu ook verdeeld moge zijn, u snapt natuurlijk wel dat die aandelen niet op straat uitgedeeld zijn.

Naast het verhaal van de aandelen blijft iedereen zich verbazen over waarom “het kabinet” toch steeds meegaat met de wensen van multinationals.

Regeert de Koning?

De Koning zou een land nooit alléén kunnen regeren, simpelweg omdat dat te veel werk is. Hij heeft altijd hulp bij nodig van vriendjes die zijn directe onderdanen zijn. Je zou die vriendjes ook “adviseurs” of “ministers” kunnen noemen. Die lui vergaderen vanzelfsprekend met elkaar en deze vergaderingen heette aanvankelijk de Raad van State, maar sinds 1842 zitten ze apart in de Ministerraad. De Koning vormt samen met de ministers de regering en dus uitvoerende (en ook wetgevende) macht van dit land. Omdat de Koning ook het laatste woord heeft over de benoeming van de ministers zelf is hij (formeel) eindverantwoordelijk voor uitvoerende (en wetgevende) macht.

Af en toe komt er in de politiek discussie over dat het koningschap puur ceremonieel zou moeten zijn. Dit werd vooral begonnen en aangezwengeld door leden van de tweede kamer die nooit minister, fractievoorzitter burgemeester waren (en gek genoeg ook nooit méér werden). De meeste gaan dit soort discussies angstvallig uit de weg.

Voordelen Vast Staatshoofd

In echte democratieën zoals die van de Balkan kunnen nog weleens politieke patstellingen ontstaan. Daarbij zijn alle partijen het met alles oneens, dus er gebeurd niets meer en het land wordt onregeerbaar. In Nederland heeft een coalitieakkoord hetzelfde effect en ik kan nergens uit afleiden dat dat niet zonder de vorst tot stand kan worden gebracht.

Een vorst die lang aan de top staat van een land heeft waarschijnlijk wel een voordeel bij het opbouwen van langdurige, degelijke (koninkrijks)relaties met andere landen en bedrijven in het buitenland. Een Oranje-expert:

“In hoeverre is zo’n contract van een bedrijf terug te leiden op het feit dat de koning mee was met een handelsmissie? Ik heb dat wel eens nagebeld, en toen kwam naar voren dat zo’n contract vooraf al grotendeels uitonderhandeld was. Het is vooral een mooie gelegenheid om te ondertekenen, voor de foto.”

Waar kan uit afgeleid worden dat onderhandelingen niet beter door een expert gedaan kunnen worden (die korter in de positie zit daarvoor), dan iemand die toevallig het eerste kind is van de goede ouders?

Stel dat de politieke invloed van de Koning op een of andere manier verdwijnt, dan zou een volgende stap kunnen zijn om de parlementaire democratie om de zetten in een directe democratie. Bijvoorbeeld zoals ooit voorgesteld door Maurice de Hond. Dit zou de kloof tussen politiek en burgers heus verkleinen, maar hoe werkt het dan met impopulaire maatregelen? Regering: “We moeten de belasting verhogen.” Volk: “Nee.” En dan? Dat wordt een puinhoop die geen enkel volk verdient. Wellicht kan democratie wel wat directer via referenda?

Het Referendum

Een referendum kan democratie directer maken, zeker wanneer het bindend is. Een raadgevend referendum was er al een tijdje. Een bindend referendum is in 1999 bijna aangenomen, maar werd weggestemd in de Eerste Kamer. Dit gebeurde in de Nacht van Wiegel, vernoemd naar Hans Wiegel die oud-minister is en dus een bekende van het Koningshuis.

Raadgevende referenda zijn nooit veel gehouden en als het werd gehouden liep alleen al het organiseren ervan niet lekker. Op deze raadgevende referenda is nooit iets uitgedaan, dus het netto-effect van die referenda was dat het slechts de geloofwaardigheid van de democratie verminderde. Recent is het referendum definitief afgeschaft, dus i.p.v. de democratie directer maken, werd die alleen maar minder direct gemaakt.

AIVD

Stel ik zou een stuk papier pakken en er een kop op zetten als: “Grondwet”. Vervolgens komt regel 1: “Josbert Lonnee is de absolute leider van dit land”. Ik mag toch wel hopen dat u mij dan recht in het gezicht uit zou lachen. Toch werkt macht feitelijk in geen enkel land anders. Hoeveel er ook op papier wordt gezet, dat dat rechtsgeldig is moet te allen tijde bekrachtigd worden door de mensen aan de top van het land. Alléén de vorst is niet voldoende; ook mensen in de regering en aan de top van machtige organisaties van het land moeten bij de club horen van mensen die trouw zijn aan de vorst. Zo gaat het om de top van bijvoorbeeld politie, leger, AIVD, ministeries, bepaalde nutsbedrijven, maar ook om fractievoorzitters en lijsttrekkers van grotere politieke partijen.

Mensen die een hoge positie gaan bekleden moeten weliswaar die eed afleggen, maar voor of ze de Koning werkelijk trouw zijn kan het beste naar hun achtergrond en geschiedenis gekeken worden. Voor of ze samen complotten tegen de macht aan het vormen zijn kunnen ze het beste in het geniep in de gaten gehouden worden.

Als er een apart orgaan was geweest wat verantwoordelijk was voor of de hoge club de vorst nog wel trouw is, dan zou dit teveel opvallen en verdenkingen en protest op zich nemen, zeker als het “het instituut ter voorkomen van afzetten van de Koning” zou heten. Werknemers ervan zouden teveel opvallen en in een kwaad daglicht kunnen komen te staan. Het is veel handiger om dit orgaan samen te voegen met organen die een taak hebben waarvan men verwacht dat die in het geniep plaatsvinden. Zo was er eerst de “Generale Staf”, dit werd de “Centrale Inlichtingendienst” en toen weer “Bureau Inlichtingen”. Dat werd met de “Politiebuitendienst” samengevoegd tot het “Bureau Nationale Veiligheid”. Er was een “Binnenlandse Veiligheidsdienst” en een “Buitenlandse Inlichtingendienst”, maar die werden ook weer samengevoegd en het resultaat werd uiteindelijk omgedoopt tot de “Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst”. Misschien wordt deze nog samengevoegd met de MIVD?

Het grappige is nu uiteindelijk dat de AIVD als “dienst” het stempel “algemeen” krijgt, terwijl het bijvoorbeeld niet direct om uw “veiligheid” gaat: na een misdrijf mag u naar de politie toe om een aangifte op de grote stapel te laten leggen. Om uw of mijn inlichtingen gaat het ook niet; mij vertellen ze in ieder geval nooit wat. Van de 5 “algemene” taken die de AIVD heeft zijn de eerste twee:

  • A-taak: Het verrichten van onderzoek naar organisaties en personen die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor de democratische rechtsorde, de veiligheid van de staat of voor andere gewichtige belangen van de staat;
  • B-taak: Het verrichten van veiligheidsonderzoeken naar kandidaten voor vertrouwensfuncties (deze taak is apart uitgewerkt in de Wet veiligheidsonderzoeken);

Of de AIVD de Koning zelf in de gaten houdt is nog maar de vraag, alleen al omdat die door de grondwet als onschendbaar is aangemerkt.

Conclusie Democratie

Het enige middel waarmee het volk min of meer direct macht uit kan oefenen, zijn de moties die de Tweede kamer kan indienen jegens Ministers, niet de Koning. Maar dit gaat juridisch nog steeds eigenlijk helemaal nergens over. De motie kan weliswaar het predicaat “wantrouwen” of “treurnis” o.i.d. krijgen, maar veel maakt het niet uit. De Tweede kamer kan geen Minister ontslaan, geen wet afdwingen en al helemaal niets doen tegenover de vorst. Dus waarvoor is die democratie dan wel?

Effect

De huidige democratie zoals vastgelegd in de grondwet is ooit mede-bedacht door het Koningshuis en is eigenlijk de ultieme vorm van “verdeel en heers“. Zoals één van drie partijen, wanneer die de twee anderen tegen elkaar opspeelt, zelf buiten schot blijft en zo regeert, maar dan met net zoveel partijen als het volk zelf wenst. Ontevredenheid over besluiten aan de top is er altijd geweest, zal er altijd zijn en wordt wellicht nog veel meer en massaler. Echter wordt door de democratie die ontevredenheid afgeleidt richting de politieke partijen die het eens waren met de besluiten.

Als er gekeken wordt naar mensen die de besluiten uiteindelijk nemen is het nogmaals “verdeel en heers”.  Zo is het een leuke om te stellen dat de “politieke verantwoordelijkheid” uiteindelijk ligt bij de ministers. Die verantwoordelijkheid ligt in ieder geval niet bij het staatshoofd; de Koning zou geen politicus zijn en die verantwoordelijkheid dus niet kunnen hebben, ook al wil die dat trouwens wel. Zo ligt alle verantwoordelijkheid bij vervangbare mensen. Een Koning zou er voor zichzelf verstandig aan doen om zijn politieke invloed te minimaliseren tot dat wat nodig is om zijn positie en inkomen veilig te stellen. Voorts is het in zijn belang om die minimale invloed buiten beeld te houden voor het plebs.

Wanneer vervangbare politici zoals ministers via “hun verantwoordelijkheid” teveel onvrede hebben afgevangen en te ongeloofwaardig geworden zijn kunnen zij gewoon in de baantjescarrousel gezet worden en een andere er uitgehaald worden. Vervolgens blijft die even buiten beeld voor het plebs, totdat die hem of haar grotendeels vergeten. Alleen met een staatshoofd kan dit niet.

Rol

Over Nederland wordt veelal de indruk gewekt dat het een democratie is met een ceremonieel of formeel koningschap. Ceremonieel is het volgens de wetten sowieso niet en in de praktijk blijkt het ook zeker niet puur formeel te zijn. Nederland is een monarchie met een formele democratie. En het ergste is nog dat dat niet per se geklaag is van iemand die bijvoorbeeld niet meer in de democratie gelooft, maar dat het gewoon grotendeels grondwettelijk is vastgelegd. Een veel gebruikte klacht is dat de politiek een poppenkast is en ik kan eigenlijk nergens uit afleiden dat dat niet zo is. Iedere natie krijgt de regering die het verdient

Vertrouwen

De verdeel-en-heers tactiek via de democratie werkt alléén zolang de geloofwaardigheid c.q. het vertrouwen in democratie zelf, dus in het politieke systeem in stand blijft. Gezien de opkomst voor bijvoorbeeld de verkiezingen voor de Tweede Kamer zit dat wel snor. Voor zover er wantrouwen in de politiek is, is dat sowieso bijna nooit te verklaren a.d.h.v. dat de vorst zich er teveel mee bemoeid.

Verder is er wel wantrouwen in politiek zelf en daar lijken steeds meer redenen voor te komen. Alle echte problemen zijn in dit land al lang opgelost, dus daar gaat het allang niet meer over. Er zijn alleen nog problemen over waarvoor geen politiek correct antwoord meer voorhanden is, dus waar een meerderheid van de bevolking achter staat.

  • Iedereen wil een beter milieu en geen klimaatverandering, maar niemand wil er teveel voor betalen.
  • Iedereen wil 100 jaar oud worden, een hoog pensioen vanaf 55 jaar én eindeloze zorg, maar daar wil niemand teveel voor betalen.
  • Niemand wil zien hoe zijn woonomgeving islamiseert en hoe vele niet-westerse migranten hier permanent in de uitkering belanden. Maar kernmacht Saudi-Arabië voor het hoofd stoten, een wereldoorlog uitlokken en hier een complete chaos veroorzaken wegens onbetaalbaar wordende olie is ook niet bepaald een optie.
  • Iedereen wil dat mensen dit land uitgezet worden die hier niets te zoeken hebben, maar niemand wil daarmee ook kinderen wegsturen die hier hun hele leven hebben gewoond en hier zijn opgegroeid.
  • Ieder bedrijf wenst graag zijn kosten te drukken door te automatiseren of productie naar lage-lonen-landen te verplaatsen, maar iedereen wil wel werk wat bij zijn opleiding en niveau past.

Omdat de politiek hier geen goede antwoorden op heeft, gaat het volk de politiek wantrouwen. Dit wordt in de media de “kloof tussen politiek en burgers” genoemd die steeds groter zou worden. Dit is ook niet alleen in Nederland zo, maar het probleem is dat wantrouwen in de politiek ook leidt tot wantrouwen in het politieke systeem. Zo tast het wantrouwen in de politiek potentieel dus ook de geloofwaardigheid van de democratie aan, ook al lijkt dit vooralsnog wel mee te vallen.

In 2002 leek het er even op dat Pim Fortuyn een monsterzege zou behalen in de verkiezingen van de Tweede kamer en hij was niet bepaald een fan van het Koningshuis. Bij coalitieonderhandelingen zou hij zeker tot de nodige discussies hebben geleid in het Koningshuis. Als hij na die onderhandelingen compleet “om” zou zijn, zou hij bijna niets te kunnen blijken waarmaken van wat die het volk allemaal had beloofd, wat de geloofwaardigheid van de democratie ernstig zou hebben geschaad. Beveiliging kreeg hij niet en wilde hij eigenlijk ook niet. Zo was een ander gevaar was dat hij vermoord zou worden, bijvoorbeeld door een Islamist, en dat zou de nodige onrust veroorzaakt hebben. Maar het liep toch heel anders: Hij werd vermoord door iemand waarmee de blaam terechtkwam bij het ‘milieuactivisme’. Zijn “moordenaar”, die “onze democratie om zeep hielp“, is inmiddels vrij, heeft natuurlijk een mediaverbod en heeft inmiddels een mooie deal met het OM kunnen sluiten.

Sinds Pim Fortuyn is er een politieke partij waar mensen die ontevreden zijn met de politiek terecht kunnen, met name de neppartij (beweging) PVV. Sindsdien is er dus een mogelijkheid om ontevreden te zijn, maar toch wél te stemmen. Oftewel om niet te geloven in de politiek en toch wél te geloven in het politieke systeem. Die stemmen bereiken niets, maar wellicht is dat ook precies de bedoeling? Het maakt niet zo veel uit, zolang het aantal stemmen van dergelijke bij elkaar maar onder de 50% blijft. Dit wordt bereikt doordat andere partijen tegen verkiezingstijd dingen gaan roepen die de ontevreden kiezers willen horen. Ondertussen wordt, in tegenstelling tot Fortuyn, de partijleider van de PVV wél goed beveiligd.

Thierry Baudet heeft inmiddels reeds een deels geheimzinnig gesprek gehad met de Koning en het Forum voor Democratie is voor het Koningshuis. Ik vrees dat we met deze partij erbij nu een partij hebben voor ontevreden Tokkies en ontevreden niet-Tokkies.

Vernieuwing

Hier en daar wordt af en toe het politieke systeem ogenschijnlijk ietsje “democratischer” gemaakt. Zo leken informateurs anders benoemd te gaan worden en burgemeesters gaan wellicht anders benoemd worden, maar vooralsnog loopt het geen storm met wat het plebs van dit land te zeggen heeft. Maar wellicht is dat ook niet nodig? Vooral de komende verkiezingen voor de Tweede kamer gaat u waarschijnlijk weer netjes naar de stembus. U gelooft blijkbaar in de democratie!

Tot Slot

De grondwet zit zo in elkaar dat de Koning altijd over alles het laatste woord heeft. Hier en daar wordt gesuggereerd dat het Koningschap puur formeel is. Wat de invloed is die de Koning zelf uitoefent wordt echter buiten beeld gelaten en omgeven door geheimzinnigheid. Waarvoor zou dit laatste nodig zijn indien de Koning zelf geen invloed uitoefent?

