Het IPCC in het Licht van de Zon

De zon heeft altijd een grote invloed gehad op klimaat en dat is tot op de dag van vandaag nog steeds zo. Recent is het klimaat aan het opwarmen. Ook heeft de mens het broeikaseffect versterkt. Om o.a. wat te kunnen zeggen over in hoeverre het een het andere veroorzaakt is inmiddels het IPCC opgericht. Wat weten wetenschappers over de zon? En wat zegt het IPCC er vervolgens precies over? Het laatste blijkt goed te illustreren hoe het IPCC te werk gaat en de boel slim en subtiel manipuleert! Hun laatste rapport blijkt een farce te zijn, maar dat zie je pas als je het (met verstand van zake) bestudeert.

Ik probeer het altijd kort te houden, maar dat is weer eens helemaal mislukt. Ik hoop dat het wel goed leesbaar is; leuker kan ik het niet maken, wel makkelijker.

Als je zoals ik veel tijd besteedt aan lezen over alles omtrent klimaat (en de zon), dan kom je er uiteindelijk ook achter dat het allemaal niet simpel is en dat het dus ook niet kort kan. Ook wordt het duidelijk dat je zelf nooit genoeg weet. Vervolgens wordt duidelijk dat de wetenschap zelf ook nog lang niet genoeg weet en dat wetenschappers ook weer weinig weten van elkaars vakgebieden. Tenslotte wordt het duidelijk hoe het IPCC daar misbruik van maakt.

Klimaatverandering

Het klimaat op deze planeet heeft altijd voortdurend veranderd. Zo waren er in de middeleeuwen nog een warme periode (het middeleeuws klimaatoptimum) en later nog een koude periode (de kleine ijstijd). Dit soort variaties werden voornamelijk veroorzaakt door variaties in de kracht van de zon. Al deze tijd was het broeikaseffect er ook al en dat zorgt ervoor dat warmte (komend van de zon) niet meteen naar de ruimte afstraalt. Dit maakt het verschil tussen een planeet die grotendeels bedekt is door ijs en een die leefbaar is voor bijvoorbeeld de mens.

De oceanen zijn altijd een enorme buffer geweest van warmte-energie. Ook zitten er grote langzame stromingen in. De buffer en stromingen samen zorgen ervoor dat de oceanen enerzijds veranderingen in temperaturen doen schommelen op lange termijn en veranderingen in temperatuursveranderingen op een nóg langere termijn (zoals die geïnduceerd door de zon) vertragen.

De mens is het broeikaseffect gaan versterken sinds de industriële revolutie door o.a. CO₂ uit te gaan stoten. Tegelijkertijd is het ook weer warmer gaan worden. In hoeverre heeft de recente opwarming te maken met dat broeikaseffect, in hoeverre met de oceanen en in hoeverre met de zon? Het broeikaseffect is weliswaar versterkt, maar van géén van de drie is de invloed verdwenen.

Als gevolg van de temperatuurstijging veranderen er ook weer andere dingen, vooral regionaal. Omdat de noordpool sneller opwarmt dan de rest van de aarde, blijven hoge- en lagedrukgebieden in de zomer bijvoorbeeld langer op hun plek hangen, wat hier in Nederland de kans op extreem droog of regenachtig weer vergroot. Om een oorzaak van dit soort extra veranderingen aan te kunnen wijzen, moet men altijd nog eerst de oorzaken van de globale temperatuurstijging achterhalen.

Zonkracht

Eerst leg ik het e.e.a. over de zon uit wat u moet weten om de rest te kunnen begrijpen. Beter als u zelf op onderzoek uitgaat uiteraard.

Door de decennia en eeuwen heen heeft de zon in kracht nooit heel veel gevarieerd; het zal ±0,5% zijn. Maar die kleine variatie en ook variaties van de baan van de aarde om de zon hebben voor het klimaat toch altijd het verschil gemaakt tussen warme tijden en ijstijden.

Satellieten

De kracht van de zon is niet nauwkeurig genoeg te meten vanaf het aardoppervlak, dit moet vanuit de ruimte en dit is sinds 1978 door verschillende satellieten gedaan.

TSI-Satellites.png
Diagram 1: Gegevens van zonkracht van verschillende satellieten en aantal zonnevlekken. Bron: ClimateDataGuide

Géén van de satellieten heeft het alle tijd uitgehouden. Ook verschillen ze onderling. Wel hebben ze hier en daar overlap en zo kan uit deze puinhoop één grafiek afgeleid worden. Echter kan ook dat weer op meerdere manieren.

TSI-composition-ACRIM-vs-PMOD.png
Diagram 2: Twee reconstructies van de zonkracht in het satelliettijdperk. Bron: ResearchGate

Zonnecycli en -vlekken

In de reconstructies zijn direct iedere ±11 jaar een piek (zonnemaximum) en dal (zonneminimum) te zien. Dit zijn de zonnecycli. Bij iedere piek pruttelt de zon aan de oppervlak willekeurig, zijn er vlekken op het oppervlak van de zon te zien en wordt meer energie uitgestraald (vooral als UV-licht). Het aantal vlekken wordt al eeuwen geteld; in diagram 1 staan ze er ook bij (voor het satelliettijdperk). Tijdens een zonnemaximum is de zon ook op magnetisch gebied actiever; dit magnetisme is ook op de aarde nog waarneembaar.

De zonneminima zeggen nog het meest als het gaat om hoeveel kracht de zon in de basis heeft, omdat dan dat oppervlakte-effect er niet is. Hoeveel de zon tijdens de laatste 3 minima scheen hangt helaas af van de reconstructie (zie diagram 2), dus eigenlijk is het meten met satellieten deels mislukt.

Ondanks dat de zonnecycli maar liefst 11 jaar duren is hiervan niets in het klimaat terug te zien, zelfs niet aan de jaren van de Elfstedentochten. Dit kan meerdere dingen betekenen:

  • Omdat tijdens de maxima vooral meer UV-licht wordt uitgestraald, maakt het niet uit. Wellicht warmt dit alleen de ozonlaag in de stratosfeer op.
  • Het verschil tussen de maxima en minima is zo klein dat het niet genoeg uitmaakt.
  • Het duurt langer dan 11 jaar voordat verandering in zonkracht in het klimaat is terug te zien. Wellicht is dit vooral door de werking van de oceanen.

Welke van deze 3 hier domineert is voor zover ik kan vinden nog niet duidelijk. Ik vrees dat ze alle 3 deels waar zijn. Maar hoe kon de zon dan dus in het verleden temperatuurschommelingen veroorzaken? Dit geeft aan dat er verder terug terug in de tijd gekeken moet worden om na te gaan wat de invloed van de zon tot nu toe was.

Het is allerminst zeker dat de zon bij ieder 11-jarig minimum altijd even fel geschenen heeft. Zo blijkt voor langere termijnen de zon nog allerlei andere cycli en patronen te vertonen. Om hier een beter beeld van te gaan krijgen moeten wetenschappers nog veel langer observeren dan tot nu toe is gedaan.

Vóór 1978

Om te achterhalen hoe actief de zon vóór 1978 was, blijkt gekeken te moeten worden naar in het verleden opgevangen radiogolven of magnetisme van de zon. Voor nog eerder zijn er waarnemingen nodig van dingen die in die tijd zijn ontstaan. Zo kan er naar isotopen van materiaal uit bijvoorbeeld veengronden, ijsafzettingen een jaarringen van bomen gekeken worden. Hoe meer zonnewind zich om de aarde bevind, hoe minder kosmische straling de aarde bereikt. Toen dat materiaal ontstond was het onderhevig aan de kosmische straling van dat moment. In de verhouding tussen isotopen in dat materiaal is zo dus de kosmische straling en dus de zonneactiviteit terug te vinden. Dit soort indirecte waarnemingen van de zon zijn niet erg nauwkeurig en, omdat de zon op andere manieren werd waargenomen, conflicteren ze ook hier en daar onderling.

Om te reconstrueren hoe fel de zon scheen hangt het er ook nog vanaf hoe de zon precies gemodelleerd moet worden. Hoe dit moet zijn wetenschappers het nog lang niet over eens. Al met al hangt een reconstructie dus af van welke waarnemingen worden meegenomen (en in welke mate), welk model wordt gebruikt en welke aannames worden gemaakt. Zo staat dit ook beschreven in het werk van Egorova et al. (2018) en die illustreren ook wat de mogelijke variatie in zonkracht had kunnen zijn volgens verschillende plausibele reconstructies.

TSI_reconstructions
Diagram 3: Verschillende reconstructies van totale zonkracht sinds 1620. Wellicht scheen de zon in 1900 even fel; wellicht 3 Watt / m² minder. De “SATIRE” en “NRL” reconstructies zijn gebaseerd op de aanname dat er weinig variatie in de zon zit afgezien van de zonnecycli. Bron: Egorova et al. (2018)

Ook zijn er dus de zonnevlekken die al eeuwen goed worden beschreven en geteld. Het aantal vlekken gaat samen op en neer met de zonnecycli (die dus niet in het klimaat terug te zien zijn). Voorts zijn er tijden geweest waarin helemaal geen vlekken waargenomen werden, zoals tijdens de kleine ijstijd (zeg tussen 1600 en 1700). De aantallen vlekken alleen zeggen dus lang niet alles over hoeveel de zon in totale kracht heeft gevarieerd de afgelopen eeuwen.

De grote onwetendheid van de mens over de zon is het gevolg van dat men weinig weet over wat er binnen in de zon gebeurd. Alles wat men kan waarnemen is aan het oppervlak en alles wat het gevolg is van wat er aan dat oppervlak gebeurd. Van de ‘stille zon‘, dus de zon exclusief de effecten aan het oppervlak, weet men bijna niets.

De zon is een ster zoals er zo veel sterren zijn in het heelal. Door naar sterren te kijken die erg op de zon lijken, en dan met name naar hoe die werken en in kracht variëren, kan nog het e.e.a. gezegd worden over wat we kunnen verwachten van de zon zelf.