Het grondwettelijke politieke systeem is er nu (2019) inmiddels al 170 jaar. Waar heeft dat dit land gebracht? Nederland is op zich een rijk land geworden (of gebleven). Nederlanders zijn volgens de media in ieder geval tevreden met hun sociale leven, baan en met Willem-Alexander. Dit benoemd Willem-Alexander ook in zijn laatste kersttoespraak. Dus rampzalig kan het Koningshuis voor Nederland niet zijn geweest. Echter, hoe Nederland zou zijn als er 170 jaar geen Koningshuis meer geweest was is niet na te gaan. Aan de andere kant gaat het met Zwitserland ook prima (of zelfs beter) en die hebben diezelfde 170 jaar geen Koningen.

Het IPCC in het Licht van de Zon

De zon heeft altijd een grote invloed gehad op klimaat en dat is tot op de dag van vandaag nog steeds zo. Recent is het klimaat aan het opwarmen. Ook heeft de mens het broeikaseffect versterkt. Om o.a. wat te kunnen zeggen over in hoeverre het een het andere veroorzaakt is inmiddels het IPCC opgericht. Wat weten wetenschappers over de zon? En wat zegt het IPCC er vervolgens precies over? Het laatste blijkt goed te illustreren hoe het IPCC te werk gaat en de boel slim en subtiel manipuleert! Hun laatste rapport blijkt een farce te zijn, maar dat zie je pas als je het (met verstand van zake) bestudeert.

Ik probeer het altijd kort te houden, maar dat is weer eens helemaal mislukt. Ik hoop dat het wel goed leesbaar is; leuker kan ik het niet maken, wel makkelijker.

Als je zoals ik veel tijd besteedt aan lezen over alles omtrent klimaat (en de zon), dan kom je er uiteindelijk ook achter dat het allemaal niet simpel is en dat het dus ook niet kort kan. Ook wordt het duidelijk dat je zelf nooit genoeg weet. Vervolgens wordt duidelijk dat de wetenschap zelf ook nog lang niet genoeg weet en dat wetenschappers ook weer weinig weten van elkaars vakgebieden. Tenslotte wordt het duidelijk hoe het IPCC daar misbruik van maakt.

Klimaatverandering

Het klimaat op deze planeet heeft altijd voortdurend veranderd. Zo waren er in de middeleeuwen nog een warme periode (het middeleeuws klimaatoptimum) en later nog een koude periode (de kleine ijstijd). Dit soort variaties werden voornamelijk veroorzaakt door variaties in de kracht van de zon. Al deze tijd was het broeikaseffect er ook al en dat zorgt ervoor dat warmte (komend van de zon) niet meteen naar de ruimte afstraalt. Dit maakt het verschil tussen een planeet die grotendeels bedekt is door ijs en een die leefbaar is voor bijvoorbeeld de mens.

De oceanen zijn altijd een enorme buffer geweest van warmte-energie. Ook zitten er grote langzame stromingen in. De buffer en stromingen samen zorgen ervoor dat de oceanen enerzijds veranderingen in temperaturen doen schommelen op lange termijn en veranderingen in temperatuursveranderingen op een nóg langere termijn (zoals die geïnduceerd door de zon) vertragen.

De mens is het broeikaseffect gaan versterken sinds de industriële revolutie door o.a. CO₂ uit te gaan stoten. Tegelijkertijd is het ook weer warmer gaan worden. In hoeverre heeft de recente opwarming te maken met dat broeikaseffect, in hoeverre met de oceanen en in hoeverre met de zon? Het broeikaseffect is weliswaar versterkt, maar van géén van de drie is de invloed verdwenen.

Als gevolg van de temperatuurstijging veranderen er ook weer andere dingen, vooral regionaal. Omdat de noordpool sneller opwarmt dan de rest van de aarde, blijven hoge- en lagedrukgebieden in de zomer bijvoorbeeld langer op hun plek hangen, wat hier in Nederland de kans op extreem droog of regenachtig weer vergroot. Om een oorzaak van dit soort extra veranderingen aan te kunnen wijzen, moet men altijd nog eerst de oorzaken van de globale temperatuurstijging achterhalen.

Zonkracht

Eerst leg ik het e.e.a. over de zon uit wat u moet weten om de rest te kunnen begrijpen. Beter als u zelf op onderzoek uitgaat uiteraard.

Door de decennia en eeuwen heen heeft de zon in kracht nooit heel veel gevarieerd; het zal ±0,5% zijn. Maar die kleine variatie en ook variaties van de baan van de aarde om de zon hebben voor het klimaat toch altijd het verschil gemaakt tussen warme tijden en ijstijden.

Satellieten

De kracht van de zon is niet nauwkeurig genoeg te meten vanaf het aardoppervlak, dit moet vanuit de ruimte en dit is sinds 1978 door verschillende satellieten gedaan.

TSI-Satellites.png
Diagram 1: Gegevens van zonkracht van verschillende satellieten en aantal zonnevlekken. Bron: ClimateDataGuide

Géén van de satellieten heeft het alle tijd uitgehouden. Ook verschillen ze onderling. Wel hebben ze hier en daar overlap en zo kan uit deze puinhoop één grafiek afgeleid worden. Echter kan ook dat weer op meerdere manieren.

TSI-composition-ACRIM-vs-PMOD.png
Diagram 2: Twee reconstructies van de zonkracht in het satelliettijdperk. Bron: ResearchGate

Zonnecycli en -vlekken

In de reconstructies zijn direct iedere ±11 jaar een piek (zonnemaximum) en dal (zonneminimum) te zien. Dit zijn de zonnecycli. Bij iedere piek pruttelt de zon aan de oppervlak willekeurig, zijn er vlekken op het oppervlak van de zon te zien en wordt meer energie uitgestraald (vooral als UV-licht). Het aantal vlekken wordt al eeuwen geteld; in diagram 1 staan ze er ook bij (voor het satelliettijdperk). Tijdens een zonnemaximum is de zon ook op magnetisch gebied actiever; dit magnetisme is ook op de aarde nog waarneembaar.

De zonneminima zeggen nog het meest als het gaat om hoeveel kracht de zon in de basis heeft, omdat dan dat oppervlakte-effect er niet is. Hoeveel de zon tijdens de laatste 3 minima scheen hangt helaas af van de reconstructie (zie diagram 2), dus eigenlijk is het meten met satellieten deels mislukt.

Ondanks dat de zonnecycli maar liefst 11 jaar duren is hiervan niets in het klimaat terug te zien, zelfs niet aan de jaren van de Elfstedentochten. Dit kan meerdere dingen betekenen:

  • Omdat tijdens de maxima vooral meer UV-licht wordt uitgestraald, maakt het niet uit. Wellicht warmt dit alleen de ozonlaag in de stratosfeer op.
  • Het verschil tussen de maxima en minima is zo klein dat het niet genoeg uitmaakt.
  • Het duurt langer dan 11 jaar voordat verandering in zonkracht in het klimaat is terug te zien. Wellicht is dit vooral door de werking van de oceanen.

Welke van deze 3 hier domineert is voor zover ik kan vinden nog niet duidelijk. Ik vrees dat ze alle 3 deels waar zijn. Maar hoe kon de zon dan dus in het verleden temperatuurschommelingen veroorzaken? Dit geeft aan dat er verder terug terug in de tijd gekeken moet worden om na te gaan wat de invloed van de zon tot nu toe was.

Het is allerminst zeker dat de zon bij ieder 11-jarig minimum altijd even fel geschenen heeft. Zo blijkt voor langere termijnen de zon nog allerlei andere cycli en patronen te vertonen. Om hier een beter beeld van te gaan krijgen moeten wetenschappers nog veel langer observeren dan tot nu toe is gedaan.

Vóór 1978

Om te achterhalen hoe actief de zon vóór 1978 was, blijkt gekeken te moeten worden naar in het verleden opgevangen radiogolven of magnetisme van de zon. Voor nog eerder zijn er waarnemingen nodig van dingen die in die tijd zijn ontstaan. Zo kan er naar isotopen van materiaal uit bijvoorbeeld veengronden, ijsafzettingen een jaarringen van bomen gekeken worden. Hoe meer zonnewind zich om de aarde bevind, hoe minder kosmische straling de aarde bereikt. Toen dat materiaal ontstond was het onderhevig aan de kosmische straling van dat moment. In de verhouding tussen isotopen in dat materiaal is zo dus de kosmische straling en dus de zonneactiviteit terug te vinden. Dit soort indirecte waarnemingen van de zon zijn niet erg nauwkeurig en, omdat de zon op andere manieren werd waargenomen, conflicteren ze ook hier en daar onderling.

Om te reconstrueren hoe fel de zon scheen hangt het er ook nog vanaf hoe de zon precies gemodelleerd moet worden. Hoe dit moet zijn wetenschappers het nog lang niet over eens. Al met al hangt een reconstructie dus af van welke waarnemingen worden meegenomen (en in welke mate), welk model wordt gebruikt en welke aannames worden gemaakt. Zo staat dit ook beschreven in het werk van Egorova et al. (2018) en die illustreren ook wat de mogelijke variatie in zonkracht had kunnen zijn volgens verschillende plausibele reconstructies.

TSI_reconstructions
Diagram 3: Verschillende reconstructies van totale zonkracht sinds 1620. Wellicht scheen de zon in 1900 even fel; wellicht 3 Watt / m² minder. De “SATIRE” en “NRL” reconstructies zijn gebaseerd op de aanname dat er weinig variatie in de zon zit afgezien van de zonnecycli. Bron: Egorova et al. (2018)

Ook zijn er dus de zonnevlekken die al eeuwen goed worden beschreven en geteld. Het aantal vlekken gaat samen op en neer met de zonnecycli (die dus niet in het klimaat terug te zien zijn). Voorts zijn er tijden geweest waarin helemaal geen vlekken waargenomen werden, zoals tijdens de kleine ijstijd (zeg tussen 1600 en 1700). De aantallen vlekken alleen zeggen dus lang niet alles over hoeveel de zon in totale kracht heeft gevarieerd de afgelopen eeuwen.

De grote onwetendheid van de mens over de zon is het gevolg van dat men weinig weet over wat er binnen in de zon gebeurd. Alles wat men kan waarnemen is aan het oppervlak en alles wat het gevolg is van wat er aan dat oppervlak gebeurd. Van de ‘stille zon‘, dus de zon exclusief de effecten aan het oppervlak, weet men bijna niets.

De zon is een ster zoals er zo veel sterren zijn in het heelal. Door naar sterren te kijken die erg op de zon lijken, en dan met name naar hoe die werken en in kracht variëren, kan nog het e.e.a. gezegd worden over wat we kunnen verwachten van de zon zelf.

Het IPCC

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is een organisatie waarvoor wetenschappers door overheden worden betaald om rapporten over het klimaat te schrijven. Er wordt geen wetenschappelijk werk gedaan in opdracht van het IPCC. Ongeveer iedere 7 jaar komen ze met een groot rapport. Het 5ᵉ en laatste uit 2013 / 2014 (van 1500+ pagina’s) van de belangrijkste werkgroep (werkgroep 1) staat hier:

https://www.ipcc.ch/site/assets/uploads/2018/02/WG1AR5_all_final.pdf

Ik ga er vanaf hier vanuit dat u hierin meekijkt; ik noem alléén de dingen die mij opvallen met betrekking tot mijn kennis over de zon.

Zoals de titel en het voorwoord al aangeven gaat het om een “beoordeling”, wat bijvoorbeeld niet helemaal het zelfde is als een “samenvatting”. Voor ieder rapport staat het IPCC eerst open en mag iedere wetenschapper werk aanleveren en op elkaars werk reageren. Maar op een gegeven moment gaan de deuren dicht en krijgen de door de overheden betaalde wetenschappers het laatste woord. Dit laatste stelt de organisatie in een monopoliepositie als het gaat om bepalen wat het beeld van ‘de hele wereld’ moet zijn op klimaatverandering, terwijl wel de suggestie van openheid wordt gewekt.

Inhoud

In hoofdstuk 8 van het rapport staat beschreven welke dingen de temperatuur van het klimaat sinds 1750 hebben beïnvloed. Ze worden er “forcings” genoemd (vrij vertaald “dwingende dingen”).

Over natuurlijke forcings gaat alléén paragraaf 8.4; blijkbaar gaan 5 andere allemaal over menselijke invloeden. Deze paragraaf begint, op pagina 688, meteen met:

“Several natural drivers of climate change operate on multiple time scales.”

Dus dat er meerdere natuurlijke dingen zijn die het klimaat beïnvloeden. Echter gaat het vervolgens alléén over de zon en vulkanen; over invloeden van stromen in de oceanen en vertragende effecten van oceanen op het klimaat staat hier niets.

Vervolgens:

“variations in the astronomical alignment of the Sun and the Earth (Milankovitch cycles) induce cyclical changes in RF [Radiative Forcings], but this is substantial only at millennial and longer time scales”

Dus dat er cycli in de stand van de aarde t.o.v. de zon zitten, maar die duren “duizenden jaren of langer”. Verder hier niets over variatie in de eeuwen of decennia. Waarom?

Variatie in Zonkracht

Paragraaf 8.4.1 gaat vervolgens over de zonkracht en in de aanzet staat nog dat er aangenomen wordt dat de kracht van de zon voor 78% effectief het klimaat opwarmt. Voor 22% wordt alleen de stratosfeer opgewarmd. Dit is consistent met mijn kennis.

In 8.4.1.1 wordt het satelliettijdperk uitgebreid en goed beschreven. Er staat ook een mooi, duidelijk en correct grafiekje bij (figuur 8.10).

Paragraaf 8.4.1.2 (pagina 689) heeft als titel:

“8.4.1.2 Total Solar Irradiance Variations Since Preindustrial Time”

Dit suggereert dat er ook naar zonkracht vóór het begin van het industriële tijdperk (±1850 – nu) wordt gekeken. Echter wordt er niet verder terug gekeken dan 1745, waarmee ook de periode waarin de zon erg rustig was (zie diagram 3) buiten beeld wordt gezet.

Er wordt gekeken naar variatie in zonkracht van een zonneminimum tot een ander minimum, wat een goeie is, anders wordt ook een verschil tussen een maximum en een minimum meegenomen. Er werd gekozen voor de minima van 1745 en 2008.

Voor de zonkracht tussen 1745 en 2008 werd er een reconstructie op basis van werk van “Krivova et al. (2010)” en “Ball et al. (2012)”, terwijl ook ander werk nog wordt genoemd. Voor vóór 1974 is de reconstructie vooral gebaseerd op zonnevlekken en magnetische flux, die beide vooral verband houden met het effect aan de oppervlak van de zon wat in de pas loopt met de 11-jarige zonnecycli. De indirecte waarnemingen (zie boven) worden blijkbaar ‘beoordeeld’ als minder belangrijk.

Het Supplement

Voor de uiteindelijke reconstructie wordt verwezen naar “Supplementary Material Table 8.SM.3”. Blijkbaar was er geen ruimte meer in het 1500+ pagina’s tellende rapport? Paste er zelfs geen diagram meer bij? Het supplement voor hoofdstuk 8 staat hier:

https://www.ipcc.ch/site/assets/uploads/2018/07/WGI_AR5.Chap_.8_SM.pdf

Kijkt u weer mee?

In het supplement staat op pagina “8SM-7” een ruim 2 pagina’s grote tabel met alleen maar voor ieder relevant jaar een gemiddelde zonkracht. Ook hier weer geen grafiek. Een grote tabel met alleen maar getallen rond de 1361 is niet erg overzichtelijk, hè? Of was dat ook de bedoeling? Grafiekjes in wetenschappelijk werk worden vaak overgenomen en geciteerd en zijn daarom erg belangrijk in de presentatie. Dat overnemen kan nu niet meer zomaar. Of was dat ook de bedoeling? Ik heb de getalletjes zelf maar in een grafiek gezet.