Het IPCC

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is een organisatie waarvoor wetenschappers door overheden worden betaald om rapporten over het klimaat te schrijven. Er wordt geen wetenschappelijk werk gedaan in opdracht van het IPCC. Ongeveer iedere 7 jaar komen ze met een groot rapport. Het 5ᵉ en laatste uit 2013 / 2014 (van 1500+ pagina’s) van de belangrijkste werkgroep (werkgroep 1) staat hier:

https://www.ipcc.ch/site/assets/uploads/2018/02/WG1AR5_all_final.pdf

Ik ga er vanaf hier vanuit dat u hierin meekijkt; ik noem alléén de dingen die mij opvallen met betrekking tot mijn kennis over de zon.

Zoals de titel en het voorwoord al aangeven gaat het om een “beoordeling”, wat bijvoorbeeld niet helemaal het zelfde is als een “samenvatting”. Voor ieder rapport staat het IPCC eerst open en mag iedere wetenschapper werk aanleveren en op elkaars werk reageren. Maar op een gegeven moment gaan de deuren dicht en krijgen de door de overheden betaalde wetenschappers het laatste woord. Dit laatste stelt de organisatie in een monopoliepositie als het gaat om bepalen wat het beeld van ‘de hele wereld’ moet zijn op klimaatverandering, terwijl wel de suggestie van openheid wordt gewekt.

Inhoud

In hoofdstuk 8 van het rapport staat beschreven welke dingen de temperatuur van het klimaat sinds 1750 hebben beïnvloed. Ze worden er “forcings” genoemd (vrij vertaald “dwingende dingen”).

Over natuurlijke forcings gaat alléén paragraaf 8.4; blijkbaar gaan 5 andere allemaal over menselijke invloeden. Deze paragraaf begint, op pagina 688, meteen met:

“Several natural drivers of climate change operate on multiple time scales.”

Dus dat er meerdere natuurlijke dingen zijn die het klimaat beïnvloeden. Echter gaat het vervolgens alléén over de zon en vulkanen; over invloeden van stromen in de oceanen en vertragende effecten van oceanen op het klimaat staat hier niets.

Vervolgens:

“variations in the astronomical alignment of the Sun and the Earth (Milankovitch cycles) induce cyclical changes in RF [Radiative Forcings], but this is substantial only at millennial and longer time scales”

Dus dat er cycli in de stand van de aarde t.o.v. de zon zitten, maar die duren “duizenden jaren of langer”. Verder hier niets over variatie in de eeuwen of decennia. Waarom?

Variatie in Zonkracht

Paragraaf 8.4.1 gaat vervolgens over de zonkracht en in de aanzet staat nog dat er aangenomen wordt dat de kracht van de zon voor 78% effectief het klimaat opwarmt. Voor 22% wordt alleen de stratosfeer opgewarmd. Dit is consistent met mijn kennis.

In 8.4.1.1 wordt het satelliettijdperk uitgebreid en goed beschreven. Er staat ook een mooi, duidelijk en correct grafiekje bij (figuur 8.10).

Paragraaf 8.4.1.2 (pagina 689) heeft als titel:

“8.4.1.2 Total Solar Irradiance Variations Since Preindustrial Time”

Dit suggereert dat er ook naar zonkracht vóór het begin van het industriële tijdperk (±1850 – nu) wordt gekeken. Echter wordt er niet verder terug gekeken dan 1745, waarmee ook de periode waarin de zon erg rustig was (zie diagram 3) buiten beeld wordt gezet.

Er wordt gekeken naar variatie in zonkracht van een zonneminimum tot een ander minimum, wat een goeie is, anders wordt ook een verschil tussen een maximum en een minimum meegenomen. Er werd gekozen voor de minima van 1745 en 2008.

Voor de zonkracht tussen 1745 en 2008 werd er een reconstructie op basis van werk van “Krivova et al. (2010)” en “Ball et al. (2012)”, terwijl ook ander werk nog wordt genoemd. Voor vóór 1974 is de reconstructie vooral gebaseerd op zonnevlekken en magnetische flux, die beide vooral verband houden met het effect aan de oppervlak van de zon wat in de pas loopt met de 11-jarige zonnecycli. De indirecte waarnemingen (zie boven) worden blijkbaar ‘beoordeeld’ als minder belangrijk.

Het Supplement

Voor de uiteindelijke reconstructie wordt verwezen naar “Supplementary Material Table 8.SM.3”. Blijkbaar was er geen ruimte meer in het 1500+ pagina’s tellende rapport? Paste er zelfs geen diagram meer bij? Het supplement voor hoofdstuk 8 staat hier:

https://www.ipcc.ch/site/assets/uploads/2018/07/WGI_AR5.Chap_.8_SM.pdf

Kijkt u weer mee?

In het supplement staat op pagina “8SM-7” een ruim 2 pagina’s grote tabel met alleen maar voor ieder relevant jaar een gemiddelde zonkracht. Ook hier weer geen grafiek. Een grote tabel met alleen maar getallen rond de 1361 is niet erg overzichtelijk, hè? Of was dat ook de bedoeling? Grafiekjes in wetenschappelijk werk worden vaak overgenomen en geciteerd en zijn daarom erg belangrijk in de presentatie. Dat overnemen kan nu niet meer zomaar. Of was dat ook de bedoeling? Ik heb de getalletjes zelf maar in een grafiek gezet.

IPCC-TSI-reconstruction2.png
Diagram 4: Reconstructie van zonkracht (TSI, in Watt / m²) van het IPCC zoals gegeven in tabel 8.SM.3 in het supplement van hoofdstuk 8, maar dan als grafiek (spreidingsdiagram). De grijstinten in de puntjes hebben geen betekenis. Met rood zijn de twee (jaren van de) gekozen minima omcirkelt.

Vervolgens gaat het rapport (niet het supplement) verder met:

“The best estimate from our assessment of the most reliable TSI reconstruction gives a 7-year running mean RF between the minima of 1745 and 2008 of 0.05 W / m². Our assessment of the range of RF from TSI changes is 0.0 to 0.10 W / m² which covers several updated reconstructions using the same 7-year running mean past-to-present minima years (Wang et al., 2005; Steinhilber et al., 2009; Delaygue and Bard, 2011), see Supplementary Material Table 8.SM.4.”

Dus volgens de “beoordeling” van het IPCC heeft de zon 0,05 Watt / m² gevarieerd in het relevante tijdperk, waarbij ook nog naar ander werk is gekeken en vervolgens wordt weer verwezen naar “Supplementary Material Table 8.SM.4”. In die tabel staat alleen per werk waaraan wordt gerefereerd hoeveel variatie daar in zonkracht in werd gezien volgens de “beoordeling”. Blijkbaar is het IPCC alleen geïnteresseerd in variatie per werk en niet hoe deze variaties samen zijn te voegen tot één reconstructie. Zo werkt het natuurlijk gewoon niet. Hoe er uiteindelijk tot 0,05 Watt / m² is gekomen is mij volkomen onduidelijk; dit is ook niet terug te vinden in diagram 4 en die 78% (zie boven) verklaart ook niet alles. Ook blijkt het IPCC niet geïnteresseerd te zijn in variatie in zonkracht binnen het tijdperk 1745 en 2008; het gaat alléén om het verschil tussen die 2 jaren. Waarom?

Indirecte Waarnemingen

Vervolgens gaat het rapport in paragraaf 8.4.1.2 (pagina 689) verder over de indirecte waarnemingen (“indirect proxies”):

“All reconstructions rely on indirect proxies that inherently do not give consistent results. There are relatively large discrepancies among the models (see Figure 8.11)”

Dus dat de indirecte waarnemingen grote verschillen laten zien. Echter zijn ze nog steeds wel allemaal waarnemingen van dezelfde zon; het geeft dus niet aan dat de data weinig waarde heeft, maar dat er dus veel onzekerheid over is. Maar in het verhaal erna wordt alleen maar gesuggereerd dat deze data fout is en dat er alleen maar reden is om aan te nemen dat de zon minder heeft gevarieerd. Om de verschillen in de reconstructies te illustreren is er nu ineens wél een grafiek in de tekst opgenomen (“Figure 8.11”):

IPCC-WG1-AR5-Figgure-8.11.png
Figuur 8.11 in het IPCC rapport (pagina 689).

Maar dus het IPCC heeft “beoordeeld” dat dit niet tot één reconstructie is samen te voegen en dat de totale variatie 0,05 Watt / m² was? Hoe dan ook, vervolgens wordt geconcludeerd:

“Given the medium agreement and medium evidence, this RF value has a medium confidence level (although confidence is higher for the last three decades).”

Dus dat er een matige hoeveelheid bewijs is en die komen matig overeen. Oftewel dat we niet veel weten en dat wat we weten is ook nog inconsistent. Wat zegt dit over de zekerheid? Die twee onzekerheden versterken elkaar: we weten heel weinig (zie ook diagram 3). Maar het IPCC concludeert hier het eerste en het tweede is matig, dus het geheel is ook matig. Zo werkt het natuurlijk niet; onzekerheid en fouten vermenigvuldigen zich in redenaties en processen. Er kan bij onzekerheden niet simpelweg het gemiddelde genomen worden. Vervolgens wordt er ook nog geruststellend bij vermeldt dat de zekerheid de laatste 30 jaar hoger was; ja ammehoela, dat is het satelliettijdperk!

Waar trouwens de variatie in zonkracht werd afgeleid uit een door het IPCC zelf gemaakte reconstructie van de zonkracht, wordt hiermee de zekerheid die daarover is afgeleid uit andere waarnemingen, die helemaal niet in die reconstructie zijn verwerkt.