IPCC-TSI-reconstruction2.png
Diagram 4: Reconstructie van zonkracht (TSI, in Watt / m²) van het IPCC zoals gegeven in tabel 8.SM.3 in het supplement van hoofdstuk 8, maar dan als grafiek (spreidingsdiagram). De grijstinten in de puntjes hebben geen betekenis. Met rood zijn de twee (jaren van de) gekozen minima omcirkelt.

Vervolgens gaat het rapport (niet het supplement) verder met:

“The best estimate from our assessment of the most reliable TSI reconstruction gives a 7-year running mean RF between the minima of 1745 and 2008 of 0.05 W / m². Our assessment of the range of RF from TSI changes is 0.0 to 0.10 W / m² which covers several updated reconstructions using the same 7-year running mean past-to-present minima years (Wang et al., 2005; Steinhilber et al., 2009; Delaygue and Bard, 2011), see Supplementary Material Table 8.SM.4.”

Dus volgens de “beoordeling” van het IPCC heeft de zon 0,05 Watt / m² gevarieerd in het relevante tijdperk, waarbij ook nog naar ander werk is gekeken en vervolgens wordt weer verwezen naar “Supplementary Material Table 8.SM.4”. In die tabel staat alleen per werk waaraan wordt gerefereerd hoeveel variatie daar in zonkracht in werd gezien volgens de “beoordeling”. Blijkbaar is het IPCC alleen geïnteresseerd in variatie per werk en niet hoe deze variaties samen zijn te voegen tot één reconstructie. Zo werkt het natuurlijk gewoon niet. Hoe er uiteindelijk tot 0,05 Watt / m² is gekomen is mij volkomen onduidelijk; dit is ook niet terug te vinden in diagram 4 en die 78% (zie boven) verklaart ook niet alles. Ook blijkt het IPCC niet geïnteresseerd te zijn in variatie in zonkracht binnen het tijdperk 1745 en 2008; het gaat alléén om het verschil tussen die 2 jaren. Waarom?

Indirecte Waarnemingen

Vervolgens gaat het rapport in paragraaf 8.4.1.2 (pagina 689) verder over de indirecte waarnemingen (“indirect proxies”):

“All reconstructions rely on indirect proxies that inherently do not give consistent results. There are relatively large discrepancies among the models (see Figure 8.11)”

Dus dat de indirecte waarnemingen grote verschillen laten zien. Echter zijn ze nog steeds wel allemaal waarnemingen van dezelfde zon; het geeft dus niet aan dat de data weinig waarde heeft, maar dat er dus veel onzekerheid over is. Maar in het verhaal erna wordt alleen maar gesuggereerd dat deze data fout is en dat er alleen maar reden is om aan te nemen dat de zon minder heeft gevarieerd. Om de verschillen in de reconstructies te illustreren is er nu ineens wél een grafiek in de tekst opgenomen (“Figure 8.11”):

IPCC-WG1-AR5-Figgure-8.11.png
Figuur 8.11 in het IPCC rapport (pagina 689).

Maar dus het IPCC heeft “beoordeeld” dat dit niet tot één reconstructie is samen te voegen en dat de totale variatie 0,05 Watt / m² was? Hoe dan ook, vervolgens wordt geconcludeerd:

“Given the medium agreement and medium evidence, this RF value has a medium confidence level (although confidence is higher for the last three decades).”

Dus dat er een matige hoeveelheid bewijs is en die komen matig overeen. Oftewel dat we niet veel weten en dat wat we weten is ook nog inconsistent. Wat zegt dit over de zekerheid? Die twee onzekerheden versterken elkaar: we weten heel weinig (zie ook diagram 3). Maar het IPCC concludeert hier het eerste en het tweede is matig, dus het geheel is ook matig. Zo werkt het natuurlijk niet; onzekerheid en fouten vermenigvuldigen zich in redenaties en processen. Er kan bij onzekerheden niet simpelweg het gemiddelde genomen worden. Vervolgens wordt er ook nog geruststellend bij vermeldt dat de zekerheid de laatste 30 jaar hoger was; ja ammehoela, dat is het satelliettijdperk!

Waar trouwens de variatie in zonkracht werd afgeleid uit een door het IPCC zelf gemaakte reconstructie van de zonkracht, wordt hiermee de zekerheid die daarover is afgeleid uit andere waarnemingen, die helemaal niet in die reconstructie zijn verwerkt.

Genegeerd Werk Benoemen

Uiteindelijk wordt er in paragraaf 8.4.1.2 (pagina 690) ook nog verwezen naar sectie 8.SM.6 in het supplement. Vreemd genoeg heeft dit veel overlap met het rapport en gaat het vooral weer over het satelliettijdperk en worden alléén daaruit onzekerheden berekend. In sectie 8.SM.6.3 staan ineens hele interessante dingen. Zo begint deze sectie:

“For the Maunder minimum (MM)-to-present AR4 gives a RF positive range of 0.1 to 0.28 W / m², equivalent to 0.08 to 0.22 W / m² used here. The estimates based on irradiance changes in Sun-like stars were included in this range but are not included in the Fifth Assessment Report (AR5) range because they are now considered incorrect: Baliunas and Jastrow (1990) found […]”

Blijkbaar was in het 4ᵉ rapport (uit 2007) werk opgenomen wat voor het 5ᵉ rapport (uit 2013) was ‘beoordeeld als incorrect’. Dit bleek blijkbaar uit werk wat zelf weer stamt uit het jaar 1990? Hoe dan ook is voor heel veel wetenschappelijk werk altijd wel ander werk te vinden dat het bekritiseerd. Om te kunnen oordelen of de kritiek terecht is moet het werk bestudeerd worden. (Heb ik in dit geval (nog) geen tijd voor gehad.)

Verder staat er nog in sectie 8.SM.6.3:

“Gray et al. (2010) point out that choosing the solar activity minima years of 1700 (Maunder) or 1800 (Dalton) would substantially increase the solar RF with respect to 1750-to-present while leaving the anthropogenic forcings essentially unchanged, and that these solar minima forcings would represent better the solar RF of the pre-industrial era.”

Dus als er naar zonkracht vanaf 1700 of 1800 was gekeken, had dit een “substantieel” ander beeld gegeven (zie nogmaals diagram 3)! Wat vreemd dat dit in het supplement staat en hierover in het rapport niets is te lezen…

In de derde alinea van sectie 8.SM.6.3 worden vervolgens nog een aantal wetenschappelijke artikelen “afgekeurd” omdat die teveel variatie in zonkracht laten zien. Tenslotte wordt in die sectie nogmaals gesuggereerd dat de aantallen zonnevlekken de meest betrouwbare directe waarnemingen van de zon zijn ‘vóór het industriële tijdperk’.

Zonkracht in de Toekomst

Paragraaf 8.4.1.3 gaat over wat de zonkracht in de toekomst zal zijn:

“Cosmogenic isotope and sunspot data […] reveal that currently the Sun is in a
grand activity maximum that began about 1920 […]. However, SC 23 showed an activity decline not previously seen in the satellite era […]. […] These studies only suggest that the Sun may have left the 20th century grand maximum and not that it is entering another grand minimum. But other works propose a grand minimum during the 21st century, estimating an RF within a range of -0.16 to 0.12 W / m² between this future minimum and the present-day TSI […]. However, much more evidence is needed and at present there is very low confidence concerning future solar forcing estimates.

Dus, concludeert het IPCC,  de zonkracht zit sinds 1920 op een zogenaamd groots activiteit maximum, dat maximum zou weleens ten einde kunnen lopen en het kan zelfs naar een groots minimum gaan. Nog voor het jaar 2100 kan de zonkracht volgens wetenschappelijk werk -0,16 tot 0,12 Watt / m² anders zijn. Er is veel meer bewijs nodig en er is daarom weinig “vertrouwen” in toekomstschattingen. En dit ondanks dat dit zelfde rapport ook mét vertrouwen oordeelt dat de zon tussen 1745 en 2011 (dus gedurende 266 jaar) niet meer dan 0,05 Watt / m² heeft gevarieerd. Maar blijkbaar beseft het IPCC toch hoe weinig wetenschappers weten over hoe de zon werkt. Alleen geldt de onzekerheid blijkbaar wél voor de toekomst; niet voor het verleden. Hoe denkt het IPCC vervolgens over deze onzekerheid over de toekomst:

“Nevertheless, even if there is such decrease in the solar activity, there is a high confidence that the TSI RF variations will be much smaller in magnitude than the projected increased forcing due to [Green House Gasses].”

Waar stond dat de zon in kracht zou afnemen? Hoe dan ook, wij van het IPCC zijn er hoogst zeker van dat wat de zon in de toekomst ook gaat doen, dat het effect van de broeikasgassen veel groter is hoor! Is het hier nodig om alvast een eindconclusie van het rapport te deponeren?

Samenvattingen

Managementsamenvatting per Hoofdstuk

Aan het begin van ieder hoofdstuk staat een managementsamenvatting (“Executive Summary”). De samenvatting had ook aan het eind van ieder hoofdstuk kunnen staan, zoals bij dit artikel. Ik vrees dat minstens 99% van de lezers niets anders dan deze samenvatting leest en ik denk dat het IPCC dat ook heel goed beseft.

Iedere managementsamenvatting bestaat ongeveer uit een alinea per in het hoofdstuk genoemd onderwerp. De kernzaak daarvan staat vervolgens weer in de eerste zin en die is vetgedrukt.

De managementsamenvatting van hoofdstuk 8 heeft ook een alinea over de zonkracht (op pagina 662). Deze heeft als vetgedrukte regel:

Satellite observations of total solar irradiance (TSI) changes from 1978 to 2011 show that the most recent solar cycle minimum was lower than the prior two.

Ook al gaat het hele rapport over klimaatverandering sinds ±1850, volgens de samenvatting mag de nadruk liggen op het satelliettijdperk. Daarbinnen ligt blijkbaar de essentie in dat het laatste zonneminimum lager is uitgekomen dan de vorige 2. Dit is een schoolvoorbeeld van “de krenten uit de pap halen”. Maar er staat nog meer onder, zoals:

“The best estimate of RF due to TSI changes representative for the 1750 to 2011 period is 0.05 (to 0.10) W / m².”

Hier weer die “beste” schatting van variatie in zonkracht. Verder niets over variatie tussen die jaartallen of in hoeverre dat in globale temperaturen is terug te herkennen. Niets over al het andere werk wat wel werd genoemd, maar hieruit weggelaten is. Niets over (het weglaten van) het grootse zonneminimum van rond 1700. Niets over de onzekerheid omtrent de indirecte waarnemingen. Etc. Verder hierover:

“This is substantially smaller than the AR4 estimate due to the addition of the latest solar cycle and inconsistencies in how solar RF has been estimated in earlier IPCC
assessments.”

Dit verklaart mede hoe het IPCC tot de eerste regel is gekomen: Sinds het 4ᵉ rapport heeft de zon een lager minimum getoond en dit wordt volop benut om de zonkracht in dit 5ᵉ rapport te bagatelliseren. Tenslotte nog:

“There is very low confidence concerning future solar forcing estimates, but there is high confidence that the TSI RF variations will be much smaller than the projected increased forcing due to GHG during the forthcoming decades.”

Hier nogmaals dat het onduidelijk is wat de zon in de toekomst gaat doen met dezelfde hilarische conclusie erachter en dit sluit de samenvatting af. Dus niets meer over hoeveel onzekerheid er in variatie van zonkracht sinds de industriële revolutie (of daarvoor) nou eigenlijk is.

Technische Samenvatting

Als link tussen de grote hoeveelheid inhoud, waarvan een stukje hierboven beschreven is, en de samenvatting voor beleidsmakers, zoals hierna beschreven, bevat het rapport een technische samenvatting.

In sectie TS.3.5 (vanaf pagina 55) wordt ook de inhoud over de zon (en vulkanen) samengevat. Het valt mij op dat alle dingen die mij (in negatieve zin) opgevallen waren ook in deze samenvatting terug te vinden zijn. De essentie over de variatie is nu samengevat in één zin:

“The best estimate of RF from TSI changes over the industrial era is 0.05 [0.00
to 0.10] W / m² (medium confidence), which includes greater RF [Radiative Forcing] up to around 1980 and then a small downward trend.”

Het matige vertrouwen in de variatie, eerder afgeleid uit andere data dan de 0,05 Watt / m², staat nu in dezelfde zin. Verder wordt er gesuggereerd dat de zon tot ongeveer 1980 ‘fel scheen’ (dus niet ‘feller’) en vanaf toen steeds minder. Dit klopt niet met de door hunzelf gemaakte reconstructie (zie diagram 4). Wellicht dat er daarom geen grafiekje van de reconstructie in het rapport staat? Het specifieke jaartal 1980 komt hier trouwens compleet uit de lucht vallen, dit stond nergens in hoofdstuk 8 (het satelliettijdperk begon in 1978).

Op pagina 56 valt mij deze zin nog op:

“The recent solar minimum appears to have been unusually low and long-lasting and several projections indicate lower TSI for the forthcoming decades”

Het laatste zonneminimum duurde inderdaad “uitzonderlijk laag en duurde langer”, maar dat stond nergens in sectie 8.4. Wat een rare samenvatting. Hier ligt bij de samenvatting dus ook meer nadruk op. Vervolgens komt wederom de geruststelling dat het niets gaat uitmaken als de zon in kracht zou afnemen op basis van een conclusie van elders:

“Nonetheless, there is a high confidence that 21st century solar forcing will be much smaller than the projected increased forcing due to [Green House Gasses].”

Tenslotte wordt de zon, net als alle andere ‘forcings’, in één plaatje geplaatst in figuur TS.6 (op pagina 54):

IPCC-AR5-Figure-TS.6 (2).png
Figuur TS.6 in het rapport op pagina 54. De waardes vallen met 90% zekerheid in het bereik aangegeven met zwarte lijntjes vanaf een zwart ruitje. De zelfde onzekerheid in groen voor het 4ᵉ rapport.

De zonkracht staat onderaan als enige natuurlijke forcing. Van iedere forcing is in groen de 90% zekerheid weergegeven volgens het 4ᵉ rapport. Deze lagen op één na voor iedere door de mens gemaakte (‘anthropogenic’) forcing lager en voor die ene natuurlijke (de zon) lag die hoger. Toeval?

Samenvatting voor Beleidsmakers

Het rapport begint met een samenvatting voor beleidsmakers. Blijkbaar lezen beleidsmakers zelfs een technische samenvatting liever niet en het IPCC weet dat.

Deel C van deze samenvatting (pagina 13) beschrijft de aandrijvers van het klimaat. Over zon staat (op pagina 14) één bullet:

“The RF [Radiative Forcing] due to changes in solar irradiance is estimated as 0.05 [0.00 to 0.10] W / m² (see Figure SPM.5). Satellite observations of total solar irradiance changes from 1978 to 2011 indicate that the last solar minimum was lower than the previous two. This results in an RF of –0.04 [–0.08 to 0.00] W / m² between the most recent minimum in 2008 and the 1986 minimum. {8.4}”

Dit lijkt veel op de managementsamenvatting van hoofdstuk 8 hierover. Echter staat hier ook de getalsmatige forcing voor van het laatste zonneminimum vanaf een daarvoor er ineens expliciet bij genoemd.