Genegeerd Werk Benoemen

Uiteindelijk wordt er in paragraaf 8.4.1.2 (pagina 690) ook nog verwezen naar sectie 8.SM.6 in het supplement. Vreemd genoeg heeft dit veel overlap met het rapport en gaat het vooral weer over het satelliettijdperk en worden alléén daaruit onzekerheden berekend. In sectie 8.SM.6.3 staan ineens hele interessante dingen. Zo begint deze sectie:

“For the Maunder minimum (MM)-to-present AR4 gives a RF positive range of 0.1 to 0.28 W / m², equivalent to 0.08 to 0.22 W / m² used here. The estimates based on irradiance changes in Sun-like stars were included in this range but are not included in the Fifth Assessment Report (AR5) range because they are now considered incorrect: Baliunas and Jastrow (1990) found […]”

Blijkbaar was in het 4ᵉ rapport (uit 2007) werk opgenomen wat voor het 5ᵉ rapport (uit 2013) was ‘beoordeeld als incorrect’. Dit bleek blijkbaar uit werk wat zelf weer stamt uit het jaar 1990? Hoe dan ook is voor heel veel wetenschappelijk werk altijd wel ander werk te vinden dat het bekritiseerd. Om te kunnen oordelen of de kritiek terecht is moet het werk bestudeerd worden. (Heb ik in dit geval (nog) geen tijd voor gehad.)

Verder staat er nog in sectie 8.SM.6.3:

“Gray et al. (2010) point out that choosing the solar activity minima years of 1700 (Maunder) or 1800 (Dalton) would substantially increase the solar RF with respect to 1750-to-present while leaving the anthropogenic forcings essentially unchanged, and that these solar minima forcings would represent better the solar RF of the pre-industrial era.”

Dus als er naar zonkracht vanaf 1700 of 1800 was gekeken, had dit een “substantieel” ander beeld gegeven (zie nogmaals diagram 3)! Wat vreemd dat dit in het supplement staat en hierover in het rapport niets is te lezen…

In de derde alinea van sectie 8.SM.6.3 worden vervolgens nog een aantal wetenschappelijke artikelen “afgekeurd” omdat die teveel variatie in zonkracht laten zien. Tenslotte wordt in die sectie nogmaals gesuggereerd dat de aantallen zonnevlekken de meest betrouwbare directe waarnemingen van de zon zijn ‘vóór het industriële tijdperk’.

Zonkracht in de Toekomst

Paragraaf 8.4.1.3 gaat over wat de zonkracht in de toekomst zal zijn:

“Cosmogenic isotope and sunspot data […] reveal that currently the Sun is in a
grand activity maximum that began about 1920 […]. However, SC 23 showed an activity decline not previously seen in the satellite era […]. […] These studies only suggest that the Sun may have left the 20th century grand maximum and not that it is entering another grand minimum. But other works propose a grand minimum during the 21st century, estimating an RF within a range of -0.16 to 0.12 W / m² between this future minimum and the present-day TSI […]. However, much more evidence is needed and at present there is very low confidence concerning future solar forcing estimates.

Dus, concludeert het IPCC,  de zonkracht zit sinds 1920 op een zogenaamd groots activiteit maximum, dat maximum zou weleens ten einde kunnen lopen en het kan zelfs naar een groots minimum gaan. Nog voor het jaar 2100 kan de zonkracht volgens wetenschappelijk werk -0,16 tot 0,12 Watt / m² anders zijn. Er is veel meer bewijs nodig en er is daarom weinig “vertrouwen” in toekomstschattingen. En dit ondanks dat dit zelfde rapport ook mét vertrouwen oordeelt dat de zon tussen 1745 en 2011 (dus gedurende 266 jaar) niet meer dan 0,05 Watt / m² heeft gevarieerd. Maar blijkbaar beseft het IPCC toch hoe weinig wetenschappers weten over hoe de zon werkt. Alleen geldt de onzekerheid blijkbaar wél voor de toekomst; niet voor het verleden. Hoe denkt het IPCC vervolgens over deze onzekerheid over de toekomst:

“Nevertheless, even if there is such decrease in the solar activity, there is a high confidence that the TSI RF variations will be much smaller in magnitude than the projected increased forcing due to [Green House Gasses].”

Waar stond dat de zon in kracht zou afnemen? Hoe dan ook, wij van het IPCC zijn er hoogst zeker van dat wat de zon in de toekomst ook gaat doen, dat het effect van de broeikasgassen veel groter is hoor! Is het hier nodig om alvast een eindconclusie van het rapport te deponeren?

Samenvattingen

Managementsamenvatting per Hoofdstuk

Aan het begin van ieder hoofdstuk staat een managementsamenvatting (“Executive Summary”). De samenvatting had ook aan het eind van ieder hoofdstuk kunnen staan, zoals bij dit artikel. Ik vrees dat minstens 99% van de lezers niets anders dan deze samenvatting leest en ik denk dat het IPCC dat ook heel goed beseft.

Iedere managementsamenvatting bestaat ongeveer uit een alinea per in het hoofdstuk genoemd onderwerp. De kernzaak daarvan staat vervolgens weer in de eerste zin en die is vetgedrukt.

De managementsamenvatting van hoofdstuk 8 heeft ook een alinea over de zonkracht (op pagina 662). Deze heeft als vetgedrukte regel:

Satellite observations of total solar irradiance (TSI) changes from 1978 to 2011 show that the most recent solar cycle minimum was lower than the prior two.

Ook al gaat het hele rapport over klimaatverandering sinds ±1850, volgens de samenvatting mag de nadruk liggen op het satelliettijdperk. Daarbinnen ligt blijkbaar de essentie in dat het laatste zonneminimum lager is uitgekomen dan de vorige 2. Dit is een schoolvoorbeeld van “de krenten uit de pap halen”. Maar er staat nog meer onder, zoals:

“The best estimate of RF due to TSI changes representative for the 1750 to 2011 period is 0.05 (to 0.10) W / m².”

Hier weer die “beste” schatting van variatie in zonkracht. Verder niets over variatie tussen die jaartallen of in hoeverre dat in globale temperaturen is terug te herkennen. Niets over al het andere werk wat wel werd genoemd, maar hieruit weggelaten is. Niets over (het weglaten van) het grootse zonneminimum van rond 1700. Niets over de onzekerheid omtrent de indirecte waarnemingen. Etc. Verder hierover:

“This is substantially smaller than the AR4 estimate due to the addition of the latest solar cycle and inconsistencies in how solar RF has been estimated in earlier IPCC
assessments.”

Dit verklaart mede hoe het IPCC tot de eerste regel is gekomen: Sinds het 4ᵉ rapport heeft de zon een lager minimum getoond en dit wordt volop benut om de zonkracht in dit 5ᵉ rapport te bagatelliseren. Tenslotte nog:

“There is very low confidence concerning future solar forcing estimates, but there is high confidence that the TSI RF variations will be much smaller than the projected increased forcing due to GHG during the forthcoming decades.”

Hier nogmaals dat het onduidelijk is wat de zon in de toekomst gaat doen met dezelfde hilarische conclusie erachter en dit sluit de samenvatting af. Dus niets meer over hoeveel onzekerheid er in variatie van zonkracht sinds de industriële revolutie (of daarvoor) nou eigenlijk is.

Technische Samenvatting

Als link tussen de grote hoeveelheid inhoud, waarvan een stukje hierboven beschreven is, en de samenvatting voor beleidsmakers, zoals hierna beschreven, bevat het rapport een technische samenvatting.

In sectie TS.3.5 (vanaf pagina 55) wordt ook de inhoud over de zon (en vulkanen) samengevat. Het valt mij op dat alle dingen die mij (in negatieve zin) opgevallen waren ook in deze samenvatting terug te vinden zijn. De essentie over de variatie is nu samengevat in één zin:

“The best estimate of RF from TSI changes over the industrial era is 0.05 [0.00
to 0.10] W / m² (medium confidence), which includes greater RF [Radiative Forcing] up to around 1980 and then a small downward trend.”

Het matige vertrouwen in de variatie, eerder afgeleid uit andere data dan de 0,05 Watt / m², staat nu in dezelfde zin. Verder wordt er gesuggereerd dat de zon tot ongeveer 1980 ‘fel scheen’ (dus niet ‘feller’) en vanaf toen steeds minder. Dit klopt niet met de door hunzelf gemaakte reconstructie (zie diagram 4). Wellicht dat er daarom geen grafiekje van de reconstructie in het rapport staat? Het specifieke jaartal 1980 komt hier trouwens compleet uit de lucht vallen, dit stond nergens in hoofdstuk 8 (het satelliettijdperk begon in 1978).

Op pagina 56 valt mij deze zin nog op:

“The recent solar minimum appears to have been unusually low and long-lasting and several projections indicate lower TSI for the forthcoming decades”

Het laatste zonneminimum duurde inderdaad “uitzonderlijk laag en duurde langer”, maar dat stond nergens in sectie 8.4. Wat een rare samenvatting. Hier ligt bij de samenvatting dus ook meer nadruk op. Vervolgens komt wederom de geruststelling dat het niets gaat uitmaken als de zon in kracht zou afnemen op basis van een conclusie van elders:

“Nonetheless, there is a high confidence that 21st century solar forcing will be much smaller than the projected increased forcing due to [Green House Gasses].”

Tenslotte wordt de zon, net als alle andere ‘forcings’, in één plaatje geplaatst in figuur TS.6 (op pagina 54):

IPCC-AR5-Figure-TS.6 (2).png
Figuur TS.6 in het rapport op pagina 54. De waardes vallen met 90% zekerheid in het bereik aangegeven met zwarte lijntjes vanaf een zwart ruitje. De zelfde onzekerheid in groen voor het 4ᵉ rapport.

De zonkracht staat onderaan als enige natuurlijke forcing. Van iedere forcing is in groen de 90% zekerheid weergegeven volgens het 4ᵉ rapport. Deze lagen op één na voor iedere door de mens gemaakte (‘anthropogenic’) forcing lager en voor die ene natuurlijke (de zon) lag die hoger. Toeval?

Samenvatting voor Beleidsmakers

Het rapport begint met een samenvatting voor beleidsmakers. Blijkbaar lezen beleidsmakers zelfs een technische samenvatting liever niet en het IPCC weet dat.

Deel C van deze samenvatting (pagina 13) beschrijft de aandrijvers van het klimaat. Over zon staat (op pagina 14) één bullet:

“The RF [Radiative Forcing] due to changes in solar irradiance is estimated as 0.05 [0.00 to 0.10] W / m² (see Figure SPM.5). Satellite observations of total solar irradiance changes from 1978 to 2011 indicate that the last solar minimum was lower than the previous two. This results in an RF of –0.04 [–0.08 to 0.00] W / m² between the most recent minimum in 2008 and the 1986 minimum. {8.4}”

Dit lijkt veel op de managementsamenvatting van hoofdstuk 8 hierover. Echter staat hier ook de getalsmatige forcing voor van het laatste zonneminimum vanaf een daarvoor er ineens expliciet bij genoemd.