Ieder deel in deze samenvatting bevat een uitgelicht stuk vetgedrukte tekst. Volgens de inleiding van de samenvatting vormen deze “conclusies”, wanneer samengenomen, een beknopte samenvatting (van deze samenvatting van het rapport). Van deel C is deze samenvatting (op pagina 4):

“Total radiative forcing is positive, and has led to an uptake of energy by the climate system. The largest contribution to total radiative forcing is caused by the increase in the atmospheric concentration of CO₂ since 1750 (see Figure SPM.5). {3.2, Box 3.1, 8.3, 8.5}”

Dit is te ultieme conclusie waar naartoe gewerkt is. De nadruk ligt op CO₂; en natuurlijke aandrijvers (zoals de zon) worden niet genoemd c.q. irrelevant geacht. Ook naar sectie 8.4 wordt niet verwezen. Wel wordt verwezen naar figuur SPM.5 (op pagina 14):

IPCC-AR5-Figure-SPM.5.png
Figuur SPM.6 op pagina 14 van het rapport.

Deze lijkt sterk op figuur TS.6 in de technische samenvatting. Er ligt wel meer nadruk op de specifieke broeikasgassen. De verschillen met het vorige rapport staan hier niet meer bij. Wel staat er voor de jaartallen 1980 en 1950 ook wat toen de door de mens veroorzaakte aandrijvers bij elkaar voor invloed hadden.

Conclusie

De rapporten van het IPCC zijn zeker uitgebreid en volledig in die zin dat alle wetenschappelijk werk wordt benoemd, al is het slechts in een supplement. Ook wordt dit werk vrij uitgebreid beschreven, wat aangeeft dat de schrijvers het goed begrepen hebben.

Dit werk wordt vervolgens gepresenteerd op een manier die hier en daar op zijn minst eigenaardig te noemen is. Zo werd de reconstructie van zonkracht tussen 1750 en 2011 als onoverzichtelijke tabel representeert en alléén in het supplement. Ander werk werd samen genoemd met werk wat er kritiek op had en daar bleef het bij. Weer ander werk over zonkracht werd weggezet als ‘toont teveel variatie in zonkracht’. Weer ander werk wordt in een grafiek getoond, maar daar wordt weer niets mee gedaan. Weer ander werk werd werd in het supplement genoemd maar was nergens meer in het rapport terug te lezen. Et cetera.

De zekerheid over variatie in zonkracht werd foutief afgeleid uit iets anders dan waar de reconstructie van zonkracht uit afgeleid werd.

Vervolgens bevat het rapport een regime van samenvatting op samenvatting. De samenvattingen komen altijd vóór de inhoud die het samenvat. In samenvattingen blijken bepaalde details te worden uitvergroot, waar andere, soms relevante dingen compleet worden weggelaten. Er zitten minimaal 5 niveaus van inhoud in het rapport met oplopende mate van detail:

  1. Samenvatting voor Beleidsmakers;
  2. Technische samenvatting;
  3. Managementsamenvatting per Hoofdstuk;
  4. Inhoud per Hoofdstuk;
  5. Supplement;

Lezers komen deze niveaus in deze volgorde tegen. Na iedere samenvatting haakt een groot deel van de lezers af. Bij nadere bestudering blijkt iedere selectie van inhoud voor een niveau uit het opvolgende niveau willekeurige discrepanties te vertonen.

In ieder werk van mensen, dus ook wetenschappelijk werk, zitten fouten. Zo zitten er ook eigenaardigheden, discrepanties en “foutjes” in het IPCC rapport. Maar, als het gaat om de zonkracht, is er in het rapport een duidelijke tendens in de “fouten” te bespeuren. De tendens hier is altijd in de richting van een zon die weinig in kracht varieert en met een grote zekerheid daarover. Na iedere samenvatting kwam er steeds meer nadruk te liggen op dat sinds 2009 duidelijk is dat de zon in kracht was afgenomen; niets over dat de zon tot ±1990 alleen maar in kracht toenam en ook niets over dat wetenschappers weinig zeker weten over wat de kracht van de zon precies was vóór het satelliettijdperk. Dit is een schoolvoorbeeld van “werken richting een gewenste conclusie” of wel “de krenten uit de pap halen”.

Discussie

Ik heb voor dit artikel slechts een klein, maar belangrijk stukje van het rapport nauwkeurig bestudeerd. Terechte en voor de hand liggende kritiek hier is natuurlijk dat het niets zegt over de rest van het rapport. De hier geïllustreerde werkwijze van het IPCC zal ook vast niet voor het hele rapport zijn gebruikt; voor onderwerpen waar wetenschappelijk werk de gewenste conclusie zelf al onderschrijft bijvoorbeeld is werken richting een bepaalde conclusie niet nodig om tot die conclusie te komen.

Ik gok er op dat de aanname dat de zon zo weinig heeft gevarieerd sinds 1750 zit ingebakken in alle modellen die moesten uitrekenen wat de opwarming gaat worden en of dat door de mens komt. Ik ben er nog niet aan toegekomen om mij daarin te verdiepen. Maar als dat het geval is, is het natuurlijk niet zo vreemd dat de conclusie altijd is dat alle opwarming voornamelijk door de mens komt…

Als iemand de moeite gaat nemen om zich in de inhoud van het rapport te verdiepen en deze lezer ziet de foutjes, zou de lezer kunnen denken: “ach details”, “foutjes moeten kunnen”, “met de rest van het rapport zal het wel meevallen” of “wellicht snap ik het zelf ook nog niet helemaal”. Als door iemand alleen hier en daar wat foutjes benoemd zouden worden, kan dat ook altijd nog afgedaan worden als gezeur natuurlijk. Hoe het IPCC werkt en dat het rapport toch een farce is wordt daarom ook pas duidelijk als je alles leest én er verstand van hebt. Bijna niemand heeft er tijd voor of zin in om dat met het hele rapport van het IPCC te gaan doen. Bovendien bestaan er ook maar weinig wetenschappers die alle voor klimaat relevante vakgebieden allemaal goed kennen, dus een degelijk inzicht op het hele rapport zou zelfs van een groep van wetenschappers moeten komen. En wie gaat die groep betalen? Een paar mensen in deze wereld hebben waarschijnlijk wel door hoe het IPCC echt te werk gaat, maar wanneer die dat naar buiten brengen kunnen zij altijd nog als outcast, “criticus”, gestoord of ‘betaald door de olie-industrie’ weggezet worden natuurlijk.

Het werk Egorova et al (2018) (zie o.a. diagram 3) is dus van 2018 en dit laatste rapport van 2013, dus het IPCC kan dat werk niet in het 5ᵉ rapport meegenomen hebben. Zouden ze dat wel doen voor het volgende rapport (het 6ᵉ rapport, verwacht 2022)? Of zou het wel genoemd worden, maar dan samen met werk wat er kritiek op levert en blijft het daar dan weer bij?

Ik heb nog steeds geen echt “goed” klimaatmodel gevonden waarin alles is opgenomen en de kijker zelf, interactief aan de knoppen van onzekerheid in de wetenschap kan draaien. Maar wie zou zoiets ook gaan maken? Het IPCC in ieder geval niet en ik wordt nergens voor betaald…

Gele Hesjes

Eindelijk is er eens een protest van een grotere groep van vooral “normale” mensen: de gele hesjes. Ik wachtte en hoopte al tijden op dergelijke protesten. Tot nu toe kwamen protesten altijd van schreeuwende minderheden die vaak ook geweld gebruikten bij die protesten, vaak ook tegen de andere schreeuwende minderheden met de verkeerde mening. Heel jammer dat deze minderheden nu ook de protesten van de gele hesjes kapen om weer geweld te gebruiken.

Maar waarom dus de protesten van de gele hesjes? Het straalt een hele algemene ontevredenheid uit en veel van die ontevredenheid is te herleiden naar onvrede over de politiek. Het is eigenlijk “de kloof tussen burger & politiek” in protestvorm. In de onvrede zit veel variatie. Het varieert tussen gewoon te weinig te besteden hebben, we betalen ook steeds meer belastingen en worden nooit gecompenseerd, tot exotische complot-dingetjes als chemtrails en omtrent vaccinaties. Maar wat zijn nou zoal de oorzaken van al die onvrede?

Politiek

We hebben natuurlijk de bekende tweede kamer waarvoor iedere 4 jaar verkiezingen zijn. Iedere verkiezingen verkoopt u uw ziel weer aan het systeem, om later weer spijt te krijgen van uw stem, maar daarvan geeft u niet het systeem, maar een politieke partij of uzelf de schuld. Omdat u een politiek geheugen van maar 6 maanden heeft, hoeven de lui in die tweede kamer alleen ieder half jaar voor de verkiezingen rekening met u te houden en te zeggen wat u wilt horen. Direct na de verkiezingen gaat het gelijk weer mis en wordt in achterkamertjes bekonkeld wie echt de baas wordt. U heeft daar geen invloed op en u mag er zelfs niets over horen! Vervolgens hebben we nog de eerste kamer, waarin mensen zitten die u niet eens kiest en die betaald worden door allerlei (grotere) bedrijven.

Dit systeem slaat natuurlijk nergens meer op. Het past sowieso allang niet meer in dit internettijdperk. En inmiddels hebben we eigenlijk al wel heel erg goed door hoe het allemaal wél werkt: politici luisteren niet naar u, maar naar het grote geld, multinationals en allerlei verborgen belangen die op slinkse wijze invloed hebben zoals de tabaksindustrie en vast zelfs de koning. Maar eigenlijk was het natuurlijk de bedoeling dat u daar niets van meekrijgt.

Energie

Auto’s

Niemand wil meer gaan betalen bij de pomp, alleen met het steeds, stiekem ietsje verhogen van de accijns komt het daar natuurlijk wel op neer. Niet dat het dan maar een keer een optie wordt om een elektrische auto te gaan kopen, want die zijn onbetaalbaar en dat blijft voorlopig nog wel even zo.

Elektriciteit

Onze elektriciteit moet komen van windmolens. Iedereen die tegen windmolens is, is een racist! Het is wel jammer dat die dingen de horizon zo vervuilen en we willen er vanwege de herrie niet naast wonen natuurlijk. Op dit moment komt 2% van de stroom in Nederland van windmolens dus het moeten er nog 50 keer zoveel worden.

We willen graag dat elektriciteit betaalbaar blijft … of wordt. Zo zijn bijvoorbeeld windmolens eigenlijk per kWh veel te duur. Willen we dan goedkope stroom van kerncentrales? Nee, kerncentrales willen we niet, want die zijn gevaarlijk en leveren nucleair afval waar we permanent mee blijven zitten. Dus zo komen we uit bij een heel simpel en goedkoop alternatief: de kolencentrale. Toch?

Politiek

De oplossing waar de huidige politiek in het algemeen mee komt is het wél duurder maken van het gebruik van fossiele brandstoffen, maar, omdat die nog wel de goedkoopste vorm van energie blijven, veranderd er niets. Dit komt alleen maar neer op belastingverhogingen en het slaat uiteraard weer nergens op.

Klimaat

Het klimaat is aan het veranderen en het ziet er helaas naar uit dat de mens voor een redelijk deel hier zelf voor verantwoordelijk is. (Zie ook dit blog.) Nederland mag wel oppassen met het stijgen van de zeespiegel en uw kelder gaat waarschijnlijk wel een keer onderlopen door hevige regenval en, omdat over 5 jaar juni en juli steeds één lange hittegolf worden gaat u ook geld uitgeven aan een airco en meer stroom gebruiken.

Aan de andere kant is de klimaatverandering nou ook weer niet het allergrootste probleem van de mens. En omdat het een wereldwijd probleem is moeten dus ook alle landen hier rekening gaan houden. Als we willen dat de concentratie CO₂ stopt met stijgen, dan moet de uitstoot met 60% omlaag (en dan nog gaat de verzuring en opwarming van de oceanen voorlopig nog wel even door). Sukkeltje Nederland lijkt nota bene de 15% reductie onder protest nog te gaan halen ook. Chapeau! Zou China al begonnen zijn met het sluiten van zijn 53 kolencentrales? Hoe dan ook ziet het er vooralsnog niet naar uit dat we die 60% reductie gaan halen met z’n allen, hè?

De mens is zwaar afhankelijk van fossiele brandstoffen. En wel nog veel meer dan men denkt c.q. media doen voorkomen. In rijke landen houdt het stoppen van het gebruik ervan een zware vermindering van de welvaart in. In de rest van de wereld is het onmogelijk om de staat van overbevolking die we nu wereldwijd hebben in stand te houden zonder fossiele brandstoffen.

Migratie

Er is veel leed en armoede in de wereld. Op veel plaatsen leven namelijk ook veel meer mensen dan er eigenlijk zouden moeten wonen, zodat in bepaalde, mindere tijden veel mensen zonder eten komen te zitten. Dit moet natuurlijk niet kunnen! Het zijn ook allemaal mensen! Giro 555 forever!

Op weer andere plekken leven veel mensen weer dicht op elkaar en moeten concurreren om bijvoorbeeld land of bronnen als fossiele brandstoffen, met conflicten tot gevolg. Ook hebben we in deze wereld natuurlijk godzijdank allemaal vrijheid van godsdienst. En de godsdiensten conflicteren vervolgens weer met elkaar. Van al deze conflicten komen uiteindelijk oorlogen, zoals laatst ook die in Syrië.

Alle mensen hebben rechten in deze wereld en zijn allemaal gelijk en verdienen gelijke kansen. Alle mensen (gek genoeg ook mannen #MeToo) hebben recht op sex en we weten wat daarvan komt. Vrouwen hebben een sterke kinderwens en hier moet gehoor aan gegeven worden. Heeft een vrouw een mislukte baarmoeder? Dan maar met een baarmoeder van een overleden vrouw. Ieder kind dat wordt geboren heeft natuurlijk recht op een goed leven (UNICEF) en zodra dat kind volwassen is, begint alles weer van voor af aan.

In Afrika groeit de bevolking inmiddels met ongeveer 31 miljoen per jaar. India kan er met 15 miljoen per jaar ook wat van en daar wonen over 6 jaar meer mensen dan in China. In India en landen ten zuiden van de Sahara is het nog steeds doodnormaal om ± 5 kinderen per gezin te nemen. Afrika is ook niet meer die rimboe met hier en daar een negerstam in een dorpje waar men nog nooit een blanke heeft gezien. Het is eerder een grotendeels al ontbost, kaalgevreten en onder de voet gelopen continent; alleen in Congo staat nog regenwoud. Alleen al in Nigeria wonen nu waarschijnlijk al tegen de 200 miljoen Nigerianen (die van die oplichting) en is per oppervlak bijna net zo dichtbevolkt als Duitsland!

We zitten het dus met z’n allen doodnormaal te vinden dat de mensheid zich ongebreideld uitbreidt. Dit wordt ook weer ondersteund door alle geloofsovertuigingen. Maar alle problemen die daaruit voortkomen “kunnen niet”. Alle oorlogen zijn verschrikkelijk! Mensen in gebieden met honger of oorlog moeten wij helpen en hebben uiteraard het volste recht om te gaan vluchten c.q. migreren! En migranten zijn ook mensen en hebben natuurlijk ook weer rechten. We gaan hier straks (december 2018) in Marrakesh ook een verdrag voor tekenen, ongeacht wat u daarvan vindt.

Mensen in oorlogsgebieden of gebieden met teveel conflicten of honger willen of gaan dus vluchten. Ik gok dat zo’n 2 miljard mensen hier weleens over nadenken. Bij dit ‘vluchten’ wil men uiteraard niet naar één regio of één land verderop. Het is daar immers net zo’n hopeloze, armoedige puinhoop, dus dat is logisch. Zo willen mensen uit Venezuela naar de VS (niet naar Brazilië of Mexico), willen mensen van Indonesië naar Australië (niet naar China) en wil heel Afrika naar de EU (niet naar het midden-oosten of Rusland).

Naast 13,2 miljoen Nederlanders en 1,7 miljoen Polen, Bulgaren, etc. wonen hier nog heel wat andere “Nederlanders”. Dat migranten ook naar Nederland komen dat overkomt ons gewoon. In eerste instantie hebben ze natuurlijk recht op “bed, bad en brood”, maar later natuurlijk ook op een sociale huurwoning, uitkering en zorg. Wir schaffen das! De huizenmarkt zit in Nederland al op slot, dus dat kan migratie gelukkig niet meer veroorzaken. Maar verder willen we natuurlijk niet dat gemeentebelastingen en zorgkosten nog verder stijgen. Ook willen we natuurlijk niet dat de rij van werklozen met geen (of de verkeerde) opleiding steeds langer wordt. Of dat er een aparte rij werklozen ontstaat die ook nog eens gebrekkig Nederlands spreken.

Arbeid

Nederlandse bedrijven, of in ieder geval die waarvan de brievenbus in Nederland staat, moeten een sterke concurrentiepositie behouden. Dat is goed voor de economie. Dus zij moeten goedkoop kunnen produceren. Dit doen zij bijvoorbeeld door te automatiseren. De lonen in Nederland zijn zo onderhand de hoogste ter wereld, dus het is heel lucratief om te besparen op arbeid. Gelukkig kan veel arbeid die ondanks de automatisering overblijft verplaatst worden naar landen met lagere lonen: globalisering.

Aan de andere kant is het wel duidelijk dat de lonen omhoog moeten in Nederland. Zeker ook het minimumloon want mensen met alléén maar dat kunnen niet meer rondkomen. Helaas kan het minimumloon van jongeren niet omhoog, want anders komen jongeren niet meer aan het werk. Dus het minimumloon van ouderen (23+) moet just eerder omlaag. En de concurrentiepositie van het bedrijf waar zij werken moet dus niet in gevaar komen…

Kloof tussen Arm & Rijk

Het is zeker niet eerlijk wanneer een klein groepje mensen steeds rijker wordt terwijl de minderheid juist steeds armer wordt. Ook in Nederland wordt deze groep armen steeds groter en op erover praten heerst nog steeds een taboe. Stel dat die mensen meer te besteden hadden gehad, zouden ze vaker op vakantie kunnen, meer (dure) kleding kopen en dikkere auto’s. Ook krijgen ze dan wat meer de vrijheid om gewoon eens lekker in te slaan bij de Appie en wat vaker naar de McDonald’s of Starbucks te gaan. Maar een leuke daarbij is wel dat je je af kan vragen waar al het geld wat ze daaraan uitgeven dan vooral naartoe gaat…

Conclusie

De onvrede in Nederland komt voort uit meerdere problemen die maar blijven spelen. Het zijn problemen waarvoor wel oplossingen zijn die door schreeuwende minderheden worden gedragen, maar waar geen oplossingen voor zijn die door en meerderheid wordt gedragen. Politiek gezien zijn er dus geen goede oplossingen meer. De meerderheid is daardoor ook nogal stil geworden, maar wordt niet minder ontevreden.

In de huidige politiek komen rechtse politieke partijen niet met oplossingen, want hun oplossingen zijn te egocentrisch of te politiek incorrect om te uitten. Linkse partijen komen wél met goedbedoelde, politiek correcte oplossingen, maar die pakken vaak juist helemaal verkeerd uit. De werkelijkheid is een bitch!

Het politieke systeem wat we nu hebben moet er uit. En wel nu! Dat geld uitdelen aan de rijken en multinationals mag van mij ook meteen stoppen. Maar even voor de duidelijkheid: dat gaat niet via de politiek lukken! Politici zijn nu wel prima tevreden met het systeem waarbij ze met u niet zoveel te maken hebben en zelf via wachtgeld verzekerd zijn van inkomen. Als het protest van de gele hesjes maar groot genoeg wordt, kan het wél lukken.

The-people-dont-know-their-true-power.jpg

Met een ander politiek systeem zouden uiteindelijk toch nog wel een aantal dingen kunnen veranderen. Mensen die binnen een systeem opereren waarbij de mening van het volk prevaleert, zouden zich bij politiek incorrecte beslissingen ongegeneerd kunnen schuilen achter het volk. Zo denk ik dat er uiteindelijk wel een meerderheid voor kernenergie te vinden gaat zijn. De “groene hesjes” mogen dan vertellen hoe we dat fatsoenlijk kunnen invoeren. Ook het basisinkomen is een leuke. Mensen afstraffen voor werken of juist eindeloos laten solliciteren naar banen die er niet zijn gaat op termijn ook niet meer werken. En om weer andere mensen te betalen om te controleren of er wel nutteloos, eindeloos wordt gesolliciteerd helpt ook niet.

Migratie naar Nederland lost helaas eigenlijk niets op. Problematiek die eigenlijk veroorzaakt zijn door overbevolking verplaats je daarmee naar Nederland en stel je daarbuiten alleen maar een klein beetje uit. Aan de andere kant verplaatst het onherroepelijk welvaart weg uit Nederland, wat elders problemen ook weer alleen maar een beetje uitstelt. Het netto effect op wereldschaal is vooral meer gele hesjes binnen Nederland.

Nederland is maar een klein stukje van deze wereld. En de mensheid als geheel is een soort sprinkhanenplaag die inmiddels de hele planeet al over is gegaan en alles aanwendt voor eigen gebruik en opmaakt waar het beschikking over kan krijgen, zoals land en fossiele brandstoffen. In feite had de mens het ‘gebruik van deze planeet’ al bijna geoptimaliseerd en nu is er een voornemen bijgekomen om minder te gaan gebruiken, namelijk weer die fossiele brandstoffen. Uiteindelijk loopt het met deze sprinkhanenplaag net zo af als met alle andere sprinkhanenplagen: het aantal individuen blijft toenemen, maar op een gegeven moment neemt de hoeveelheid middelen nodig om te leven nemen alleen maar af. Dus niet dat de wereld vergaat, laat staan van de ene op de andere dag. Maar de problemen die we nu met z’n allen hebben gaan gewoon steeds, iedere dag een klein beetje erger worden en een eind daarvan komt niet in zicht. Prettige dag verder!

Extreme Regenval Nederland

Af en toe regent het ergens in Nederland even zo hart dat hele stukken van straten een paar uur blank staan. De gemeentelijke waterafvoer kan het dan gewoon even niet aan. Deze gebeurtenissen zorgen voor overlast voor verkeer en ondergelopen kelders of zelfs benedenverdiepingen. Dit haalt derhalve dan ook het nieuws en dikwijls wordt daarbij vermeldt dat met het nieuwe klimaat waarschijnlijk vaker en ernstiger gaat voorkomen.

Onderzoeksvraag

Wat is er de laatste tijd wat betreft neerslag en de extreme val ervan waargenomen? Het klimaat is nu sowieso al aan het veranderen, dus er zou toch wel wat verandering te zien moeten zijn in waarnemingen tot nu toe?

Analyse

In het weer zit van jaar tot jaar veel variatie; zo ook in neerslag. Er kan alleen gekeken worden naar meerdere jaren samen; hoeveel is puur een keuze. Gemiddelden over die jaren resulteren dan in kansen op bepaalde soorten weer of situaties zoals overstromingen door hevige regenval.

Om goede gemiddelden te krijgen zouden zo veel mogelijk, betrouwbare gegevens gebruikt moeten worden. Nieuwsitems over regenval verzamelen en de foto’s die daarbij zitten beoordelen gaat vast niet zo goed werken. Laat ik het maar weer bij de gegevens van het KNMI houden.

Waarnemingen

Het KNMI registreert al sinds 1901 vele waarnemingen van het weer in Nederland. iedereen mag deze gegevens gratis downloaden. Waarnemingen over de hoeveelheid neerslag wordt echter pas sinds 1906 geregistreerd en in eerste instantie werd dit alléén gemeten in De Bilt. Later werd dit ook bij andere stations gemeten en geregistreerd.

In eerste instantie werden er alléén gegevens per dag geregistreerd. Per station werd dan voor iedere dag geregistreerd hoeveel regen er in totaal was gevallen en vaak ook in welke van de 24 uur het meeste viel en hoeveel dat dan was. Sinds 1951 worden ook gegevens per uur geregistreerd voor meerdere stations. Voor neerslag werd dan voor ieder uur van de dag de hoeveelheid geregistreerd.

Hoeveelheid

Eerst maar eens kijken hoeveel regen er per jaar viel.

Years_Per_Station_Per_Day
Diagram 1: Voor alle door het KNMI waargenomen jaren de gemiddelde hoeveelheid neerslag per station per waargenomen dag. Afgeleid uit de KNMI daggegevens. De donkerblauwe lijn is voor ieder jaar het gemiddelde over dat jaar en de 14 jaar ervoor.

Dit diagram laat in eerste instantie goed zien dat er veel variatie zit tussen de jaren qua neerslag. Bepaalde jaren viel er veel t.o.v. de jaren ervoor en erna, zoals 1912, 1950, 1966 en 1998. Andere jaren viel er weinig, zoals 1921, 1933, 1959 en het jaar met de droogste zomer ooit: 1976. Maar dit jaar (2018) kan er tot nu toe ook wat van qua droogte. De opvallende jaren zijn ook op weerstatistieken.nl terug te vinden.

Ik koos ervoor om doorlopende gemiddelden erbij te zetten van 15 jaar terug. Dit gemiddelde gaat op en neer rond de 2.1 en toont geen duidelijke trend! Dit is in strijd met wat het KNMI bijvoorbeeld hier bericht.

Veel in één Uur

Het is al een stuk lastiger te zeggen hoe vaak er veel regen in één uur valt.

Ten eerste: Wat is vaak? Als alléén naar uren wordt gekeken met extreme waarden, moeten gemiddelden te ver terug de tijd in genomen worden. Die gemiddelden zouden dan zo ver terug in de tijd gaan dat ze de tijdspanne waarin klimaat veranderd gaan overschrijden. Van alle 10449666 uren in de uurgegevens van het KNMI waarvoor op een station gegevens zijn geregistreerd, viel er in slechts 2578 (0,025%) van die uren meer dan 10 mm regen. Ik koos ervoor om te stellen dat uren boven deze grens nog voldoende in aantal zijn om er nog wat over te kunnen zeggen.

Ten tweede: Wat is veel? Er zijn nog heel wat uren op stations met meer dan 50 mm neerslag in één uur waargenomen! Volgens de uurgegevens van het KNMI viel de meeste regen in een uur op 28 juni 2011 gemeten op station Herwijnen; daar viel toen 79 mm in één uur! Over schade in die omgeving van de ‘storm’ van die dag is nog veel te vinden.

Ten slotte komt extreme regenval in natte jaren uiteraard ook weer meer voor dan in droge jaren. Dus het aantal uren met ‘veel‘ neerslag moet ook gedeeld worden door de ‘totale hoeveelheid neerslag‘. Dus nu dan maar het aandeel aan dagen met een uur met meer dan 10 mm neerslag per totale hoeveelheid regen voor alle jaren.

Years_Per_Station_Day_With_Over_100_Per_Precipitation.png
Diagram 2: Voor alle door het KNMI waargenomen jaren en dagen daarbinnen het aandeel aan dagen met ten minste één uur met meer dan 10 mm neerslag. Afgeleid uit de KNMI daggegevens. De donkerblauwe lijn is voor ieder jaar het gemiddelde over dat jaar en de 14 jaar ervoor.

Dit diagram heeft heel veel variatie tot ± het jaar 1950, wat te verklaren is met dat voor dat jaar er op slechts weinig stations werd geregistreerd hoeveel neerslag er viel. Zelfs het gemiddelde over 15 jaar varieert nog veel. De betrouwbaardere ‘rechter helft’ van dit diagram toont echter een (lichte) afname in het aandeel van dagen tot ± het jaar 1990 en een redelijke stijging daarna. En ook al was dit jaar (2018) vrij droog was tot nu toe het aandeel aan deze dagen t.o.v. die weinige hoeveelheid regen toch nog redelijk hoog.

Natuurlijk schuilen er nog problemen in per etmaal alléén het uur met de meeste regen registreren: Wanneer er op één dag erg veel regen viel konden er uiteraard meerdere uren zijn geweest met meer dan 10 mm regen en daarvan werd er dan maar één geregistreerd. Ook kon een flinke plensbui die bijvoorbeeld maar 30 minuten duurde, de ene helft in het ene en de andere helft in het volgende uur vallen. Die bui lijkt met deze manier van registreren van ineens half zo erg.

Nu maar eens een diagram op basis van die uurgegevens.

Years_Per_Station_Hour_With_Over_100_Per_Precipitation
Diagram 3: Voor alle door het KNMI waargenomen jaren en uren daarbinnen het aandeel aan uren met meer dan 10 mm neerslag. Afgeleid uit de KNMI uurgegevens. De donkerblauwe lijn is voor ieder jaar het gemiddelde over dat jaar en de 14 jaar ervoor.

Dit diagram is gebaseerd op vele malen meer gegevens en geen uur wordt overgeslagen. Hoewel er geen gegevens zijn van vóór 1951 laat het doorlopende gemiddelde van 15 jaar wel het zelfde zien: Een lichte daling tot ± 1990 en daarna een redelijke stijging.

Er is geen simpele verticale schaal te geven voor diagrammen 2 en 3, dus die heb ik maar weggelaten. Maar wat kan er dus uit diagram 3 worden afgelezen? Van 1990 tot 2018 is, voor een periode waarin bijvoorbeeld in totaal 100 mm regen valt, de kans dat er in die periode en uur bij zit met meer dan 10 mm neerslag gestegen met zo’n 65%.

Ook voor uren met minder neerslag, bijvoorbeeld meer dan 3 mm, heb ik dergelijke diagrammen gegenereerd. Deze tonen minder variatie door de jaren heen en minder dalende en stijgende trends, maar de trends blijven dezelfde: daling tot ± 1990 en daarna een redelijke stijging.

Per Maand

Verder is er nog te kijken naar in welke maanden er vooral neerslag valt. Want in welke maanden van welke jaren zien we de hoeveelheid en extremen van neerslag nou toenemen?

Month_Day_Average_3_Periods
Diagram 4: Voor alle maanden de gemiddelde hoeveelheid neerslag per dag in mm. De gemiddelden zijn weer uitgerekend voor 3 periodes van ± 40 jaren. Afgeleid uit de KNMI daggegevens.

Uit dit diagram is af te lezen dat er de minste regen valt in April, ook al “doet die wat die wil”, maar verder is er geen pijl op te trekken. De middelste periode, 1941 – 1980, was vreemd genoeg het meest afwijkende met de minste variatie over de maanden en hele natte Novembers. Verder kunnen we nog kijken in welke maanden de meeste dagen een uur met meer dan 10 mm neerslag voorkomen.

Month_Days_With_Over_100_3_Periods.png
Diagrma 5: Voor alle maanden de gemiddelde percentage aan dagen wat een uur heeft met meer dan 10 mm neerslag. De gemiddelden zijn weer uitgerekend voor 3 periodes van ± 40 jaren. Afgeleid uit de KNMI daggegevens.

Uit dit diagram is af te leiden dat hevige regenval typisch een verschijnsel van de zomermaanden is, dus Juni, Juli en Augustus, en dat altijd al geweest is. Verder is ook hier weer geen pijl op te trekken en ook hier toont de middelste periode de meeste verdeling over de maanden!