Ieder deel in deze samenvatting bevat een uitgelicht stuk vetgedrukte tekst. Volgens de inleiding van de samenvatting vormen deze “conclusies”, wanneer samengenomen, een beknopte samenvatting (van deze samenvatting van het rapport). Van deel C is deze samenvatting (op pagina 4):

“Total radiative forcing is positive, and has led to an uptake of energy by the climate system. The largest contribution to total radiative forcing is caused by the increase in the atmospheric concentration of CO₂ since 1750 (see Figure SPM.5). {3.2, Box 3.1, 8.3, 8.5}”

Dit is te ultieme conclusie waar naartoe gewerkt is. De nadruk ligt op CO₂; en natuurlijke aandrijvers (zoals de zon) worden niet genoemd c.q. irrelevant geacht. Ook naar sectie 8.4 wordt niet verwezen. Wel wordt verwezen naar figuur SPM.5 (op pagina 14):

IPCC-AR5-Figure-SPM.5.png
Figuur SPM.6 op pagina 14 van het rapport.

Deze lijkt sterk op figuur TS.6 in de technische samenvatting. Er ligt wel meer nadruk op de specifieke broeikasgassen. De verschillen met het vorige rapport staan hier niet meer bij. Wel staat er voor de jaartallen 1980 en 1950 ook wat toen de door de mens veroorzaakte aandrijvers bij elkaar voor invloed hadden.

Conclusie

De rapporten van het IPCC zijn zeker uitgebreid en volledig in die zin dat alle wetenschappelijk werk wordt benoemd, al is het slechts in een supplement. Ook wordt dit werk vrij uitgebreid beschreven, wat aangeeft dat de schrijvers het goed begrepen hebben.

Dit werk wordt vervolgens gepresenteerd op een manier die hier en daar op zijn minst eigenaardig te noemen is. Zo werd de reconstructie van zonkracht tussen 1750 en 2011 als onoverzichtelijke tabel representeert en alléén in het supplement. Ander werk werd samen genoemd met werk wat er kritiek op had en daar bleef het bij. Weer ander werk over zonkracht werd weggezet als ‘toont teveel variatie in zonkracht’. Weer ander werk wordt in een grafiek getoond, maar daar wordt weer niets mee gedaan. Weer ander werk werd werd in het supplement genoemd maar was nergens meer in het rapport terug te lezen. Et cetera.

De zekerheid over variatie in zonkracht werd foutief afgeleid uit iets anders dan waar de reconstructie van zonkracht uit afgeleid werd.

Vervolgens bevat het rapport een regime van samenvatting op samenvatting. De samenvattingen komen altijd vóór de inhoud die het samenvat. In samenvattingen blijken bepaalde details te worden uitvergroot, waar andere, soms relevante dingen compleet worden weggelaten. Er zitten minimaal 5 niveaus van inhoud in het rapport met oplopende mate van detail:

  1. Samenvatting voor Beleidsmakers;
  2. Technische samenvatting;
  3. Managementsamenvatting per Hoofdstuk;
  4. Inhoud per Hoofdstuk;
  5. Supplement;

Lezers komen deze niveaus in deze volgorde tegen. Na iedere samenvatting haakt een groot deel van de lezers af. Bij nadere bestudering blijkt iedere selectie van inhoud voor een niveau uit het opvolgende niveau willekeurige discrepanties te vertonen.

In ieder werk van mensen, dus ook wetenschappelijk werk, zitten fouten. Zo zitten er ook eigenaardigheden, discrepanties en “foutjes” in het IPCC rapport. Maar, als het gaat om de zonkracht, is er in het rapport een duidelijke tendens in de “fouten” te bespeuren. De tendens hier is altijd in de richting van een zon die weinig in kracht varieert en met een grote zekerheid daarover. Na iedere samenvatting kwam er steeds meer nadruk te liggen op dat sinds 2009 duidelijk is dat de zon in kracht was afgenomen; niets over dat de zon tot ±1990 alleen maar in kracht toenam en ook niets over dat wetenschappers weinig zeker weten over wat de kracht van de zon precies was vóór het satelliettijdperk. Dit is een schoolvoorbeeld van “werken richting een gewenste conclusie” of wel “de krenten uit de pap halen”.

Discussie

Ik heb voor dit artikel slechts een klein, maar belangrijk stukje van het rapport nauwkeurig bestudeerd. Terechte en voor de hand liggende kritiek hier is natuurlijk dat het niets zegt over de rest van het rapport. De hier geïllustreerde werkwijze van het IPCC zal ook vast niet voor het hele rapport zijn gebruikt; voor onderwerpen waar wetenschappelijk werk de gewenste conclusie zelf al onderschrijft bijvoorbeeld is werken richting een bepaalde conclusie niet nodig om tot die conclusie te komen.