Op basis van diagrammen 2, 4 en 5 valt er wat voor te zeggen om te stellen dat neerslag door het KNMI tot het jaar ± 1965 te weinig en wellicht ook te onnauwkeurig is gemeten en geregistreerd. Tot 1956 werd dit alleen in De Bilt geregistreerd en tot 1971 werd dit op slechts 5 stations geregistreerd. Laten we kijken naar de totale hoeveelheid neerslag per maand in de uurgegevens vanaf 1965.

Month_Hours_With_Over_100_3_Periods
Diagram 6: Voor alle maanden de gemiddelde percentage aan uren met meer dan 10 mm neerslag in 0,01 procenten. De gemiddelden zijn weer uitgerekend voor 3 periodes van ± 23 jaren, dus kortere periodes dan diagrammen 4 en 5. Afgeleid uit de KNMI uurgegevens.

Ook dit diagram geeft weer aan dat hevige regenval een verschijnsel is van de zomermaanden. Zoals te verwacht en is van een diagram wat op meer en waarschijnlijk ook nauwkeurigere gegevens is gebaseerd, laat het minder variatie zien bij de meeste maanden. Dit ondanks de kortere periodes, wat aangeeft dat dit het meest significante diagram op maandbasis is. De recente toename zoals ook in diagram 3 te zien, is ook in dit diagram te zien. En de verassing van diagram 6 is dat er alléén een grote verandering te zien is in de laatste 2 decennia rond slechts 2 maanden: juli en augustus.

Samenvatting

De hoeveelheid neerslag die er door de jaren heen viel heeft volgens de gegevens van het KNMI hebben altijd gevarieerd. Tot recent varieerde dit nog steeds zowel licht naar beneden als naar boven. Een trend is er niet in te zien, opwaarts noch neerwaarts.

Voor zover de gegevens van het KNMI betrouwbaar zijn t.b.v. gemiddelden van aantallen uren met relatief veel neerslag laten alle gegevens tot ± 1990 een lichte daling zien in uren met extreme neerslag per totale hoeveelheid neerslag. Na 1990 is er een relatief sterke stijging in te zien. Bij tijden met regen is de kans dat er een uur bij zit met meer dan 10 mm regen alleen al gestegen met zo’n 65%, maar de kans op uren met nog meer regen dan dat is waarschijnlijk nog meer gestegen!

Er is geen samenhang in trends waargenomen in totale hoeveelheid neerslag (voor zover te zien en significant) en trend in voorkomen van extreme neerslag.

Vóór in ieder geval 1971 heeft het KNMI te weinig gegevens over neerslag geregistreerd om iets te kunnen zeggen over veranderingen in neerslag over de maanden van de jaren. De gegevens van na dat jaar laten niet veel variatie in totalen of extremen in neerslag per maand zien. Echter is er voor alléén de laatste decennia al wel te stellen dat vooral alléén de maanden juli en augustus de kans op extreme regenval sterk is toegenomen! En voor augustus is deze kans wellicht zelfs verdubbeld!

Conclusie

In de hoeveelheid neerslag zit in alle opzichten erg veel natuurlijke variatie, maar het wordt nu wel duidelijk dat de laatste 20 – 30 jaar de kans op extreme regenval in juli en vooral ook augustus ernstig is toegenomen.

Broeikaseffect in Nederlandse Nachten

Er wordt verondersteld dat het broeikaseffect met de jaren versterkt. Dit zou dan het gevolg zijn van het stijgen van de concentratie van broeikasgassen, zoals CO₂ en methaan, in de atmosfeer.

De werking van het broeikaseffect verondersteld dat het versterken van het effect inhoudt dat het aardoppervlak zijn temperatuurenergie minder snel verliest via de atmosfeer naar de ruimte toe. Warmte in de vorm van warmtestraling heeft bij zijn weg van het oppervlakte naar de ruimte meer te maken met materie die de warmte heen en weer omzet in kinetische en stralingsenergie.

Een gevolg van het versterken van het broeikaseffect zou zijn dat gemiddelden van temperaturen meestijgen. Er is al veel informatie in de media verspreidt over het stijgen van temperaturen, maar er zijn meer factoren die gemiddelde temperaturen van het klimaat beïnvloeden.

Onderzoeksvraag

Om preciezer het versterken van het broeikaseffect in Nederland in beeld te brengen zou er naar een specifieker aspect van het klimaat gekeken moeten worden. Wat geeft preciezer de sterkte van het broeikaseffect aan? De afkoeling ’s nachts! Overdag worden temperaturen voornamelijk door zonneschijn bepaald. Ook zijn daarbij de hoogte van de zon en mate van bewolking belangrijk.

De onderzoeksvraag c.q. -opdracht van dit onderzoek is derhalve: breng de afkoeling ’s Nachts in Nederland goed in beeld.

Analyse

Sinds 1 januari 1951 registreert het KNMI, naast gegevens per dag, ook gegevens per uur per meetstation. iedereen kan deze gewoon downloaden. Heel moeilijk is het allemaal niet, afgezien van het feit dat het om erg veel gegevens gaat. Er wordt puur en alleen uitgegaan van deze gegevens.

Per “uurvak” (1 t/m 24) werden per station meerdere parameters vastgelegd, waaronder de temperatuur in tot 0,1°C nauwkeurig. Er zijn in totaal metingen gedaan op iedere dag op ±45 stations c.q. plaatsen metingen verricht.

Relevant voor dit onderzoek waren alleen de temperaturen ’s nachts, dus na zonsondergang en vóór zonsopkomst, van alle stations. Natuurlijk zijn niet alle nachten even lang. Zo werd er bij gegevens van de januarimaanden gekeken naar de uurvakken 18 t/m 7 van de volgende dag en bij de gegevens van de junimaanden slechts naar de uurvakken 22 t/m 4 van de volgende dag.

Binnen deze relevante gegevens is vervolgens gekeken naar de volgende gemiddelden: Als het op station S in uur U een temperatuur X is, wat is dan de het verschil met de gemiddelde temperatuur Y op S in uur U+1. M.a.w. stel dat het ergens ’s nachts een bepaalde temperatuur was, hoeveel koelde het gemiddeld dan op dezelfde plek af in één uur?

Werkwijze

De gegevens van het KNMI (tekst) zijn ingelezen (met Java) en in een database (MariaDB) gezet. Voor de presentatie zijn gegevens (soort van geconverteerd met Java) weer ingelezen (met PHP) en zijn er gemiddelden van uitgerekend.

Er zijn gemiddelden uitgerekend voor de gegevens van 3 tijdvakken van ieder zo’n 23 jaar, namelijk:

  1. Tijdvak 1: Jaren 1951 t/m 1973 (23 jaar);
  2. Tijdvak 2: Jaren 1974 t/m 1995 (23 jaar);
  3. Tijdvak 3: Jaren 1996 t/m 2018 (bijna 23 jaar);

Om nog meer gegevens samen te kunnen nemen zijn de gegevens ook uitgerekend voor 2 tijdvakken. In de eerste jaren van de metingen door het KNMI werden er op minder stations gegevens per uur geregistreerd dan op de latere. om de hoeveelheid gegevens wat meer gelijkmatig over de twee tijdvakken te verdelen is gekozen voor vakken van verschillende lengte:

  1. Tijdvak A: Jaren 1951 t/m 1990 (39 jaar);
  2. Tijdvak B: Jaren 1991 t/m 2018 (bijna 28 jaar);

Presentatie

De resultaten voor de 3 tijdvakken zijn geplaatst in het spreidingsdiagram hieronder. De gegeven temperatuur op een bepaalde plaats op een bepaald uur in de nacht staat op de horizontale as. Alleen waarden tussen -13°C en +27°C worden weergegeven. De verticale as geeft het berekende gemiddelde verschil met de temperatuur op dezelfde plaats één uur later aan. Hier worden alleen waarden tussen +0,1°C en -1°C aangegeven.

Afkoeling Gemiddelden 3 Tijdvakken.png
Diagram 1: Spreidingsdiagram met gemiddelde temperatuurverandering na één uur in de 3 tijdvakken 1:[1951 – 1973] (blauw), 2:[1974 – 1995] (rood) en 3:[1996 – 2018] (oranje).

Evaluatie & Discussie

Diagram 1 laat aan mensen die niet kleurenblind zijn hoogstwaarschijnlijk meerdere dingen zien. Volgens mij (niet kleurenblind) laat het de volgende dingen zien:

  • Bij de waarden voor temperaturen onder de -1°C en boven de +19°C is er een grote spreiding te zien. Deze gemiddelden zijn ook berekend uit relatief weinig gegevens. De temperaturen vallen in Nederland relatief weinig buiten het bereik [-1°C – +19°C]. Echter laat het diagram met enige fantasie toch voor het eerste tijdvak méér afkoeling buiten dat bereik zien dan voor het laatste tijdvak. Binnen dit bereik is het diagram vrij eenduidig.
  • Bij temperaturen rond de +1°C is er na een uur opvallend minder afkoeling dan bij naastgelegen temperaturen als -1°C en +2°C. Dit zal ongetwijfeld iets te maken hebben met dat deze temperaturen dicht bij het vriespunt liggen ( 0°C ).
  • Bij hogere temperaturen vindt er gemiddeld meer afkoeling plaats dan bij latere temperaturen. Bij bijvoorbeeld +20°C is het een uur later gemiddeld zo’n 0,6°C kouder. Bij bijvoorbeeld +2°C is het een uur later gemiddeld slechts 0,1°C kouder. Dit is eenvoudig te verklaren met dat een warmer (aard)oppervlak meer energie in de vorm van warmtestraling uitstraalt en dus ook sneller warmte kan verliezen.

Bij het kijken naar diagram 1 zou men deze dingen in het achterhoofd moeten houden. Men zou dus vooral naar het bereik tussen -1°C en +19°C moeten kijken en het golfje rond +1°C weg moeten denken. Een diagram met voornamelijk alleen de meest significante gegevens, diagram 2 hieronder, laat een ander beeld zien.

Afkoeling Gemiddelden 3 Tijdvakken_focus
Diagram 2: Spreidingsdiagram met gemiddelde temperatuurverandering na één uur ná een temperatuur van tussen de 6°C en 19°C in de 3 tijdvakken 1:[1951 – 1973] (blauw), 2:[1974 – 1995] (rood) en 3:[1996 – 2018] (oranje). Het zijn de gegevens van diagram 1 tussen 6°C en 19°C op een ander assenstelsel.
Als men in dit diagram ook nog de globale curve in de grafiek wegdenkt, zijn er nog best leuke conclusies uit de diagrammen te trekken:

  • Bij temperaturen tussen -2°C en +4°C is er geen verschil in mate van afkoeling ’s nachts te zien tussen de 3 tijdvakken.
  • Bij temperaturen onder -2°C lijkt er de minste afkoeling in het 3e, maar de meeste afkoeling in het 2e tijdvak te zijn! Het broeikaseffect lijkt niets met deze temperaturen te maken te hebben.
  • Voor het 2e tijdvak t.o.v. het 1e tijdvak is er voornamelijk minder afkoeling te zien bij temperaturen tussen 4°C en 14°C en zeker niet bij temperaturen tussen de 14°C en 20°C! Afkoeling was tussen deze temperaturen gemiddeld 0,01°C tot 0,025°C minder in het 2e dan het 1e tijdvak. Voor temperaturen boven de 20°C is het diagram niet eenduidig.
  • Voor het 3e tijdvak t.o.v. het 2e tijdvak is er minder afkoeling te zijn bij alle temperaturen boven de 7°C! Bij temperaturen rond 15°C was er zo’n 0,03°C minder afkoeling per uur. Bij temperaturen rond 18°C verminderde de de gemiddelde afkoeling met tot wel 0,07°C per uur! En voor zover in te schatten van diagram 1 verminderde de gemiddelde afkoeling boven de 20°C weer nog ernstiger dan dat!
  • Voor zover diagram 2 een significant verschil illustreert, laat het zien dat er vooral na 1996 een vermindering van afkoeling is waargenomen. En dus voor vooral voor de hogere temperaturen.

Om meer nauwkeurigheid te krijgen bij waargenomen gemiddelde afkoeling bij temperaturen boven de ±18°C, moeten er blijkbaar nog meer gegevens samengenomen worden. Zo komen we op de verdeling van dezelfde gegevens c.q. dezelfde hoeveelheid gegevens over slechts 2 i.p.v. 3 tijdvakken. De resultaten hiervan zijn geplaatst in diagram 3 hieronder.

Afkoeling Gemiddelden 2 Tijdvakken_focus
Diagram 3: Spreidingsdiagram met gemiddelde temperatuurverandering na één uur in de 2 tijdvakken A:[1951 – 1990] (blauw) en B:[1991 – 2018] (blauw).
Diagram 3 laat aan mensen die niet kleurenblind zijn net als de eerdere diagrammen een paar dingen zien:

  • Waar de verschillen in afkoeling zit tussen deze 2 tijdvakken is nog eenduidiger, voorspelbaarder en dus significanter dan bij de verdeling over 3 tijdvakken.
  • Waar bij de verdeling over 3 tijdvakken verandering van gemiddelde afkoeling bij verscheidene temperatuurreeksen te zien was, is hier een veel homogenere verandering te zien.
  • Sinds 1990 is de gemiddelde afkoeling per uur in de nacht bij temperaturen tussen de 6°C en 17°C ongeveer 0,5°C afgenomen. Bij 19°C is deze afname ineens opgelopen tot ±0,1°C. Bij 21°C is de afname voor zover in te schatten waarschijnlijk afgenomen met ±0,15°C!

Conclusie

Het KNMI heeft waargenomen dat sinds jaren 70 – 80 nachten met gemiddeld zomertemperaturen langzamer afkoelden t.o.v. de decennia daarvoor. In uitzonderlijk warme nachten, met temperaturen boven 14°C, koelde het wel nog (bijna) net zo snel af als daarvoor. In nachten met vorst leek het zelfs nog eerder meer dan minder af te koelen!

De laatste twee decennia heeft het KNMI waargenomen dat het ’s nacht bij vooral warmere temperaturen, vanaf 7°C, gemiddeld minder is gaan afkoelen t.o.v. de decennia daarvoor. De waarnemingen van ná 1990 laten goed een verschil zien t.o.v. de metingen van vóór dat jaar: Hoe hoger de temperatuur, hoe meer de afkoeling is verminderd en dat geldt dan weer met name voor temperaturen hoger dan, zeg, 16°C.

De gepresenteerde diagrammen laten significante verschillen zien in mate van gemiddelde afkoeling tussen de gekozen tijdvakken. Omdat er alléén gekeken is naar de temperaturen tijdens nachten, maar wel weer van alle stations en alle dagen van de jaren, lijken de verschillen vooral te verklaren te zijn door het broeikaseffect.

Wat verder nog mee zou kunnen spelen is het verschijnsel van de stedelijke warmte eilanden. Hier zou onderzoek naar gedaan kunnen worden door onderscheid te maken tussen weerstations in landelijk gebied en stations die in een (inmiddels) stedelijke omgeving staan.

Het Broeikaseffect

Godzijdank hebben we op deze planeet een broeikaseffect, want zonder dat effect zou het op deze planeet niet gemiddeld 14°C maar -19°C zijn geweest. Alleen de laatste tijd wordt dat effect door u, de mens steeds en beetje sterker. Ook warmt het klimaat langzaam een beetje op en dat komt vrijwel zeker ten minste deels door dat effect. Hoe werkt dat nou precies, wat gaat er op termijn veranderen en wat merken we daarvan?

Werking

Hoe werkte dat broeikaseffect ook al weer? Laat ik zo dicht mogelijk bij de betrouwbare, volledig objectieve schei- en natuurkunde blijven en mijn omgeving observeren en meten vanuit mijn zolderkamer door de glasvezel.

 

Warmtestraling

Veel stoffen zijn in staat warmtestraling zowel op te nemen als weer uit te stralen. Hoe warmer ze zijn, hoe meer ze uitstralen. Het uitstralen gaat altijd in alle mogelijke richtingen. Bij het opnemen van straling worden ze zelf weer warmer.

Het oppervlakte van de aarde straalt ook warmtestraling uit; hoe warmer deze is, hoe meer uitgestraald wordt. Het uitstralen kan alleen omhoog, dus naar de atmosfeer.

In de gehele atmosfeer zitten gassen (gassen zijn ook stoffen) die ook in staat zijn om warmtestraling zowel op te nemen als weer uit te stralen: de broeikasgassen. In de atmosfeer wordt door deze gassen warmtestraling omgezet in warmte, maar ook weer uitgestraald. Omdat de atmosfeer een laag vormt kan het uiteindelijk alleen nog omhoog en omlaag. Het deel dat omhoog gaat straalt weg naar de ruimte, het deel dat omlaag gaat, gaat weer terug naar het aardoppervlak om die weer terug op te warmen.

Het broeikaseffect werkt dus NIET als een broeikas! Een broeikas houdt met glasplaten stomweg de warme lucht op zijn plek en straalt warmtestraling met die glasplaten terug.

Broeikasgassen

Er zijn verschillende gassen die aan het broeikaseffect bijdragen, de ene meer dan de andere. Natuurlijk is er de beruchte CO₂, maar ook gewoon ordinaire waterdamp, methaan en nog een zooitje rare gassen die u en ik niets zeggen.

10712_2011_9150_Fig1_HTML
Stromen van energie in de vorm van elektromagnetische straling tussen het aardoppervlak en de ruimte, via de atmosfeer. Alles in Watt per vierkante meter. Bron: Trenberth & Fasullo 2012

Als men kijkt naar het aardoppervlak en de atmosfeer is het dus niet helemaal zo dat het thermodynamische evenwicht van de aarde door de mens uit balans is gebracht of zo, zoals bijvoorbeeld in dit artikel hier beschreven. Alle warmte die de aarde via warmtestraling zou uitstralen, wordt uiteindelijk ook gewoon uitgestraald, alleen het duurt wat langer. In het plaatje hierboven is geabsorbeerde zon-energie 161 + 78 (oppervlak + atmosfeer) gelijk aan energie door de atmosfeer uitgestraald als infrarood: 239.

Aan de andere kant warmen oceanen wél weer langzaam op over de jaren. Dit door de gemiddeld warmere atmosfeer, maar ook door een feller schijnende zon. Als deze opwarming ook in het plaatje worden gezet, is het thermodynamische evenwicht van de aarde wél verstoord.

Stel we zouden de zon in één klap helemaal uitzetten. In eerste instantie is dat zeer positief voor mensen met slaapritmestoornissen en de jetlag is verleden tijd, maar verder zal de aarde alsmaar af blijven koelen. Min of meer wat er ook ’s nachts gebeurd aan de kant van de aarde die geen zonlicht krijgt, maar dan overal en dat langer volgehouden. Na een paar maanden of zoiets zou het gehele aardoppervlak en de atmosfeer bijna naar het absolute nulpunt zijn afgekoeld. Met een zeer sterk broeikaseffect duurt dat misschien wel een hele dag langer! (Maar die dag zou iedereen en zijn moeder al lang dood zijn.)

Waterdamp is eigenlijk het sterkste broeikasgas van allemaal! Alleen de hoeveelheid daarvan fladdert alle kanten op en de mens heeft daar niet direct veel invloed op. Het broeikasgas met het meeste effect waar de mens wél veel invloed op heeft is vervolgens CO₂. Gezien hoeveel alle broeikasgassen in de atmosfeer voorkomen heeft de mens via CO₂ ook de meeste invloed op het broeikaseffect. Of met andere woorden: voor zover de mens überhaupt invloed heeft op het broeikaseffect, heeft de mens dat dan voornamelijk via CO₂.

Directe Effecten

Het broeikaseffect heeft gek genoeg tegenstrijdige directe effecten.

Verkoelend

De zon straalt licht uit in heel veel golflengtes, waaronder ook infrarood licht. Een deel hiervan wordt door de broeikasgassen al in de atmosfeer tegengehouden en bereikt het aardoppervlak dus nooit. Daardoor warmt deze dus iets minder op door direct zonlicht. De atmosfeer zelf warmt daarentegen dus iets door op door direct zonlicht.

Solar_Radiation
Spectrum van alle uitstraling van de zon (geel) en dat wat het oppervlak bereikt (rood). Straling met een golflengte van 2010 of zoiets dus wordt tegengehouden door CO₂.

Zoals het plaatje hierboven al aangeeft is het effect niet heel groot. Hoeveel is het? Één procent? Het is wél weer net infrarood, wat tegengehouden wordt, wat weer goed is in opwarmen…hmm.

Alle broeikasgassen laten alle zichtbare licht gewoon door. Wij mensen kunnen die gassen (zoals waterdamp, CO₂ en methaan) daarom ook niet zien en zien wij de lucht ook niet verkleuren of zo door meer of minder van die gassen.

Verwarmend

Het aardoppervlak straalt dus altijd warmte uit naar boven in de vorm van infrarood van verschillende golflengtes. Hoe warmer het is, hoe meer. Door het broeikaseffect komt een deel van de warmtestraling even later deels dus weer terug en warmt deze dus weer iets terug op. Vervolgens kan dat aardoppervlak het gewoon wéér uitstralen, etc. Met andere woorden vertraagt het broeikaseffect het afkoelen van het aardoppervlak via straling alleen maar. Of met weer andere woorden blijft warmte-energie langer hangen; het heeft een soort filevorming.

IR-spectrum-GHC
Spectrum van uitstraling aan de bovenkant van de atmosfeer, bij een temperatuur van -23°C, zonder broeikasgassen (groen), met alléén CO₂ (rood), met alléén waterdamp (blauw) en met zowel CO₂ als waterdamp (zwart). Bron: RMetS, maar aangepast t.b.v. begrip.

Stoffen zoals de broeikasgassen zetten niet alle golflengtes van elektromagnetische straling, zoals warmtestraling en licht, om in warmte. M.a.w. wordt door een gas niet alle straling binnen een bepaald spectrum geabsorbeerd. Zo hebben sommige gassen ook een bepaalde kleur en anderen, zoals de broeikasgassen, absorberen weer infrarood licht. Als gekeken wordt naar welke golflengtes van infrarood een oppervlak zo warm als het aardoppervlak uitstralen, dan blijken waterdamp en CO₂ elkaar heel goed aan te vullen. Bovendien absorbeert CO₂ heel goed de straling die door een oppervlak van 50°C voornamelijk wordt uitgestraald! Dus hoe dichter de temperatuur bij die waarde ligt, hoe meer CO₂ aan het broeikaseffect gaat bijdragen. Dus dat doet CO₂ op warme dagen beter dan op koude.

De concentratie van CO₂ is tussen 1910 en 2013 gestegen van 300 ppm (deeltjes per miljoen) naar 400 ppm. Het zal heus op 500 ppm zitten rond het jaar 2050. Toch heeft de verhoging van 300 naar 400 gek genoeg meer effect op het klimaat dan van 400 naar 500!

Netto Effect?

Het verwarmende effect van de broeikas is veel groter dan het verkoelende effect. Als CO₂ vooral een verkoelend effect had gehad, omdat het zonlicht deels absorbeert, dan had het onderste deel van de atmosfeer afgekoeld en het bovenste deel verwarmd, maar just het tegenovergestelde wordt waargenomen. De zon straalt immers niet zo veel infrarood uit waar het aardoppervlak zijn warmte vooral via infrarood verliest. In directe zin zorgen de broeikasgassen er netto dus slechts voor dat temperaturen van lucht en aardoppervlak net wat langer warmte vasthouden. Toch zijn de broeikasgassen die deels van de mens komen (CO₂, methaan, etc.) slechts een heel klein deel van de atmosfeer en het grootste deel van het broeikaseffect komt bovendien ook nog eens gewoon van waterdamp! Het punt is dat de werking van het broeikaseffect en de gevaren van opwarming ingewikkelder zijn dan dat.

Terugkoppelingen

De feiten dat het klimaat warmer wordt en dat er meer CO₂ in de lucht zit, hebben veel uiteenlopende effecten. Zo gaat u ergens de komende jaren een airconditioner kopen en de kamerplanten gaan het steeds beter doen door de extra CO₂. Maar er veranderen ook dingen die zelf uiteindelijk ook weer een gevolg hebben op de temperatuur van het klimaat. Deze dingen zijn dus terugkoppelingen op klimaatveranderingen; er zijn negatieve en positieve en er zijn er die werken op de lange termijn en op de korte termijn.

Lange Termijn

Voor op de lange termijn zijn er al een aantal terugkoppelingen ‘ontdekt’, dus zowel negatieve als positieve.

Negatieve

Zo zijn negatieve terugkoppelingen het feit dat een warmer aardoppervlak ook weer meer warmte gaat uitstralen en het feit dat meer CO₂ in de lucht ervoor zorgt dat de oceanen sneller CO₂ gaan opnemen dan uitstoten. Ook gaan chemische reacties in sediment waarbij CO₂ wordt gebruikt beter. En schelpdiertjes in de oceanen kunnen CO₂ uiteindelijk permanent in de bodem laten verdwijnen. Deze laatste processen kunnen weliswaar veel van de extra CO₂ uit de lucht verwijderen, maar ze hebben er honderden tot duizenden jaren voor nodig hebben.

Positieve

Er zijn veel meer positieve terugkoppelingen. Zo zal er met een warmer en droger klimaat op bepaalde plekken minder groen gaan groeien. Zo worden woestijnen groter en kunnen oerwouden droger worden. En het groen, vegetatie is nou net waar veel CO₂ in gaat zitten, dus met minder groen blijft er meer CO₂ in de lucht.

Als het, en daar lijkt het op met al die extra droogte, normaal gaat worden dat we overal steeds bosbranden hebben, is dat eigenlijk ook een positieve koppeling. We hebben dan structureel stomweg minder bossen en dus minder groen. En het feit dat er allemaal huizen en auto’s bij mee verbranden helpt uiteraard ook niet.

Met een warmer klimaat gaat er uiteindelijk ook her en der ijs smelten wat normaal nooit smolt. Her en der zit er in ijs in land allemaal CO₂ of methaan vast en die komt daar dan na het smelten vrij. Verder wordt ook het ijs op land of zee van de poolkappen steeds kleiner, zeker van die van de noordpool. Vanuit de ruimte gezien wordt daarmee deze planets steeds iets minder ‘wit’ en daarmee wordt dus weer steeds iets minder zonlicht direct teruggekaatst.

Oceanen

De temperaturen van het water in de oceanen zijn op veel plaatsen weer belangrijk voor het klimaat. Dit maakt het bekende verschil tussen een land- of zeeklimaat. Nu de oceanen langzaam maar zeker aan het opwarmen zijn, gaat dit uiteindelijk wel te merken zijn, zeker daar waar we een typisch zeeklimaat hebben zoals hier in Nederland. Dus hoe langer het klimaat warmer is, hoe meer we daarvan zullen gaan merken.

Stel dat het klimaat juist steeds kouder aan het worden zou zijn, dan zouden langzaam de oceanen ook steeds kouder worden en daarmee zouden ze dus weer een negatieve koppeling zijn geweest. Zo zijn de oceanen dus eigenlijk niet zozeer een terugkoppeling op klimaatverandering, maar meer een vertraging.

Niet Spectaculair

Omdat de terugkoppelingen op de lange termijn zo traag zijn, hebben ze dus nooit actualiteit en zijn ze dus totaal niet spectaculair. Ze lijken nog steeds meer gevolg dan (ook) oorzaak van de klimaatverandering. De (indirecte) gevolgen van de dingen die veranderen zijn spectaculairder.

Er is zo veel wat in onze omgeving langzaam veranderd. Dat is altijd al zo geweest en wij mensen passen ons er zoals altijd gewoon aan aan. Klimaatverandering gaat ons pas boeien als we er in het dagelijks leven iets van gaan merken of als het ons (persoonlijk) geld gaat kosten.

Korte Termijn: via Water

De terugkoppelingen van het broeikaseffect op de korte termijn werken gelijk ook wel op een hele korte termijn. Deze korte termijn koppelingen bepalen veel meer het weer zoals wij dat van dag tot dag meemaken. Ze zijn zo snel omdat ze werken met water, namelijk daar waar het verdampt of wolken vormt.

De terugkoppeling met waterdamp kan beginnen overal waar lucht wordt verwarmt door broeikasgassen die iets meer warmtestraling opvangen. Wanneer die lucht warmer wordt, kan daar ook meer water in verdampen: het wordt iets drogere lucht. Wanneer er vervolgens ook daadwerkelijk meer water in verdampt, omdat het met water in contact komt, gaat die extra waterdamp ook weer als broeikasgas werken. Alle broeikasgassen bij elkaar gaan de lucht weer verwarmen en zo is de terugkoppeling rond.

Hoe en op welke hoogte wolken ontstaan is weer een veel moeilijker verhaal. Uiteraard is er waterdamp in de lucht voor nodig om ze te laten ontstaan. Vervolgens ontstaan ze daar waar lucht afkoelt, dus bijvoorbeeld waar koude en warme lucht elkaar tegenkomt.

Zodra wolken eenmaal zijn ontstaan hangt het er vervolgens ook nog eens vanaf wat hun effect op het weer is. Overdag weerkaatsen ze veel zonlicht direct terug naar de ruimte; vanuit de ruimte zien ze er ‘wit’ uit en op de grond geven ze een schaduw. Zo hebben ze dus overdag een verkoelend effect.

Wolken laten geen enkele vorm van licht ongehinderd door. Ze zijn voor ons ondoorzichtig en ook infrarood wordt volledig onderschept. Zo maximaliseren ze dus op hun hoogte feitelijk het broeikaseffect. In de nachten, wanneer ze geen zonlicht kunnen tegenhouden, is dit hun voornaamste effect. Iedereen weet ook dat nachten met een heldere sterrenhemel meestal kouder zijn dan bewolkte nachten. Zo hebben wolken dus ’s nachts voornamelijk een verwarmend effect.

Hoe het weer precies reageert, mét deze terugkoppelingen, is heel plaatsafhankelijk, dynamisch en ingewikkeld. Vooral wat wolken gaan doen en hun netto effect zal zijn wordt voortdurend onderzocht. Om er nog iets zinnigs over te kunnen zeggen moet je welhaast gaan werken met dezelfde middelen die ook worden gebruikt om het weer te voorspellen: klimaatmodellen. Er zijn tegenwoordig weliswaar hele krachtige computers die hele ingewikkelde modellen kunnen uitvoeren, helaas kunnen deze modellen nooit beter zijn dan de regels die er ingestopt worden.

Wetenschappers hebben met hun laatste, beste klimaatmodellen gespeeld om te kijken wat de effecten van ieder component, zoals water en CO₂, nou precies is en in hoeverre die elkaar versterken. Al met al blijkt de extra verwarming van klimaat voor ongeveer 75% veroorzaakt door water; dat is 50% als damp en 25% als wolk. Van de overige 25% is ongeveer 20% door CO₂ en 5% door die andere gassen.