Ik gok er op dat de aanname dat de zon zo weinig heeft gevarieerd sinds 1750 zit ingebakken in alle modellen die moesten uitrekenen wat de opwarming gaat worden en of dat door de mens komt. Ik ben er nog niet aan toegekomen om mij daarin te verdiepen. Maar als dat het geval is, is het natuurlijk niet zo vreemd dat de conclusie altijd is dat alle opwarming voornamelijk door de mens komt…

Als iemand de moeite gaat nemen om zich in de inhoud van het rapport te verdiepen en deze lezer ziet de foutjes, zou de lezer kunnen denken: “ach details”, “foutjes moeten kunnen”, “met de rest van het rapport zal het wel meevallen” of “wellicht snap ik het zelf ook nog niet helemaal”. Als door iemand alleen hier en daar wat foutjes benoemd zouden worden, kan dat ook altijd nog afgedaan worden als gezeur natuurlijk. Hoe het IPCC werkt en dat het rapport toch een farce is wordt daarom ook pas duidelijk als je alles leest én er verstand van hebt. Bijna niemand heeft er tijd voor of zin in om dat met het hele rapport van het IPCC te gaan doen. Bovendien bestaan er ook maar weinig wetenschappers die alle voor klimaat relevante vakgebieden allemaal goed kennen, dus een degelijk inzicht op het hele rapport zou zelfs van een groep van wetenschappers moeten komen. En wie gaat die groep betalen? Een paar mensen in deze wereld hebben waarschijnlijk wel door hoe het IPCC echt te werk gaat, maar wanneer die dat naar buiten brengen kunnen zij altijd nog als outcast, “criticus”, gestoord of ‘betaald door de olie-industrie’ weggezet worden natuurlijk.

Het werk Egorova et al (2018) (zie o.a. diagram 3) is dus van 2018 en dit laatste rapport van 2013, dus het IPCC kan dat werk niet in het 5ᵉ rapport meegenomen hebben. Zouden ze dat wel doen voor het volgende rapport (het 6ᵉ rapport, verwacht 2022)? Of zou het wel genoemd worden, maar dan samen met werk wat er kritiek op levert en blijft het daar dan weer bij?

Ik heb nog steeds geen echt “goed” klimaatmodel gevonden waarin alles is opgenomen en de kijker zelf, interactief aan de knoppen van onzekerheid in de wetenschap kan draaien. Maar wie zou zoiets ook gaan maken? Het IPCC in ieder geval niet en ik wordt nergens voor betaald…

6 gedachtes over “Het IPCC in het Licht van de Zon

  1. warmtetransport vindt niet alleen plaats door middel van straling maar ook door convectie: warme lucht beweegt opwaards, wat wind veroorzaakt. En wind gaat niet alleen parallel met het aardoppervlak maar ook van beneden naar boven en weer terug. Merk op dat in dit model de zg. “broeikasgassen” ook koelgassen zijn (principe van de Zwarte Straler: alles wat straling goed absorbeert kan het ook goed uitstralen). Als je googlet op “global stilling” dan zul je zien dat de gemiddelde windsnelheid de laatste paar decennia gedaald is. Dit kan heel goed de bescheiden opwarming van de laatste paar decennia verklaren.

    Like

  2. Hee Josbert. natuurlijk komt alle warmte van de zon. Voor het IPCC een reden om die als constante te nemen. Dat sluit ook mooi aan bij het gekozen wereldbeeld met de zon als kernfusiecentrale, en het vacuum als iets waar geen stroom door kan lopen. TSI klinkt als de som van de energie die van buiten naar de aarde komt. Het is echter maar een klein deel ervan. Wat is de temperatuur van de zon? Die bepalen we door de straling ervan te interpreteren.De rest is geleide fantasie (1). Ik zie, onder invloed van de EU-electric universe model, eerder een soort grote spaarlamp hangen, die oplicht door het veld erin. In het vacuum van space zie ik een plasma veld, met enorme stromen die stilletjes van ster naar ster stromen, Birkeland vormen, net als DNA, getwist, met een positieve en een negatieve stroom, die materie verzamelen. Alles valt op zijn plek. Zelfs astrologie, de stroom veranderd als de planeten op een lijn komen, of in 3 hoek resonantie staan.
    Een van de wervelwind van nieuwe kennis brokken: er loopt stroom door de zee, verwarmend.
    The Safire project, het eerste laboratorium om met blikems te spelen. De aarde als klein zonnetje. Super leuk om in te duiken.
    (1) https://www.youtube.com/watch?v=oO5vIUcnKlI

    Like

  3. Excuus, verkeerde video.JP Robitaille heeft zijn eigen channel op YT, Sky Scholar, en laat zien dat we totaal verkeerd zitten met onze ideeen over de zon. En dus over alle sterren. En dus over ons hele wereldbeeld: big bang, achtergrondstraling, redshift, zwarte gaten, noem maar op. Leuke man.
    En kijk eens naar Top 10 reasons the universe is electric: https://www.youtube.com/watch?v=WG8YRt4TvIk&list=PLwOAYhBuU3Uez8f1P6ZyYdI90Egln3rX5&index=2&t=0s

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s