Die broeikasgassen (CO₂ en methaan) zitten altijd en overal even veel en hoe hun concentraties tijgen is relatief makkelijk te voorspellen. Dat het klimaat gemiddeld, netto aan het opwarmen is en hoe snel is vrij duidelijk en in absolute aantallen niet zo veel dat we dat direct merken als mens. Als men zich afvraagt hoe het weer, bijvoorbeeld hier in Nederland, van seizoen tot seizoen en van dag tot dag gaat aanpassen, kan men beter kijken naar wat de terugkoppelingen met water (damp en wolken) gaan doen in het nieuwe klimaat. Daar valt vast wat meer over te zeggen…

Opwarming van de Aarde?

Iedereen zal inmiddels wel meegekregen hebben dat de aarde opwarmt. Of eigenlijk warmt niet de aarde op, maar het klimaat. Dit zou dan weer komen door het broeikaseffect en dat wordt weer gestuurd door u: de mens.

We hebben het verhaal van het broeikaseffect veroorzaakt door CO₂, dan komt er een heel groot, complex, vaag, “grijs”, subjectief, links-politiek hippieverhaal over het klimaat, dan dat de aarde opwarmt en dan weer een vaag verhaal over wat de gevolgen daarvan allemaal zijn. De vraag is nu of het eerste en het laatste op basis van waarnemingen en metingen aan elkaar gelinkt kunnen worden.

Dingen als temperaturen, CO₂ concentraties in de lucht en kracht van de zon zijn gewoon te meten. Eerlijk gezegd kijk ik niet graag met een verrekijker naar de zon. En als ik een natte vinger in de lucht steek voel ik ook niet hoeveel CO₂ er in de lucht zit; laat staan op 10 km hoogte. Dus ik ga ook maar uit van meuk die ik op het internet vind, maar daar is wel weer veel van en van vele bronnen. Eerder te veel dan te weinig.

Maar, dus, wat heeft de mens (wetenschapper) gemeten? Wat kunnen we daaruit afleiden? Wat trekt men zich ervan aan?

Gemiddelde Temperatuur

Tja, kijk, als we van 2 jaren bakken vol aan temperatuurmetingen allemaal bij elkaar optellen en van elkaar aftrekken en het resultaat is iets als: +0,1°C . Wat hebben we dan bewezen? Ja, dat het ene jaar gemiddeld +0,1°C was dan het andere. So far so good.

Maar zo’n resultaat is afhankelijk van zo veel (onduidelijke) factoren, dat het ook meteen iedereen uitnodigt om dat allemaal zo uit te gaan leggen zoals het hun het beste uitkomt i.v.m. hun idealisme en/of inkomsten.

Sommige van de dingen die temperaturen beïnvloeden veranderen zelf ook. Zo staan in de VS veel van de oudste, betrouwbaarst geachte weerstations in stedelijke gebieden. En het klimaat in (grote) steden is warmer en die steden zijn gegroeid. Wellicht dat zelfs klimaatinstituten zoals de NOAA van de VS hoger worden van temperaturen onterecht aanzien voor het warmer worden van het klimaat?

Een simpele, mogelijke verklaring voor dat temperaturen tegenwoordig stijgen is dat de temperatuur altijd al op en neer is gegaan in de geschiedenis. Nu gaat het toevallig weer eens een tijdje omhoog.

Global_Warming_2000
Globale verwarming de afgelopen 2000 jaar volgens allerlei Amerikanen.

En echt snel stijgt de temperatuur ook niet, toch? Het is misschien ook wel niet zo gek dat door de waarneming dat de temperatuur omhoog gaat op zich niet massa’s mensen in paniek raken. Bijvoorbeeld hier in Nederland is op zich ook nog niet direct zo veel aan de hand. Echter, hoe meer en sneller de temperatuur stijgt of zou stijgen, hoe meer mensen zullen gaan nadenken.

Temperatuurschommelingen

Het is bekend dat het klimaat de hele tijd alle kanten op fladdert. Vaak zijn temperaturen van jaren, een paar jaren achter elkaar of zelfs complete decennia ‘afwijkend’ van ‘het gemiddelde’. Ondanks de gemiddelde temperatuurstijging van de afgelopen eeuw was er tussen 1940 en 1975 bijvoorbeeld weer eerder een daling te herkennen. Dit was één van de punten van The Great Global Warming Swindle; dat was gezien vanaf een lokale piek tot een lokaal dal in temperaturen.

Er zijn meerdere dingen die invloed hebben op de schommelingen. Zo stuwen vulkanen as de atmosfeer in die een verkoelend effect heeft. Zo kan een uitbarsting de atmosfeer zelfs gedurende 2 à 3 jaar afkoelen en zo brak bijvoorbeeld na 1815 figuurlijk de pleuris uit na een uitbarsting. Meerdere uitbarstingen achter elkaar kunnen elkaar ook nog overlappen. Uiteindelijk kunnen daardoor ook weer de oceanen aan de oppervlakte afkoelen, wat op een nog langere termijn effect heeft.

Veel warmte-energie zit in de 1,3 miljard kubieke kilometer water van de oceanen. Dit stroomt door wind in verschillende richtingen op verschillende dieptes met tientallen kilometers per dag. Water in de Golf van Mexico is een jaar of 3 later hier bij Engeland. Bij Engeland verdwijnt het naar grote diepte en komt misschien wel pas 10 jaar later weer bij India aan het oppervlak.

ocean_circulation_carbon_sinks
Langzame Stromen in de oceanen aan het oppervlak (Rood) en op grote diepte (blauw). Bron: NASA

Ondanks het variëren van de temperaturen aan het oppervlakte blijkt de totale hoeveelheid warmte-energie in de oceanen wel voornamelijk te stijgen sinds zeker 1960.

Wij mensen zijn al lang gewend aan dat er warme en koude jaren zijn. Als er meerdere jaren warmer of kouder zijn, zijn we er echt niet zomaar van overtuigd dat er echt iets veranderd is.

Zonkracht

Een andere (populaire) verklaring voor het warmer worden is dat de zon gewoon feller is gaan schijnen.

Al decennia wordt de kracht van de zon gemeten door satellieten van NASA. Die worden niet verstoord door atmosfeer, dus laat staan door een broeikaseffect. (Alleen Venus of Mercurius zitten er soms een dagdeel tussen.)

tsis_totalsolarirradiance_graph_02340_print
Hoeveel de zon vanaf 1978 uitstraalde naar de aarde. Bron: NASA

Veel variatie in de zonkracht blijkt er de afgelopen decennia ook weer niet te zijn, namelijk tussen 1360 en 1362 Watt per vierkante meter; een variatie van ongeveer 0,1%, maar dit kan op aarde al wel de temperatuur een beetje verhogen.

Een leuke is wel het verhaal van de zonnevlekken: Met een cyclus van ongeveer 11 jaar zitten er steeds veel of geen vlekken op de zon. Hoe meer vlekken, hoe meer energie de zon uitstraalt. Als dat een grote en ook directe invloed had gehad op ons klimaat, dan hadden we steeds eerst een aantal jaren gehad met bloedhete zomers en kwakkelwinters en dan weer jaren met strenge winters en regenachtige, koude zomers. Maar die cyclus zoals we die hierboven ook zien, zien we niet terug in bijvoorbeeld de metingen van het KNMI vanaf 1901. Het leek alsof veel Elfstedentochten zijn gehouden in tijden met weinig vlekken op de zon, maar dat blijkt toch ook weer niet helemaal op te gaan. Het is dus duidelijk dat de variatie in zonkracht niet direct een duidelijke verandering in het klimaat laat zien. Dus zeker niet binnen, zeg, 20 jaar.

Veel wetenschappers proberen nu de opwarming met deze variatie in zonkracht te verklaren. Ten minste, als we deze Duitser mogen geloven die vele wetenschappelijke documenten doorwerkt om alles wat in dit straatje past eruit te kopiëren en te isoleren op zijn blog.

TSI_reconstructions.png
Verschillende reconstructies van totale zonkracht de afgelopen eeuwen, van verschillende wetenschappers. Kies er maar 1 die jou het meest bevalt! Bron: Egorova et al 2018

Afgezien van de 11-jarige cycli van de zonnevlekken, heeft de zon de laatste eeuwen waarschijnlijk tussen de 0,1% en 0,5% gevarieerd in kracht. Satellieten gaven aan dat de zon na 1980 nauwelijks in kracht varieerde, afgezien van die 11-jarige cycli. Maar veel meer zekerheid blijkt er niet over gegeven te kunnen worden.

CO₂

Hoeveel CO₂ er in de atmosfeer zit, maar ook waar dat vandaan komt, blijkt redelijk goed te onderzoeken te zijn.

Concentratie

De concentratie van CO₂ in de geschiedenis is op meerdere manieren gemeten. De huidige concentratie blijft daarbij opvallend.

Carbon_Dioxide_400kyr
Dat het nog nooit zo hoog is geweest, het nu echt snel stijgt en maar blijft stijgen. (Gejat van Wikipedia.)

De concentratie lijkt zich niets aan te trekken van de temperatuurschommelingen in het klimaat of de kracht van de zon. Het heeft ieder jaar een duidelijke, voorspelbare op- en neergang, maar neemt afgezien daarvan zeker de laatste decennia lineair tot licht exponentieel toe.

De afgelopen 100-duizenden jaren was het nooit meer dan 280 deeltjes per miljoen deeltjes. Inmiddels is het zo’n 410 deeltjes en reken er maar op dat het in het jaar 2053 boven de 500 deeltjes staat en in 2080 op 600.

Er is volgens mij niet zo veel twijfel (meer) over of de concentratie CO₂ nu hoog is en over of het stijgt. Vragen blijven vervolgens:

  • Waar komt die CO₂ vandaan?
  • Wat is nou werkelijk het effect van deze concentraties?

Herkomst

CO₂ heeft altijd al in de lucht gezeten. We ademen het zelf zelfs uit. Het is op zich daarmee ook geen “vervuiling” of zelfs “vergif” te noemen. Hoeveel van de CO₂ komt van de mens en hoeveel van natuurlijke processen?

Van Vulkanen

Zo ongeveer ieder jaar barst er ergens goed een vulkaan uit. Op 18 mei 1980 barstte bijvoorbeeld Mount Saint Helens uit. Tijdens de uitbarsting stootte deze vulkaan net zo veel CO₂ uit als de mens. Dat was echt heul veel! Maar die uitbarsting duurde 9 uur en de mens gaat 24 * 365 = 8760 uur per jaar door. Nou zijn er meer vulkanen en komt er ook her en der CO₂ uit de grond pruttelen, maar ondanks dat kan er toch met behoorlijke zekerheid vanuit gegaan worden dat de mens tientallen meer keer CO₂ uitstoot dan alle vulkanen bij mekaar de laatste eeuwen.

Oceanen

Van alle CO₂ op aarde zit ongeveer 93% in de oceanen en aan het oppervlak wordt er continu CO₂ uitgewisseld. Hoeveel er precies uitgewisseld wordt is een nog grotendeels moeilijk verhaal over wind, laagvorming en iets met het gat in de ozonlaag.

Omdat er nu meer CO₂ in de lucht zit dan voorheen, kunnen de oceanen dat uiteindelijk voor zo’n 85% op gaan nemen. Het punt alleen is dat dit honderden jaren duurt. Als het echt snel had gegaan had het nooit kunnen voorkomen dat de CO₂ concentratie stijgt in één eeuw tot 30% meer dan het ooit (in 100-duizenden jaren) geweest is.

Met het langzame opwarmen van de oceanen wat nu plaatsvindt veranderd er niet zo veel aan dit uitwisselen. Echter zal eerder iets minder dan iets meer CO₂ worden opgenomen, want warm zeewater neemt minder CO₂ op dan koud zeewater.

Gevolg van Temperatuurstijging

In de historie blijkt de concentratie CO₂ altijd samen met de temperatuur van het klimaat op en neer te zijn gegaan. In ijstijden kon het wel 9°C kouder zijn dan nu en kon de concentratie CO₂ wel 30% lager zijn:

Temperature-change-and-carbon-dioxide-change-measured-from-the-EPICA-Dome-C-ice-core-in-Antarctica-v2
Tijden tussen ijstijden gaan samen met méér CO₂. Bron: NOAA

Het verband tussen deze twee is ook weer een grotendeels onduidelijk verhaal. Maar dat koude oceanen meer CO₂ kunnen opnemen dan warme heeft er wel zeker mee te maken. (En dat is volgens mij stiekem eigenlijk ook wel de enige oorzaak, want waar gaat die CO₂ anders in zitten? Niet in vegetatie, want die is er juist minder in ijstijden.)

De stand van de aarde t.o.v. de zon veroorzaakt een ijstijd en de CO₂ concentratie daalt als gevolg daarvan.

Logischerwijs volgt uit deze observaties de theorie dat de ‘recente’ stijging van de CO₂ concentratie een gevolg is van het stijgen van de temperaturen. Dit ligt in lijn met de verklaring dat de laatste decennia de temperatuur toevallig stijgt, zoals de temperatuur in historie al zo vaak op en neer is gegaan. Echter verklaart het niet waarom temperaturen en CO₂ concentraties samen zo snel zijn gaan stijgen, met de CO₂ concentratie 30% hoger dan ‘ooit’. Het enige wat de theorie kan weerleggen is aantonen dat de extra CO₂ van de mens komt.

Van de Mens

Dat een groot deel van de CO₂ nu in de atmosfeer komt van de mens is eigenlijk heel eenvoudig aan te tonen. Namelijk a.d.h.v. isotopen van koolstofatomen:

De koolstofatomen die in de historie altijd in de CO₂ zaten, gingen altijd door de cyclus van CO₂, vegetatie en de oceanen. Doordat die altijd aan veel kosmische straling onderhevig waren, had een vast percentage daarvan isotoop 14 i.p.v. de normale 12. De koolstofatomen in de ruwe olie in de grond zaten daar al miljoenen jaren, waren al die tijd niet aan kosmische straling onderhevig en slechts een klein, bekend percentage daarvan heeft isotoop 14. Het percentage isotoop 14 koolstofatomen van de CO₂ in de atmosfeer is gedaald en daaruit is gewoon te berekenen dat het grootste deel van de extra CO₂ van de mens komt.

Ook is het gewoon mogelijk om te beredeneren hoeveel van de CO₂ in de lucht van mensen komt. Het is immers redelijk goed te achterhalen hoeveel fossiele brandstoffen er in de hele wereld worden geconsumeerd in een jaar. Met meten hoeveel CO₂ er een jaar later in de lucht zit wordt duidelijk welk deel van de CO₂ ervan is blijven hangen in de atmosfeer. Zo blijkt dit van het jaar 2016 na een lange analyse zo’n 54% te zijn.

Conclusie?

Aan het gegeven dat het klimaat op deze planeet langzaam opwarmt op zich twijfelen blijkbaar inmiddels weinig mensen meer. Aan dat de CO₂ concentratie nu erg hoog is en stijgt, en wel vooral door de mens, wordt volgens mij inmiddels ook door weinig mensen getwijfeld. Maar is dat ook wat de op warming verklaart?

Voor wat de opwarming veroorzaakt zijn er meerdere verklaringen, maar de verklaring van het versterken van het broeikaseffect lijkt mij nog de enige prominente geloofwaardige voor vooral de laatste 20 jaar. De variatie van de temperaturen de afgelopen 100 jaar zijn echter niet geheel te verklaren door het broeikaseffect. Extra verklaringen zijn nodig, volgens mij op basis van de kracht van de zon en de werking van de oceanen. En als het allemaal toeval is, nou dan is het wel heel erg toevallig allemaal. Of heb ik een oorzaak gemist? Zijn er andere theorieën? Echte wetenschap staat altijd open voor nieuwe theorieën. Dus ik lees het graag terug in comments!